Het is onrustig in Georgië sinds het parlement daar een wetsvoorstel heeft aangenomen van regeringspartij Georgische Droom. De bedoeling van de beoogde wet is dat transparantie verkregen wordt over de financiering van organisaties. Als zij hun inkomsten voor 20 procent of meer uit het buitenland halen, dan worden zij verplicht zich te registreren als “buitenlands agent”. De voorstanders van de wet hopen zo buitenlandse beïnvloeding tegen te gaan en de soevereiniteit van het land te versterken.

De tegenstanders vrezen dat de wet de toetreding tot de EU zal bemoeilijken. Georgië is sinds december kandidaat-lid van de EU. De Europese Commissie heeft het land er afgelopen maand op gewezen dat het aannemen van de wet “negatieve gevolgen” kan hebben voor “de voortgang van Georgië op weg naar de EU”. De wet zou namelijk niet in overeenstemming” zijn met “de Europese kernwaarden”. Journalistieke en maatschappelijke organisaties zouden in hun bewegingsvrijheid worden beperkt. Amerikaanse senatoren hebben gedreigd met sancties tegen Georgische bewindslieden indien zij de buitenlandse agentenwet invoeren.

In Rusland werd in 2012 een vergelijkbare wet ingevoerd. Leden van de Georgische oppositie verwijzen daarnaar om het wetsvoorstel in een kwaad daglicht te stellen. Zij noemen het “de Russische wet”. Deze framing wordt door de westerse media overgenomen. “Politie in Georgië beëindigt met geweld protest tegen Russische wet,” kopte vorige week de NOS. “Opnieuw confrontaties in Georgie om Russische wet,” kopte het AD.

Wat de media onbenoemd laten, is dat de Verenigde Staten al sinds 1938 een buitenlandse agentenwet hebben, de zogeheten Foreign Agents Registration Act (FARA). De wet werd destijds aangenomen om propaganda voor Hitler-Duitsland tegen te gaan. Degenen in de VS die zich hiermee bezighielden, kregen geen verbod opgelegd. Ze kregen alleen de verplichting zich te registreren als buitenlands agent en inzage te geven in hun financiën en opdrachtgevers. De wet is tot op heden van kracht, en hoewel deze officieel geen onderscheid maakt tussen landen, gebeurt dit in de praktijk wel. Zo hebben de Russische nieuws­zender RT en de Chinese mediaorganisatie Xinhua News Agency zich moeten registreren. AIPAC (American Israel Public Affairs Committee), dat zichzelf omschrijft als “Amerika’s pro-Israël lobby” en dat beweert in 2022 de campagnes te hebben gesteund van 365 Amerikaanse politici, hoeft zich niet te registreren. Toenmalig president John F. Kennedy en diens broer Robert hebben in 1962 en 1963 nog tevergeefs geprobeerd de registratie af te dwingen van de voorganger van AIPAC, de American Zionist Council (AZC).

Rusland heeft sinds 2012 een buitenlandse agentenwet. Daarop kwam meteen al veel kritiek vanuit het buitenland, waaronder van de VS. President Poetin liet destijds weten niets te begrijpen van de ophef. “Wat is er mis met de eis dat degene die zich bezighoudt met politieke activiteiten en die vanuit het buitenland wordt gefinancierd, verplicht wordt zich te registreren als buitenlandse agent?”, vroeg hij. Hij legde ook uit waarom hij het belangrijk vond dergelijke organisaties met argwaan tegemoet te treden. “Als buitenlanders betalen voor politieke activiteit in ons land, dan betekent dat dat ze een bepaald resultaat willen bereiken.”

De Georgische premier Irakli Kobakhidze beschuldigde vorige week de Verenigde Staten ervan organisaties in zijn land te financieren met de bedoeling een kleuren­revolutie te veroorzaken. Deze organisaties zouden al twee tevergeefse pogingen hebben ondernomen: eenmaal in 2020 en eenmaal in 2022. Hij verdedigde de wet ook door te zeggen dat deze juist aansluit bij Europese kernwaarden: transparantie en verantwoordingsplicht.

Het Oekraïense wetsvoorstel moet nog één stemming overleven om definitief een wet te worden. Dit gebeurt waarschijnlijk op 17 mei.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *