Laura (13), Marie (13) en Arno (11) over hun (plus)mama, kinderarts Caroline De Bruyn: “Alleen voor koorts mogen we thuisblijven. Heel uitzonderlijk”

Caroline met Laura (links), Arno en Marie.© Bahnmuller Frank

“Er is eigenlijk geen enkel negatief punt aan een dokter als mama hebben. Behalve dat je niet fake ziek kunt zijn.” Laura, Marie en Arno fileren de witte jas van hun mama, kinderarts Caroline De Bruyn.

Laura (13) had het vlaggen, vorig jaar. “Ik wou naar school fietsen, maar ik had mijn fluohesje uitgedaan. Mama kruiste mij juist op dat moment. En het was gedaan. Ik mocht niet meer verder. Nog een geluk dat ik mijn helm op had.”

Laura, haar tweelingzus Marie en haar plusbroertje Arno (11) wonen in een huis waar een intact kinderlijf nogal wat belang heeft. Waar er nooit gescholden mag worden met ‘kanker’. En waar er geen familiefles frisdrank in de frigo staat. Hun mama en plusmoeke Caroline is kinderarts: zij gaf de meisjes al hun prikjes sinds ze 15 maanden oud waren – “veel zachter dan de vaccinaties bij klasgenoten op school” – en houdt minutieus bij wanneer Laura een nieuwe migraine-aanval heeft, welke voeding Marie’s coeliakie triggert en hoe vaak Arno ’s nachts hoest of snottert.

LEES OOK. Veel aandoeningen kunnen ouders zelf voorkomen of genezen: kinderarts geeft raad

“Bij mama kunnen we voor alles terecht”, zegt Marie. “Met elk probleem. Schoolproblemen, vriendenproblemen, liefjesproblemen. Haar naam wordt het meest geroepen in huis: mama, moeke of liefje.” Alleen is er één probleem dat crimineel onderschat wordt, vinden ze unaniem. En dat is het pleisterprobleem. “Als ze een pijntje hebben, is er veel jaloezie”, zegt Caroline. “Krijgt er eentje een pleister, dan willen ze er eigenlijk alle drie één. Een verband? Dat is pas een drama, als iemand die eer krijgt.”

“Arno die hoest? Mijn partner staat erop dat ik mijn stethoscoop pak en zijn longen check, ook al zie ik zo dat hij niet ziek is. Om zeker te zijn”

Caroline De Bruyn

Kinderarts

Niemand van de drie is het oneens. Met altijd een dokter in huis, snakken ze soms extra hard naar een mama aan hun bed, die een zacht dekentje en een dampend drankje brengt. “Die aandacht, hé.” Caroline: “Het klopt dat ik door mijn job minder snel ongerust ben. Als ze pijn hebben aan hun voet, maar ze kunnen nog altijd springen op de trampoline, dan weet ik: het is oké. Maar toch moet ik hen bij mij roepen en naar die voet kijken. Anders voelen ze zich genegeerd in hun pijn. Arno die hoest? Mijn partner staat erop dat ik mijn stethoscoop pak en zijn longen check, ook al zie ik zo dat hij niet ziek is. Om zeker te zijn.”

Meer groentjes dan pasta

Er is nog iets. Het ziektebriefje, dat is een zeldzaam goed in dit huishouden. “We krijgen er gewoon geen”, zegt Laura. “Alleen voor koorts mogen we thuisblijven. Héél uitzonderlijk. Je kan ook niet faken dat je ziek bent, ik begin er zelfs niet aan.” Stel. Een van de drie komt thuis met een fameuze hoest en hoofdpijn. Wat doet Caroline? “Ik zou eens voelen of ze koorts hebben. Met de hand, ik gebruik enkel de thermometer als ik twijfel. Maar meestal twijfel ik niet, en is het klaar. Wat dan? Dan maak ik ze een plantaardig melkje met honing.” Antibiotica komt nauwelijks op tafel. “Pijnstillers, daar ben ik intussen ook minder enthousiast over”, zegt Caroline. “Als ze een Dafalgan willen, vraag ik altijd: hoeveel pijn heb je op tien? Drink eerst een glas water en ga even rusten, misschien voel je je dan al beter.” Laura zucht. “‘Water drinken’. Dat horen we vaak.”

Tegelijk deelt Caroline cadeautjes uit op andere vlakken. Laura, Marie en Arno weten niet hoe een gaatje voelt, door de ‘elke-avond-tanden-poetsen’-policy van hun mama. De meisjes waren amper vier toen ze leerden zwemmen en ook pillen slikten ze al jong binnen. “Daar hamert mama vaak op”, zegt Marie. “Vitamientjes niet vergeten. Vitamientjes niet vergeten. Of nog iets: gezond eten.” De groentjes. “Ik weet niet eens de naam van alles. Courgette? En bij élke maaltijd, hé. Soms zitten er in een pasta meer groentjes dan pasta.” Laura lacht. “Ik ben wel mee intussen. Maar stel dat mama eens een week op verlof zou zijn? Dan zou ik genieten van mijn leven hoor. Niet te veel. Suiker is slechter dan vet. Maar toch iets meer pizza.”

“Stel dat mama eens een week op verlof zou zijn? Dan zou ik genieten van mijn leven hoor. Niet te veel. Suiker is slechter dan vet. Maar toch iets meer pizza”

Laura

Dochter van kinderarts Caroline De Bruyn

Al leren de drie niet alleen van hun mama. Caroline ‘test’ veel middeltjes uit op haar kroost in de living. “Het verhaal van de luchtbevochtiger, bijvoorbeeld. In mijn opleiding zeiden ze: ‘Onzin’. Dus ik tegen al mijn patiënten: ‘Niet doen, steek daar je geld niet in’. Maar dan begonnen Marie en Arno veel te hoesten. Een luchtbevochtiger bleek een immens verschil te maken. Dus nu krijgt iedereen in mijn praktijk er eentje aangeraden.” (lacht)

Binnenkort plannen de twee zusjes een poolparty, voor hun 14de kroon. Wat als daar ooit alcohol bij komt kijken? “Ik wil graag samen met hen de eerste keer drinken, zodat het veilig kan”, zegt Caroline. “Maar niet te vroeg en niet te laat. 16 jaar, denk ik nu. Al zou ik 18 of 21 nog beter vinden.” Marie lacht. “Ja hoor mama. 21, zeg. Oké, dokter Caroline.”

Guillaume (14) en Aude (16) over hun mama, expert eetstoornissen Ursula Van den Eede (55): “Ze mag zich soms wat minder zorgen maken om ons”

Usrula Van den Eede met Aude en Guillaume: “Het klopt dat ik superalert ben. En dat ik mezelf soms moet terugfluiten.”© Bahnmuller Frank

Psycholoog Ursula Van den Eede trekt tieners uit de greep van een eetstoornis. Naast die titel is ze ook ‘mama’, van Guillaume en Aude. Pubers met een grandioze appetijt, behalve voor de vraag ‘is er iets?’ “Je mag je wat minder zorgen maken, mama.”

“Jij bent anders dan de andere mama’s. Je doet heel veel voor ons, zoals de was en voor ons zorgen. Maar je mengt je job ook een beetje met ons leven thuis. Het is soms alsof jij een psycholoog voor óns bent.”

Guillaume (14) en Aude (16) vertellen terwijl ze dicht naast elkaar op de sofa zitten. Hun mama luistert en knikt, maar noteert enkel in haar hoofd. “Ja, hé. Ik weet het.” De job in kwestie? “Mama is een psycholoog die mensen behandelt die anorexia hebben”, legt Aude uit. In hartje Jette, als coördinator van de eetkliniek PAIKA UZ Brussel, voor patiëntjes van 10 tot 15 jaar. “Dat lijkt me wel spectaculair om te kunnen. Het moet een moeilijke situatie zijn, anorexia hebben.” Guillaume knikt. “Ik vind het moedig dat ze daarmee bezig is. Maar ook een klein beetje stom. Ze werkt zelfs in de weekends en komt altijd laat thuis. Je leeft niet om te werken, hé.”

“Een beetje rebellie stelt mij gerust. Veel van mijn patiënten gaan nooit in verzet, passen zich aan, gaan zelfs niet aan het puberen”

Ursula Van den Eede

Coördinator eetkliniek UZ Brussel

Zelf wil hij ooit chocolatier-handen kweken. Aude is dan weer verliefd op alle mogelijke vormpjes pasta. Brooddozen keren standaard kaal terug en de enige weegschaal in huis heeft huidhonger. Om maar te zeggen: in dit gezin plakken er enkel lichte emoties rond eten. “We letten op onze voeding voor puistjes, niet voor ons gewicht”, klinkt het bij de tieners. Ursula: “Het zijn altijd keigoede eters geweest. Als ze nog heel klein waren, namen we ze al mee naar sterrenrestaurants. Om dat plezier door te geven. En ook nu: als we gaan shoppen, doen we altijd een terrasje.” Niet met een rijstwafel en een appelsapje, maar met een pannenkoek met poedersuiker. “Die balans tussen gezond eten en durven te zondigen, die zit wel goed. Ik sta er wél op dat ze altijd proeven als ik iets nieuws kook.” Zelfs witloof, klaagt Guillaume. “Ik heb tien keer geproefd en lust het nog altijd niet. Maar er moet altijd een deeltje op.”

LEES OOK. Zo groot is het probleem van eetstoornissen in ons land: “Een bekend patroon is dat van de jongere die minder gaat snoepen en intensiever gaat sporten”

Hoopvolle rebellie

Ze durven weleens, broer en zus. Luidop te zeggen wat hun mama niet graag hoort. “Jij daagt mij af en toe wat uit hé, Aude. Dan zeg jij: ‘Ik vind mezelf te dik’. Of we gaan op restaurant en je hebt een stevige portie op, en dan beslis je plots: ‘Ik ga nu joggen’. ‘Oei’, denk ik dan.” Aude fronst. “Niet expres hoor. Soms voelt het zelfs een beetje ‘verboden’, mij mentaal niet zo goed voelen. Omdat ik weet dat je er ongerust over bent.” Het is een jas die Ursula thuis soms nog even aanhoudt, die van psychologe, waarin ze al ellenlange rijen tieners probeerde recht te trekken. “Het klopt dat ik superalert ben. En dat ik mezelf soms moet terugfluiten. Ik zie bijvoorbeeld veel jonge patiënten die erg geïsoleerd zijn geraakt. Aude vertelt heel weinig over wat er in haar omgaat. Vind ik een moeilijke, want dan denk ik: ‘Kan ze daar wel met iemand over praten?’ Tegelijk: doodnormale dingen binnen de adolescentie, hé. Maar ik pols. Te vaak, voor hen. ‘Is er iets?’ Of: ‘Ga je niet afspreken met vrienden?’” Aude en Guillaume grijnzen naar elkaar. Herkenbaarheid tussen de tienertroepen. “Jij wilt dat ik elke dag bezig blijf. Soms wil ik in de vakantie gewoon een dagje in bed chillen. Dan ben ik nog steeds oké.” (Lees verder onder de foto)

Ursula Van den Eede: “Ik ben eerder de mama die zegt: ‘Aude, je moet niet te vroeg naar huis komen, en je mag iets drinken hé.”© Bahnmuller Frank

De fijne bijwerking dan weer, aan zo’n mama met een diploma psychologie? Een zee aan vrijheid. “Als ik naar een fuif ga, mag ik blijven zolang ik wil”, zegt Aude. “Terwijl vriendinnen om twee uur naar huis moeten.” Ursula: “Ik ben eerder de mama die zegt: ‘Aude, je moet niet te vroeg naar huis komen, en je mag iets drinken hé’. Goede contacten hebben is belangrijk, weet ik. Al heeft ze vorige vrijdag op de pre-party hier thuis een beetje overdreven met de alcohol.” Een maand geen fuiven meer dus? “Nee, ik geloof meer in dialoog dan bestraffing. Bovendien stelt een beetje rebellie mij gerust. Veel van mijn patiënten gaan nooit in verzet, passen zich aan, gaan zelfs niet aan het puberen. Dus dat vind ik een goed teken.” Zonder eten naar bed dan, die avond? “Eten is nooit een straf hier. Mag niet gekoppeld worden aan zoiets, vind ik. Ik zie het ook te vaak fout lopen in de kliniek.”

“Kan ik zeggen dat mijn eigen kinderen nooit een eetstoornis zullen ontwikkelen door mijn achtergrond? Nee, helaas”, zegt Ursula. “Iedereen kan het krijgen, is mijn ervaring. En je hebt niet alles in de hand, dus het is bijna niet te voorkomen. Tegelijk weet ik dat ik wat meer moet lossen. Minder bezorgd zijn. Vertrouwen hebben dat het wel goedkomt.” Guillaume knikt. “Dat hebben wij ook van jou geleerd mama. Dat we niet te veel moeten blijven piekeren. Kijken naar later. En tegelijk genieten van het leven, elke dag.”

Nora (19) over haar mama, kinderpsycholoog Klaar Hammenecker (52): “Iets zomaar ‘laten rusten’, dat kunnen wij niet”

Klaar Hammenecker en haar dochter Nora: “Ik ben ongetwijfeld even onvolkomen als iedereen, in het opvoeden. Dat is eigen eraan.”© Bahnmuller Frank

Klaar Hammenecker is psycholoog. Haar jongste, de pientere Nora, praat en luistert nu al vloeiend, zonder ooit één sessie te hebben gehad. “Ik kan mama een brakke uitleg geven over wat ik voel en denk, waarop zij het perfect samenvat.”

“Ik ga het voor de eerste keer tegen jou zeggen. Het laatste wat ik wil, is dat mijn kinderen denken dat ze ‘in mijn voetsporen’ moeten treden. Maar volgens mij ben jij een geboren psycholoog, Nora.”

Nora is vers 19, ze draagt de krullen van haar mama en ze zit in haar eerste jaar kinesitherapie aan de UGent. Psychologie: het was het vijfde en onderste boekje in de stapel folders die ze vorig jaar meebracht van de SID-in-beurs, vol studiestandjes en toekomstscenario’s. “Is die opleiding vooral praten over wat je voelt en denkt?”, had Nora gevraagd aan de psychologie-vertegenwoordiger. “Ik onderschat het beroep zeker niet hoor”, zegt ze. “Ik vind het superbelangrijk. Maar ja, bij ons thuis komt het vaak wel gewoon neer op: ne keer goed praten.”

LEES OOK. Wat ouders en tieners tegen elkaar zeggen is niet altijd wat ze bedoelen: “Zeg nooit ‘in mijn tijd was het beter’”

Nora’s mama is Klaar Hammenecker (52): kinderpsychologe, die de deelnemers van onder andere The voice kids begeleidt, (online) cursussen en webinars geeft en al verschillende boeken schreef. Ze is ook mama van Nora (19), Lena (23) en Marie (25). “Zolang ik mij kan herinneren werkt mama op dinsdag, woensdag en zaterdagvoormiddag in haar praktijk”, zegt Nora. “In het derde kleuterklasje dacht ik dat ze daar gezelschapsspelletjes speelde met kindjes. En later gebeurde het weleens dat een vriendin van mij bij mama in therapie ging, hier bleef logeren en we ’s ochtends samen aan de ontbijttafel zaten.” (Lees verder onder de foto)

Nora: “Ik heb het gevoel dat ik alles aan mama kan zeggen. En dat zij dan heel makkelijk en in de diepte mee een oplossing zoekt.”© Bahnmuller Frank

“Als ik vertel dat mijn mama kinderpsycholoog is en mijn papa bedrijfspsycholoog, zijn de reacties dubbel. Ofwel is het: ‘Amai, zo cool’. Maar een leerkracht zei mij ooit: ‘Oei, alles wel goed met jou?’ (lacht) Zelf vind ik het een voordeel. Ik heb het gevoel dat ik alles aan mama kan zeggen. En dat zij dan heel makkelijk en in de diepte mee een oplossing zoekt. Onlangs nog, toen ik voor het eerst leidster werd bij de Chiro en er in mijn groep gepest bleek te worden. Mama denkt dan echt mee na: welk bericht stellen we op naar de ouders? Ze heeft ook mee een groepsgesprek gedaan met de leden.” Het is typerend voor hun nest, zegt ook Klaar: er wordt gulzig gepraat. Nora: “Ik kan mama een heel brakke uitleg geven over wat ik voel en denk, waarop zij perfect samenvat: ‘Zou het daardoor kunnen zijn?’ Ah ja, denk ik dan. Die puntjes op de i, dat is leuk. Ook al zie ik mama totaal niet als mijn psycholoog. ‘Doe ne keer normaal mama’, dat zeg ik ook hoor.”

Geen flikken en geen spoed

Gevolg van zo’n huis waar geen enkel woord uitgegomd hoeft te worden: Klaar kent de naam van elke klascoach en collega van haar dochters, of ze hen nu ooit al in het echt zag of niet. Maar ook Nora heeft het perfect onder de knie na 19 jaar training: praten, luisteren, voelen. “Ik vind dat jij zeer wijs bent”, zegt Klaar. “Je toont een grote autonomie. Een interne rust ook, je raakt niet snel uit balans. Niet toevallig trek jij altijd naar mensen die uit warme gezinnen komen. Misschien een combinatie van hier op te groeien, twee grote zussen te hebben en lang op topsportniveau te turnen, een wereld met veel ups en downs. Toen je vertelde over de dynamiek tussen de mensen daar, dacht ik vaak: ‘Er boenk op, jouw analyse’.”

“Ons opvoedingskader was eigenlijk: geen flikken en geen spoed. Toch gebeurd, natuurlijk. Grenzen zijn er om overschreden te worden”

Klaar Hammenecker

Kinderpsycholoog

“Ik haat het ook als mensen niet willen praten”, zegt Nora. “De woorden ‘Laat maar’: vreselijk. Zeg het mij, dan kan ik er rekening mee houden. Iets zomaar ‘laten rusten’, dat kunnen wij echt niet.” Het is nochtans de titel van een van de boeken van haar mama: Laat maar. Nog eentje: Wat elk kind nodig heeft. “Als dat boek net uit was, hebben we daar thuis weleens wat mee gelachen”, zegt Nora. “Er staat in: ‘eerst verbinden, dan begrenzen’. Als mama dan iets deed wat tegenstrijdig was met haar boek, zeiden wij: ‘Oei, is dàt wat elk kind nodig heeft?’” (lacht)

Wat heeft elk kind nodig? Ultiem moederdag-cadeautje – dé tip – van de psycholoog die ook mama is? “Och, ons opvoedingskader was eigenlijk: geen flikken en geen spoed. Toch gebeurd, natuurlijk. Grenzen zijn er om overschreden te worden. Wat mij vooral belangrijk lijkt: de zin ‘je kan met alles bij mij terecht’ ook werkelijk waar proberen te maken. Geen gemakkelijke opdracht die je jezelf geeft, want je ontvangt ook hun miserie en je ziet hun lijden. Tegelijk: ik ben ongetwijfeld even onvolkomen als iedereen, in het opvoeden. Dat is eigen eraan.”

“Ik zou zeggen: een warm nest om in op te groeien”, zegt Nora. “Als je weet dat je altijd kunt terugvallen op iemand, waarom zou je dan schrik hebben?” Klaar glimlacht. “Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt met mijn dames. Heb je ons nodig, dan zal je het wel laten horen. Soms stuur ik je halfweg de week: ‘Alles oké daar?’ En dan antwoord jij: ‘Ja’, met vier a’s. ’t Is in orde, weet ik dan.”

Wout (19) en Maarten (21) over hun mama, infectioloog Erika Vlieghe (52): “Ze verdient een straatnaam”

Erika Vlieghe tussen Wout (links) en Maarten (rechts): “Na hoe ik mama zag werken tijdens de lockdowns: ze verdient om vereeuwigd te worden.”© Bahnmuller Frank

Wij kennen haar als de leading lady van de corona-experten, Maarten en Wout kennen haar als hun moeder: infectioloog Erika Vlieghe. Die ook hun vuurtoren is zonder een stormachtige pandemie.

Tijdens de eerste lockdown kreeg Maarten (21) een schrijfopdracht voor Nederlands. Welke vrouw een straatnaam verdient, vond hij? Awel. Erika Vlieghe, schreef Maarten kordaat. Diensthoofd algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische geneeskunde aan het UZA, niet zo gek lang geleden nog voorzitter van de corona-expertenraad GEMS en de vrouw die ons aan ons mondmaskerkoordje door de lockdowns loodste. En, per toeval, ook zijn mama. “De mensen die een straatnaam verdienen zijn diegenen die veel tijd en moeite hebben gestoken in hun land of regio”, zegt Maarten. “Vind ik toch. Na hoe ik mama zag werken tijdens de lockdowns: ze verdient het om vereeuwigd te worden.”

LEES OOK. Infectiologe Erika Vlieghe krijgt UHasselt-eredoctoraat: “Leger tegen infectieziekten nodig”

Maarten en Wout (19), student informatica en student fotografie, en zwarte kat Madou, werkloos, zitten naast een blinkende Erika (52). We kennen haar. Heel het land kent haar, sinds 2020. “Het was toen nochtans niet de eerste keer dat ze op tv was”, vertelt Maarten. “Het vreemdste tijdens de lockdown: binnenkomen in de living en zien dat mama in een Zoom-call zit met Elio Di Rupo. (lacht) Fier, dat waren we wel. We vonden dat ze een bewonderenswaardige positie innam.” Wout knikt. “Alleen, als er haat naar je moeder wordt gestuurd op Twitter, dat is niet leuk. Cartoons in de kranten, die waren nog grappig. Maar leugens zonder reden? Beetje zielig.”

Geen van de twee werd ooit op een lockdownfeestje betrapt. ‘Doe mij dat niet aan’, had Erika met een lach en een zorgrimpel gevraagd. Maarten: “Net voor de tweede lockdown inging, organiseerde iemand van mijn klas voor de tweede keer een feestje. Toen dacht ik: ‘Wow’. Als je van dichtbij ziet hoeveel moeite het kost om zo’n pandemie in te perken, heb je een helderder idee van wat je wel en vooral niet moet doen.” Al worstelden ook zij ermee, als jonge kerels, de chronisch gesloten scholen en geen pint meer kunnen drinken met maten. “Da’s gewoon stom”, zegt Wout. “Na de derde keer dachten wij ook: ‘Meent ge het?’ Maar goed. Niet dat we ons mishandeld voelden door de overheid, of zo.”

Een worm in een voet

Opgroeien onder de vleugels van een mama die álles weet over infectieziekten: hoe ziet dat er eigenlijk uit, als er geen werelden gered moeten worden van een virus? “Ebola verspreidt zich via alle lichaamsvochten, toch?”, test Maarten zijn achtergrondkennis. Erika knikt fier. Wout: “Officieel heb ik een huisdokter, maar met de meeste vragen trek ik naar mama. Dan maak ik bijvoorbeeld een foto van uitslag op mijn zij en stuur ik ‘m door naar haar terwijl ik op kot zit. Ik vreesde voor vlooien. Stress voor een deadline, zo bleek.” Gratis medisch advies dus, gevraagd en ongevraagd. “Over alcohol dan, drugs, en goeie slaapritmes.” Erika lacht. “Altijd als ik Wout ga afzetten aan het station, doe ik dezelfde uitspraak: ‘Geen drugs, veilige seks, en rock-’n-roll met mate. Doe niks wat ik niet zou doen’. Onlangs was ik het een keertje vergeten te zeggen. Hij maakte mij er attent op dat ik mijn vaste preek vergeten was en dat het nu dus dreigde mis te gaan met hem.” (lacht)

“Het vreemdste tijdens de lockdown: binnenkomen in de living en zien dat mama in een Zoom-call zit met Elio Di Rupo”

Maarten

Zoon van infectioloog Erika Vlieghe

Tegelijk zijn haar jongens, uiteraard, prima gevaccineerd. Spuitje tegen hondsdolheid voor hun laatste trip naar Cambodja, prikjes tegen tekenencefalitis voor alle komende scoutskampen. En wat als een van de jongens binnenkort naar Tanzania vliegt zónder malariapillen in z’n trekzak? “We hebben de droom om samen naar Afrika te gaan, maar dat zou ik toch proberen uit z’n hoofd te praten”, zegt Erika. De broers schudden hun hoofd. “Zouden we toch niet doen. We hebben al te veel beelden gezien van de gevolgen van malaria. Niet eens altijd expres. Als je door de foto’s op mama haar gsm scrolt, duikt er tussen alle mooie vakantiefoto’s plots één op van een voet met een worm in.” (Lees verder onder de foto)

© Bahnmuller Frank

En dan is er nog het kalasjnikov-verhaal. “Mama heeft vroeger een tijdje in Oeganda gewerkt”, zegt Wout. “Blijkbaar is er toen een jongen binnengekomen in het ziekenhuis die met de kalasjnikov van zijn broer aan het spelen was, en per ongeluk in zijn eigen hoofd geschoten had. Uiteindelijk heeft hij het, als bij wonder, overleefd. Zulke verhalen onthouden we natuurlijk, als mama ze ons later vertelt.” Erika: “Moraal van het verhaal: speel nooit met kalasjnikovs. (lacht) Maar ik vertel het hen ook voor het beetje wereldwijsheid. Hoe er ongelofelijk veel afhangt van waar je geboren bent. Dat probeer ik zo mee te geven. De onvoorspelbaarheid van het leven. Maar het zijn geweldige zonen.” Wout en Maarten glimlachen. “En we praten over àlles hoor, niet alleen over infecties. Onze laatste discussie ging erover dat we zoveel familiefeesten hebben. Of het nationaal sepsisplan (dat regelt hoe sepsis aangepakt wordt, een aandoening waarbij het lichaam overreageert op een infectie, red.), daar horen we ook al een halfjaar over. Wanneer moest dat ook weer af zijn?”

Door NieuwsBlad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *