
De Amerikaanse historicus en financieel expert Martin Armstrong schetst een somber beeld van de toekomst van Europa. In een uitgebreid interview met journalist Rico Brouwer van het onafhankelijke Nederlandse platform Potkaars spreekt Armstrong over een mogelijke uiteenvallen van de Europese Unie, de digitale euro, het toenemende gebruik van de dollar als politiek wapen, een dreigende staatsschuldencrisis en de oorlogen in Oekraïne en Iran.
Zijn belangrijkste voorspelling is ondubbelzinnig: “De EU zal dit niet overleven,” schrijft Uncutnews.
[embedded content]Armstrong, bekend van zijn computersysteem “Socrates” en de documentaire The Forecaster, beschouwt de huidige ontwikkelingen niet als afzonderlijke crises. Voor hem zijn ze de uitdrukking van een grotere politieke en economische cyclus die het bestaande westerse systeem steeds meer onder druk zet.
“Socrates” voorspelt het einde van de EU nog vóór 2032
Armstrongs computersysteem “Socrates” wijst volgens hem op een uiteenvallen van de Europese Unie uiterlijk in 2032 – mogelijk al in 2029.
Armstrong verwacht niet dat een dergelijke ineenstorting een langzaam en geordend proces zal zijn. Politieke systemen zouden, historisch gezien, zelden een zachte landing maken.
Hun ontwikkeling lijkt veeleer op een waterval: gedurende een langere periode bouwt de druk zich schijnbaar langzaam op, totdat de ineenstorting plotseling plaatsvindt.
Armstrong ziet een wezenlijk probleem in de politieke opbouw van de EU zelf. Volgens hem heeft de EU nooit een echte democratische legitimiteit gehad en is ze structureel zo opgezet dat ze het verzet van afzonderlijke staten of bevolkingsgroepen zo veel mogelijk kan overwinnen.
Als voorbeeld noemt Armstrong Ursula von der Leyen en de omgang met de Hongaarse premier Viktor Orbán. Nadat diens verzet was geneutraliseerd, zou von der Leyen in feite duidelijk hebben gemaakt dat in de toekomst geen enkel land de EU meer mag tegenhouden. Voor Armstrong is dit geen teken van democratische kracht, maar van een toenemende concentratie van politieke macht in Brussel.
De digitale euro als controlemiddel
Armstrong staat bijzonder kritisch tegenover de invoering van een digitale euro. Volgens hem gaat het bij dit project niet in de eerste plaats om technologische vooruitgang of financiële inclusie. Hij ziet er veeleer de technische basis voor uitgebreidere kapitaalcontroles in.
Armstrong zegt dat Brussel inmiddels regelingen heeft getroffen die de financiële bewegingsvrijheid van Europese burgers buiten de EU enorm beperken of in de toekomst zouden kunnen beperken. Hij trekt daarbij een drastische historische parallel met het Duitsland van de jaren 1930.
Volgens Armstrong verscherpte Adolf Hitler in 1933 de Duitse deviezencontroles en trad hij op tegen Duitsers die vermogen of bankrekeningen in Zwitserland aanhielden. In dit verband verwijst Armstrong ook naar het ontstaan en het belang van Zwitserse nummerrekeningen, die bedoeld waren om vermogen te beschermen tegen overheidsinmenging.
Armstrong ziet vandaag de dag een vergelijkbare onderliggende dynamiek ontstaan – zij het, zoals hij uitdrukkelijk opmerkt, zonder de extreme straffen van toen.
De digitale euro zou volgens hem uiteindelijk kunnen worden gebruikt om geldstromen gericht te controleren of te blokkeren. Daardoor zouden burgers bij het beschikken over hun eigen geld in toenemende mate afhankelijk kunnen worden van regels en vergunningen van nationale of supranationale instellingen.
Bessent en de dollar als financieel wapen
Ook het Amerikaanse financiële beleid beschouwt Armstrong als gevaarlijk. De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent speelt een riskant spel met de internationale positie van de dollar.
Washington zet zijn financiële macht in toenemende mate in als geopolitiek pressiemiddel – via sancties, uitsluitingen uit het SWIFT-systeem en dreigementen tegen staten en bedrijven die zaken blijven doen met landen als Iran.
Maar juist deze strategie zou volgens Armstrong het tegenovergestelde kunnen bereiken van wat Washington beoogt.
Hoe meer landen worden bedreigd met uitsluiting uit het westerse financiële systeem, hoe groter voor hen de prikkel wordt om alternatieve structuren op te zetten of zich aan te sluiten bij bestaande alternatieven. Armstrong verwijst daarbij met name naar het Chinese betalingssysteem CIPS.
China heeft de uitsluiting, of beter gezegd de verregaande ontkoppeling, van Rusland van het westerse financiële systeem zeer nauwlettend gevolgd. Peking heeft hieruit conclusies getrokken en zijn eigen financiële infrastructuur verder ontwikkeld.
Armstrong vat het probleem in een eenvoudige formule samen: Hoe meer landen Washington bedreigt, hoe meer landen een reden hebben om zich bij een alternatief systeem aan te sluiten.
Uiteindelijk zou juist Amerika zichzelf hiermee kunnen isoleren.
Armstrong merkt bijzonder kritisch op dat Bessent zijn carrière onder andere bij het fonds van George Soros begon en daarom eigenlijk precies zou moeten begrijpen hoe internationale kapitaalstromen werken.
Japan zou de aanleiding kunnen vormen voor een wereldwijde staatsschuldencrisis
Armstrong ziet nog een groot gevaar op de internationale obligatiemarkten.
Japan behoort, gemeten naar zijn economische prestaties, tot de landen met de hoogste staatsschuld ter wereld. Mocht Tokio ernstige moeilijkheden krijgen bij het aflossen van zijn staatsobligaties, dan zouden de gevolgen veel verder reiken dan Japan.
Armstrong verwacht een klassiek besmettingseffect: zodra een belangrijke staat in de problemen raakt, beginnen beleggers zich onmiddellijk af te vragen welk land als volgende getroffen zou kunnen worden.
In dit verband herinnert hij aan de Europese staatsschuldencrisis na Griekenland en aan de herinneringen van Herbert Hoover aan de Europese staatsfaillissementen van 1931. Destijds bewoog kapitaal zich volgens Armstrong als een ongebreideld kanon door de internationale financiële markten – sneller dan regeringen en politieke commissies konden reageren.
Volgens hem zou zich opnieuw een soortgelijke situatie kunnen voordoen.
Tegelijkertijd wijst Armstrong erop dat het Amerikaanse ministerie van Financiën op de markt eigen staatsobligaties terugkoopt. Voor hem doet dit beleid denken aan de tijd van de Tweede Wereldoorlog, toen de Amerikaanse centrale bank onder aanzienlijke politieke druk de financieringskosten van Washington laag hield.
Armstrong ziet hierin geen duurzaam monetair beleid, maar slechts een uitstel van het onvermijdelijke.
“Iran speelt schaak, het Westen speelt dam“
Armstrong spreekt zich ook op opvallend duidelijke wijze uit over Iran. Hij schrijft Teheran een strategische vooruitziendheid toe die volgens hem in het Westen aanzienlijk wordt onderschat.
Armstrong herinnert eraan dat Benjamin Netanyahu al decennia lang waarschuwt dat Iran op het punt staat een atoombom te bezitten. Deze waarschuwingen zouden zich tot nu toe niet in de aangekondigde vorm hebben bewaarheid.
Tegelijkertijd zou Teheran volgens Armstrong zijn staats- en bestuursstructuren bewust over meerdere niveaus hebben verdeeld. Daardoor zou het systeem zelfs kunnen blijven functioneren als leidende figuren doelbewust zouden worden uitgeschakeld.
Het doorslaggevende strategische voordeel van Iran bestaat erin dat Teheran geen klassieke militaire overwinning nodig heeft.
Voor Iran kan het eigen voortbestaan op zich al een overwinning betekenen.
Armstrong hecht daarbij bijzonder veel belang aan de Straat van Hormuz. Een verstoring van het olievervoer treft volgens zijn analyse niet in de eerste plaats de Verenigde Staten, maar met name de Golfstaten.
Veel van deze staten zouden na de coronaperiode aanzienlijke schulden hebben opgebouwd en zijn aangewezen op continue inkomsten uit de energie-export. Als de olie-export wegvalt, ontbreken de inkomsten. Zonder inkomsten wordt het aflossen van de schulden moeilijker. Dit zou op zijn beurt kunnen leiden tot een banken- en financiële crisis.
Armstrong verwoordt zijn inschatting drastisch:
“Ze lopen drie stappen op ons voor.“
Zelensky, neoconservatieven en persoonlijke vetes
Ook bij de oorlog in Oekraïne ziet Armstrong oorzaken die veel verder reiken dan de in het openbaar gepresenteerde geopolitieke verklaringen.
Volgens zijn eigen weergave stelde hij in opdracht van, respectievelijk op verzoek van Amerikaanse instanties een vredesplan voor Oekraïne op. Via zijn contacten zou dit uiteindelijk op het bureau van de Russische president Vladimir Poetin zijn beland. Kort daarna zou Armstrong een bedankbrief van Donald Trump hebben ontvangen.
Toch gaat de oorlog door.
Armstrong schrijft dit deels toe aan de invloed van Amerikaanse en Europese politici wier persoonlijke of familiale geschiedenis nauw verbonden is met Rusland of de Sovjet-Unie. Hij noemt daarbij onder andere Antony Blinken, Victoria Nuland, Merrick Garland, Madeleine Albright en Kaja Kallas.
Volgens hem bestaat het gevaar dat persoonlijke en familiale trauma’s politieke beslissingen beïnvloeden en daarmee in de plaats komen van nuchtere staatsbelangen.
Armstrongs beschuldigingen aan het adres van de Oekraïense president Volodymyr Zelenskyj wegen bijzonder zwaar. Armstrong interpreteert diens optreden als een poging om door middel van gerichte provocaties ook de politieke ontwikkeling binnen Rusland te beïnvloeden.
Volgens zijn stelling zou een verdere escalatie nationalistische en militaire hardliners in Rusland kunnen versterken. Mochten deze krachten bij verkiezingen of binnen de Doema aanzienlijk aan invloed winnen, dan zou de confrontatie met het Westen verder kunnen verscherpen – tot aan een direct conflict tussen Rusland en de NAVO toe.
Voor Armstrong zou een dergelijke strategie geen defensiebeleid meer zijn, maar een direct gevaar voor de wereldvrede.
Armstrong: De cyclus is nauwelijks nog te stoppen
De cruciale vraag luidt daarom: kan deze ontwikkeling überhaupt nog worden tegengehouden?
Armstrong is pessimistisch.
Hij gelooft niet dat de huidige politieke en economische cyclus in principe nog kan worden gestopt. Wel zou de omvang van de komende ontwrichtingen mogelijk kunnen worden beperkt als genoeg mensen zouden begrijpen welke processen zich momenteel afspelen.
Zijn politieke basisthese is daarbij relatief eenvoudig: Vrije handel creëert wederzijdse afhankelijkheid en daarmee vrede – sancties vernietigen deze banden en vergroten de kans op conflicten.
Ook op institutioneel vlak ziet Armstrong fundamentele problemen. Directe democratie biedt volgens hem een betere bescherming tegen machtsconcentratie dan representatieve systemen, waarin politici worden blootgesteld aan een steeds sterkere invloed van lobbyisten en kapitaalkrachtige belangengroepen.
Armstrong beschouwt zijn voorspelling van de mogelijke ontbinding van de Europese Unie daarom niet louter als een politieke mening. Hij baseert zich op zijn computersysteem “Socrates”, dat historische kapitaalstromen, economische ontwikkelingen en politieke cycli analyseert.
Of deze voorspelling daadwerkelijk uitkomt, zal nog moeten blijken.
Armstrong zelf laat echter geen twijfel bestaan over waar de ontwikkeling volgens zijn modellen naartoe leidt: De EU zou uiterlijk begin jaren 2030 voor een existentiële crisis kunnen komen te staan – en mogelijk al in 2029 uit elkaar vallen.
Vind je het belangrijk dat er nog onafhankelijke berichtgeving bestaat die niet wordt gestuurd door grote belangen? Met jouw steun kunnen we blijven schrijven en onderzoeken. Klik hieronder en draag bij aan het voortbestaan van Frontnieuws.
Copyright © 2026 vertaling door Frontnieuws. Toestemming tot gehele of gedeeltelijke herdruk wordt graag verleend, mits volledige creditering en een directe link worden gegeven.
De geautomatiseerde tirannie van Europa
Volg Frontnieuws op 𝕏 Volg Frontnieuws op Telegram
Lees meer over:
Source: https://www.frontnieuws.com/financieel-expert-martin-armstrong-de-eu-zal-dit-niet-overleven/
.
