
Behaved is een podcast van zuiderburen Steven Arrazola de Oñate en Dylan Verlooy. Steven is een man naar mijn hart als hij over een eventuele veroordeling van Fauci nadenkt: “…en in Europa kunnen we dan zeggen van kijk, het is de foute administratie van Trump, die wraak neemt op een democratisch gezind persoon. Het zoveelste bewijs dat het heel slecht gesteld is met de democratie in de Verenigde Staten.”
Inderdaad, zo kan het gespind worden. Een andere voorstelbare spin: “Zo is maar weer bewezen hoe zuiver de rechtsstaat uiteindelijk werkt. Die rotte appel is eruit; we kunnen nu weer door.”
Erwin Annys zit helemaal op mijn lijn. Hij ziet de verbanden tussen de Covidcrisis en het Pentagon, de NAVO en veiligheidsdiensten, die volksgezondheid niet als primaire doelstelling hebben, net als de farmaceuten.
Het lijkt een heel belangrijk onderwerp, Fauci’s eventuele veroordeling. Maar de fout zit in het systeem, niet in de apparatsjiks, zoals bij ons de iconische Hugo de Jonge die hoofdrol nam wat hem een aanklacht (ik geloof vanwege meineed, niet vanwege iets zwaars als misdaden tegen de menselijkheid) van Marianne Zwagerman opleverde.
Het veroordelen van een van de zondigende poppetjes zal drempelverhogend werken voor misdadigers in spe, die een soortgelijk vergrijp overwegen – maar niet voor collega’s en opvolgers die op Het Systeem kunnen vertrouwen. Die misdaden hoeven ze zich ook helemaal niet voor te nemen: daar laten ze zich comfortabel in rollen.
Bij een veroordeling is genoegdoening ook een factor van belang. Het volk weer content, de rust terugbrengen… En Marianne Zwagerman ook tevreden met de berisping van Hugo, want veel meer zal het niet worden. Dat scheelt ons dan weer een avond met een piep in de oren. Maar het mechanisme verdwijnt er niet van. Het Systeem heeft een rij met opvolgers klaarstaan. Het wemelt ervan in Den Haag: carrièretijgers staan allemaal in de rij om exact dezelfde gecorrumpeerde functie te vervullen. Kijk Karremans, die interimt en passant een oversterfte-vergadering en kan door naar de beloofde post.
Dick Bijl zegt terecht dat in Nederland alle betrokkenen (wetenschap, industrie, politiek) te versmolten zijn om kritische afstand te kunnen bewaren. Zeker waar, maar wij zijn geen uitzondering.
Ook elders, bijvoorbeeld bij gezaghebbende wetenschappelijke journals in de VS en UK, toch bastions van onafhankelijke waarheidsvinding, waren er in de jaren 90 nog kritische stemmen. Het probleem is niet verdwenen: die stemmen zijn inmiddels grotendeels verstomd, opgeslokt door Het Systeem. Lees wat chief editors van de belangrijkste medische journals zeiden en sporadisch hier en daar nog zeggen:
“Het is simpelweg niet langer mogelijk om veel van het gepubliceerde klinische onderzoek te geloven, of te vertrouwen op het oordeel van vertrouwde artsen of gezaghebbende medische richtlijnen. Deze conclusie, die ik langzaam en met tegenzin heb getrokken in de loop van mijn twintig jaar als redacteur van The New England Journal of Medicine, stemt mij niet blij.”
Marcia Angell, voormalig hoofdredacteur van The New England Journal of Medicine
“Medische tijdschriften zijn een verlengstuk van de marketingafdeling van farmaceutische bedrijven.”
Richard Smith, voormalig hoofdredacteur van het British Medical Journal (BMJ)
“Een groot deel van de wetenschappelijke literatuur, misschien wel de helft, is wellicht simpelweg onjuist. Geplaagd door onderzoeken met kleine steekproeven, minuscule effecten, ongeldige verkennende analyses en flagrante belangenconflicten, in combinatie met een obsessie voor het najagen van modieuze trends van twijfelachtig belang, heeft de wetenschap een duistere wending genomen.”
Richard Horton, hoofdredacteur van The Lancet
“De medische beroepsgroep wordt omgekocht door de farmaceutische industrie, niet alleen wat de uitoefening van de geneeskunde betreft, maar ook op het gebied van onderwijs en onderzoek. De academische instellingen van dit land laten zich in dienst stellen als betaalde vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie. Ik vind dat schandalig.”
Arnold Relman, voormalig hoofdredacteur van The New England Journal of Medicine
“Ik denk dat we het moeten noemen zoals het is. Het is een aantasting van het wetenschappelijke proces… Het heeft ertoe geleid dat ik en anderen steeds meer twijfels hebben gekregen over het idee dat de fabrikant van het geneesmiddel ooit als de juiste partij zou kunnen worden beschouwd om de werkzaamheid en veiligheid ervan te beoordelen.”
Fiona Godlee, voormalig hoofdredacteur van het British Medical Journal (BMJ)
“Het is algemeen bekend dat veel medisch onderzoek van slechte kwaliteit is, maar het is verontrustend dat de leiders van de medische beroepsgroep zich nauwelijks zorgen lijken te maken over dit probleem en geen zichtbare inspanningen leveren om een oplossing te vinden.”
Doug Altman, hoofdstatistisch adviseur van het British Medical Journal (BMJ)
Het systeem zoals het was bedoeld is kapot. Nederland zit muurvast; in Amerika gloort toch weer hoop op een doorbraak.
Kijk de podcast en als je geen tijd hebt (Hij duurt 1u en 40m): hier een uitgebreide samenvatting (ca. 10 minuten leestijd) of, onder de video, de besproken onderwerpen in vogelvlucht.
[embedded content]
Het gesprek in vogelvlucht
In het gesprek met Dick Bijl en Erwin Annys staat eerst Anthony Fauci centraal en de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Aan de orde komen de informatie die de afgelopen tijd naar buiten is gekomen, de geringe aandacht daarvoor in Nederlandse en Belgische media en de steun die Fauci vanuit de academische wereld heeft gekregen.
Van daaruit wordt het gesprek verbreed naar de manier waarop het coronabeleid tot stand kwam. Daarbij komen biodefensie, veiligheidsdiensten, het Pentagon, het Department of Homeland Security en de rol van medische instituten als NIH en CDC aan de orde. De mRNA-technologie wordt besproken in relatie tot biodefensie en de snelle ontwikkeling van producten voor noodsituaties. Ook de Emergency Use Authorization en de PREP Act komen uitgebreid ter sprake.
Een belangrijk onderdeel van het gesprek is de positie van de farmaceutische industrie. De invloed daarvan strekt zich volgens de gesprekspartners uit tot onderzoek, medische tijdschriften, artsen en registratieautoriteiten. Daarbij wordt gewezen op de financiering van onder meer de FDA, EMA en Nederlandse registratieorganen door de industrie. Ook het commerciële model van de geneesmiddelenindustrie komt aan bod: nieuwe middelen leveren niet altijd een wezenlijke medische verbetering op, terwijl er wel nieuwe markten en inkomsten ontstaan.
Daarmee hangt de discussie over geneesmiddelengebruik samen. Er wordt gesproken over bijwerkingen, interacties tussen medicijnen en het grote aantal middelen dat sommige patiënten gebruiken. Specialisatie binnen de geneeskunde maakt het volgens de gesprekspartners moeilijk om het totaalbeeld van een patiënt te overzien. Ook de medicalisering van alledaagse problemen en de vraag wanneer een geneesmiddel werkelijk nodig is, komen aan bod.
Ivermectine en hydroxychloroquine worden genoemd als voorbeelden van middelen waar tijdens corona veel discussie over ontstond. Later gaat het gesprek over peptiden en nieuwe behandelingen die in andere landen worden toegepast. Dat leidt opnieuw tot de vraag hoe regelgeving, innovatie en commerciële belangen zich tot elkaar verhouden.
Een terugkerend onderwerp is de positie van de patiënt. Patiënten zouden kritischer moeten kunnen vragen naar de noodzaak van een behandeling, het beschikbare bewijs, mogelijke bijwerkingen en interacties, financiële belangen en goedkopere alternatieven. Het gesprek eindigt daarmee bij de verhouding tussen arts, patiënt en farmaceutische industrie.
Tegelijkertijd wordt benadrukt dat farmaceutische industrie en geneeskunde niet over één kam moeten worden geschoren. Er bestaan waardevolle geneesmiddelen en medische behandelingen. De farmaceutische industrie kan volgens Bijl en Annys een belangrijke maatschappelijke functie hebben wanneer zij zich richt op middelen die daadwerkelijk iets toevoegen.
Het samenhangende beeld uit het gesprek is dat de coronaperiode verschillende ontwikkelingen bij elkaar heeft gebracht: de macht van de farmaceutische industrie, de invloed van veiligheids- en defensieorganisaties, de positie van medische en wetenschappelijke instellingen en de afhankelijkheid van regelgevende instanties. Fauci vormt daarbij het eerste onderwerp, maar het gesprek gaat uiteindelijk vooral over de structuur van het medische systeem en de manier waarop commerciële, politieke en veiligheidsbelangen daarin een rol spelen.
