NOORDWIJK (ANP) – Het Europees Ruimteagentschap ESA hoopt na de succesvolle bijdrage aan de Artemis II-missie, waarbij in april vier astronauten een ronde om de maan vlogen, verschillende Europese astronauten mee te kunnen sturen op toekomstige missies. Dat zei Daniel Neuenschwander, directeur van Human and Robotic Spaceflight bij ESA, na een persconferentie waarbij ook de astronauten van de Artemis II-missie aanwezig waren.
“We hopen dat er in de toekomst meer Europese astronauten mee kunnen en onderhandelen daarover met de Amerikanen. We willen toe naar gezamenlijke missies, zowel in de ruimte als op de oppervlakte van de maan”, vertelde Neuenschwander aan een ANP-verslaggever.
Bij de volgende Artemis-missie, die in een baan om de aarde tests moet uitvoeren, gaat al een Europeaan mee. In juni maakte NASA bekend dat de Italiaan Luca Parmitano de piloot wordt bij die missie. “Zo’n rol voor een Europeaan is uniek. Het is een stukje erkenning vanuit NASA dat wij als ESA op een betrouwbare manier kunnen leveren”, aldus Neuenschwander.
Stroom en water
De belangrijkste Europese bijdrage in april was het onderdeel van het Orion-ruimteschip dat de astronauten onder meer van stroom en water voorzag. Ook regelde de module de temperatuur en de straalmotoren die het schip aandreven.
Voor de elektriciteit waren de vier maanreizigers afhankelijk van zonnepanelen die zijn ontwikkeld en gebouwd door Airbus in Leiden. Die bleken achteraf zelfs beter te presteren dan gepland. Volgens Debby Korth, bij NASA mede eindverantwoordelijk voor het Orion-ruimteschip, leverden de panelen 800 watt meer dan oorspronkelijk verwacht.
Op weg terug naar de aarde bedankten de astronauten in april al het Airbus-team dat de straalmotoren maakte en hun “Duitse en Nederlandse vrienden”.
.
