Borderline is een persoonlijkheidsstoornis. Maar het is vooral een heel breed begrip, zegt professor Benedicte Lowyck van het Universitair Psychiatrisch Centrum in Leuven. De DSM-5, het classificatiesysteem dat alle mentale stoornissen in kaart brengt, stipuleert een negental kenmerken onder het lemma ‘borderline’. Wie aan vijf daarvan voldoet, kan de diagnose krijgen. “Die DSM-5 is een descriptief diagnostisch systeem. Je gaat dus vooral kijken naar de dingen die aan de oppervlakte aanwezig zijn, die je kunt waarnemen”, zegt Lowyck.

Waarmee ze meteen aangeeft: het gaat verder dan dat. “Een eenvoudige definitie van borderline is lastig. Naast die vijf of negen criteria zijn er wel 256 manieren om een borderlineproblematiek te hebben. Ik noem het liever geen stoornis. Het zit eerder op een spectrum. Stoornis klinkt me te negatief.”

Borderline is dus geen eenvoudige materie. Alleen de naam al. Borderline, een dunne lijn op het randje. Het randje van wat? “De naam dateert van halverwege vorige eeuw, toen vooral een onderscheid werd gemaakt tussen een psychotische en een neurotische problematiek. Twee psychoanalisten, Robert Knight en Adolph Stern, vonden dat mensen met zo’n probleem niet psychotisch waren, maar ook niet neurotisch. Ze balanceerden op de rand van die twee. Vandaar: borderline.”

Maar wat is het dan? “Minder gevoel hebben over een situatie, een instabiel zelfbeeld, instabiliteit in interpersoonlijke relaties, waarbij er vaak sprake is van too close, too far, of van aantrekken en afstoten. In het kort: mensen met borderline kunnen heel moeilijk hun affectie regelen en hebben vaak heel snel heel intense emoties, die hun denken vertroebelen. Maar die emoties weer laten zakken, is niet eenvoudig.”

“Een eenvoudige definitie van borderline is lastig. Er zijn wel 256 manieren om een borderlineproblematiek te hebben”

Benedicte Lowyck

Professor en borderline-experte

“Lijdensdruk”, noemt professor Lowyck het. “Vooral bij negatieve emoties, al gebruik ik die term niet graag. Laten we zeggen: bij emoties waar ze het meest van afzien. Angst, boosheid, … De lijdensdruk die dat meebrengt, kan heel hoog zijn. En daarmee samenhangend is er een grote angst om in de steek gelaten te worden. En een gevoel van leegte. ‘Wie ben ik, wat zit ik hier eigenlijk te doen?’”

Automutilatie zou ook veel voorkomen bij mensen met borderline. Klopt dat?

(knikt) “Impulsiviteit is ook zo’n criterium. Automutilatie, zichzelf verwonden, kan daar een gevolg van zijn. Net als suïcidepogingen overigens, wat je ook kan zien als een vorm van automutilatie. Maar het kan evengoed gaan om drug- of drankgebruik. Dat hangt allemaal samen met de zeer sterke emoties. De lijdensdruk wordt zo hoog dat ze die zo willen stoppen. Op een manier die zelfdestructief is.”

“Zonder die criteria of symptomen tot minimaliseren of te ontkennen, vind ik het veel belangrijker om naar de onderliggende dynamieken te kijken. Die kunnen voor elke individuele patiënt anders zijn.”

Wat zijn de oorzaken? Hoe komt het dat iemand borderline ontwikkelt?

“Dat is een goeie vraag. We hebben er geen pasklaar antwoord op. Het is sowieso een interactie van temperament en wat iemand meemaakt. Nature en nurture. Bij sommigen weegt de temperamentfactor wat meer door, bij anderen de moeilijke levensomstandigheden. Vaak, maar zeker niet altijd, gaat het gepaard met een moeilijke jeugd op heel verschillende vlakken. Dat kan emotionele verwaarlozing zijn, of emotioneel en/of seksueel misbruik. Maar evengoed kan iemand die zwaar gepest werd op school ook borderline ontwikkelen. De jongste tijd zien we dat trauma meer en meer. Vandaar: we moeten pesten veel meer au sérieux nemen, en er niet lacherig over doen. Het kan diepe wonden slaan, die moeizaam herstellen. Soms wordt ook gesproken over het feit dat er te weinig spiegeling is gebeurd in de ouder-kindrelatie.”

Te weinig spiegeling? Wat betekent dat?

“We vormen voor een stuk onze identiteit door wat we zien bij een zorgfiguur. We spiegelen dat op onszelf, door het ook te doen of net niet. Het is een houvast, maar als die spiegeling er te weinig is, dan ontbreekt die houvast en kan het misgaan.”

Heeft de genetica er dan ook iets mee te maken? Kan een zekere gevoeligheid voor een borderlineproblematiek erfelijk zijn?

“Dat is niet mijn expertise. Maar ik denk wel dat je sowieso op die nature en nurture zal terugvallen, ook als er een genetische factor is. Ontwikkelt iemand borderline door zijn opvoeding, of omdat er een aangeboren temperament is? Dat is een kip-en-eidiscussie.”

U haalt hevige emoties die plots opkomen aan als een van de symptomen. Dat doet wat denken aan bipolariteit.

“Het wordt er inderdaad vaak mee verward. Maar bipolariteit gaat meer in fases. Mensen met borderline wisselen ogenblikkelijk van stemming. Een kleine gebeurtenis, een miscommunicatie kan het triggeren. Een plots opkomend gevoel in de steek gelaten of over het hoofd gezien te worden kan al voldoende zijn. Maar dat is niet voldoende om de diagnose te stellen. Het is een bijzonder complex gegeven, zoals ik al zei. Het kan echt weken duren voordat er een diagnose is.” (Lees verder onder de foto)

Benedicte Lowyck: “We moeten pesten veel meer au sérieux nemen en er niet lacherig over doen. Het kan diepe wonden slaan, die moeizaam herstellen.”© Dirk Vertommen

Wat gaat er om in mensen met borderline?

“De psychoanalyticus Otto Kernberg zegt dat mensen met die problematiek vooral bij interpersoonlijke stress de wereld zwart-wit bekijken, of goed-slecht. Ik vind dat daar veel waarheid in zit. Hun identiteitsgevoel schommelt onder stress. ‘Wie zijn we, wat doen we hier?’ Dat is bij iedereen wel een beetje het geval, maar bij hen toch veel meer.”

“Je kan het je voorstellen als op een rollercoaster zitten, waarbij de emoties het heel vaak overnemen zonder dat je er controle over hebt. Dat geeft een machteloos en hulpeloos gevoel. Dat je iemand nodig hebt om je te helpen.”

Vanaf welke leeftijd manifesteert het zich doorgaans?

“Vroeger werd de diagnose nooit gesteld onder de 18 jaar, omdat veel van de symptomen ook kenmerkend zijn voor pubers. Dat zwart-witdenken, zich snel achteruitgesteld voelen, het gevoel er niet bij te horen. Als adolescenten hebben wel allemaal weleens impulsieve ideeën of gedachten en zijn de emoties wat heviger.”

“De wetenschap vindt tegenwoordig dat een diagnose wel degelijk voor het 18de levensjaar kan worden gesteld, al ga ik daar niet helemaal mee akkoord. De gedachtegang is dat het belangrijk is om er vroeger bij te zijn, uit het oogpunt van preventie. Maar veel onderzoek is er niet naar gedaan.”

Als het verward kan worden, is er dan weinig verschil tussen puberaal gedrag en borderline?

“Goh. Puberaal gedrag, dat houdt in dat je het niet zo ernstig neemt. Ik denk dat we het lijden van borderlinepatiënten echt au sérieux moeten nemen. Volgens mij is het ook een stuk van hun lijden dat ze niet ernstig worden genomen, dat ze vaak worden gezien als moeilijke mensen, die nu toch eens normaal zouden moeten doen. Terwijl ze er zelf echt wel van afzien. Daar mogen we echt niet aan voorbijgaan.”

Hoe kunnen borderlinepatiënten geholpen worden?

“De literatuur toont aan dat de voorkeursbehandeling echte en intensieve psychotherapie is. Medicatie is mogelijk, maar enkel ter ondersteuning van bepaalde symptomen en de psychotherapie. Het zal dus niet genezen door medicatie alleen.”

Over welke medicatie heeft u het dan? Antidepressiva?

“Ja. Want daar hebben we het nog niet over gehad: er is een grote comorbiditeit – andere aandoeningen die er rechtstreeks het gevolg van zijn – met bijvoorbeeld depressies. Daar is een overlap van zeker 80 procent. Acht op de tien mensen met borderline zullen dus ook tekenen van depressie vertonen. Met middelenmisbruik is er ook een heel grote overlap, net als met een of andere angststoornis. Die verschillende diagnoses komen dan ook veel samen voor.”

“Volgens mij is het ook een stuk van het lijden van borderlinepatiënten dat ze niet ernstig worden genomen, dat ze vaak worden gezien als moeilijke mensen, die nu toch eens normaal zouden moeten doen”

Benedicte Lowyck

Professor en borderline-experte

“En net daarom is het belangrijk om borderline goed te herkennen. Want de behandeling van een depressie bij een borderlinepatiënt is niet dezelfde als bij een andere patiënt. Er is een specifieke aanpak nodig. Psychotherapie, dus. Daar zijn verschillende vormen van, maar de basisregel is dat ze vooral intens genoeg moeten zijn en moeten gebeuren door mensen die gespecialiseerd zijn, die de specifieke dynamieken herkennen, maar ze tegelijk ook kunnen verdragen. Want vergeet niet dat zo’n therapie ook voor de therapeut behoorlijk intens is.”

Hoe ziet zo’n therapie eruit?

“Zoals ik zei zijn er verschillende soorten. Wij werken meestal met een klinische psychotherapie. Met groepssessies en individuele sessies, maar ook het samenleven is een belangrijk element. Dat samenleven gebeurt onder begeleiding van sociotherapeuten – vaak zijn dat verpleegkundigen. Zo zien de therapeuten bepaalde dynamieken, bepaalde patronen waar dan in de psychotherapie zelf mee aan de slag kan worden gegaan.”

“Het komt er in onze therapie op aan dat de mensen zelf inzicht krijgen in hun problematiek, te weten komen wat voor hen de triggers zijn, en hoe ze daarmee anders om kunnen gaan. Dat ze zelf bepaalde patronen ontdekken.”

Werken die therapieën goed?

(knikt) “Er zijn studies die aantonen dat bij die intensieve therapieën de helft van de patiënten na afloop niet meer voldoet aan de criteria die in de DSM-5 staan opgelijst, en dat bij een bepaald percentage van de resterende groep de lijdensdruk veel minder is. Natuurlijk is dat niet voor iedereen zo, maar de jongste twintig, dertig jaar zien we toch dat er goede resultaten worden behaald met de verschillende therapieën. Vóór die tijd was de diagnose ‘borderline’ veeleer pessimistisch. Men kon die mensen niet echt goed helpen. Gelukkig is dat veranderd. Er is een realistisch optimisme, al blijft het voor de mensen die ermee geconfronteerd worden, en voor hun omgeving, een zwaar lijden, sowieso.”

“Volgens de jongste cijfers zou 1 à 2 procent van de westerse bevolking borderline hebben, en ongeveer 10 procent van alle mensen die in ambulante therapie zijn. Dat is geen kleine groep, en wellicht is het een onderschatting”

Benedicte Lowyck

Professor en borderline-experte

Maar genezing is dus mogelijk?

“We hebben het zelf onderzocht– en doen dat nog – en we kunnen stellen dat de effecten die na therapie worden bekomen, ook vijf jaar later er nog altijd zijn voor de meeste patiënten. Met die voorwaarde dat er nog bijkomende ambulante therapie wordt gevolgd, zo’n één of twee keer per week. Nu, als de mensen hier stoppen, is het evident dat ze nog verder in therapie gaan. Maar de resultaten daarvan zijn dus heel bemoedigend.”

Komt borderline vaak voor? En is er een verschil tussen mannen en vrouwen?

“Volgens de jongste cijfers zou 1 à 2 procent van de westerse bevolking borderline hebben, en ongeveer 10 procent van alle mensen die in ambulante therapie zijn. Dat is geen kleine groep, en wellicht is het een onderschatting.”

“Vroeger ging men ervan uit dat ongeveer 75 procent van de patiënten vrouw was. Maar recente studies tonen dat dat verschil niet zo groot is, maar dat de comorbiditeit anders is. Bij vrouwen is er meer automutilatie en depressie, terwijl dat bij mannen meer alcohol- en middelengebruik is. Hoe dat komt, is niet meteen duidelijk. Er zou een hormonale component kunnen meespelen, maar daar is weinig harde wetenschappelijke evidentie over. Borderline is iets wat in elk van ons aanwezig is, in meer of mindere mate. Het is een heel complexe mix van factoren die maakt dat het bij sommige mensen een probleem wordt.”

Door NieuwsBlad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *