• ma. jul 6th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

De kreet “Medische noodzaak” stond centraal in het verhoor van Hanneke Schippers bij de parlementaire enquêtecommissie. Binnenkort volgt de diepgravende analyse van dat hele verhoor door Jan van der Zanden.


Op 3 juli 2026 legde Hanneke Schipper-Spanninga, ten tijde van de pandemie directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij Binnenlandse Zaken, onder ede uit hoe haar directie de coronamaatregelen aan de grondwet toetste.

Terugkerende kernbegrippen waren “medische noodzaak” en “bedreiging/gevaar voor de volksgezondheid” want “Als dat niet aan de orde is, dan is er helemaal geen bevoegdheid om maatregelen te nemen” zei Schipper. Die medische noodzaak moest zij afwegen tegen het recht op leven, artikel 2 EVRM.

Dus ziekte en sterfte door Covid werd afgewogen tegen een andere categorie: Rechten.

Dat is een manke vergelijking omdat de totale Volksgezondheidswinst zou moeten worden afgewogen tegen ‘rechten’, niet alleen de impact van het SARS-CoV-2 virus. Volksgezondheid is meer dan alleen ‘Zorg’ of ‘een zware griep’. Gezondheidsinterventies, medisch of niet-medisch hebben meestal ook negatieve gezondheidsimplicaties. Elke verstoring van een natuurlijke balans brengt risico’s met zich mee.

Of de Volksgezondheid gebaat is bij een interventie wordt niet bepaald door het afwegen van (vermoede) positieve effecten op een specifieke ziekte tegen iets als een ‘recht’. Recht staat daar nog buiten.

Commissielid Poortman scheerde rakelings langs het onderwerp: “Eigenlijk staat alleen dat positieve recht op leven tegenover een veelheid aan inbreuken.” Schippers antwoordt: “Ja, getalsmatig klopt dat. Maar zo werkt het niet.”

Maar bij medische kwesties werkt het dus wél zo.

Ze erkent de scheefheid en laat hem staan. En telkens als de logica faalt, heft ze hetzelfde schild: “het is geen wiskunde.” De echte weging, zegt ze, is aan de politiek. De jurist toetst smal; de politicus weegt de rest. Handig, want zo hoeft niemand de hele som te maken.

Ze had deels gelijk: het is geen hogere wiskunde, maar het is wel uit te rekenen.

De rekensom wás gemaakt

Het kwantificeren van gezondheids- en medische vraagstukken gebeurt doorgaans in QALY (Quality Adjusted Life Years) – hét instrument waarmee Nederland meet of zorg het geld waard is, standaard toegepast door het Zorginstituut tot op de euro bij elk nieuw medicijn.

Op 20 mei 2020 rekende zorgadviesbureau Gupta Strategists het uit. Covidzorg in de ziekenhuizen redde 13.000 tot 21.000 gezonde levensjaren. Het uitstellen van reguliere zorg kostte er 100.000 tot 400.000. Een factor tien, de verkeerde kant op. Gupta Strategists is overigens geen activistische club maar een gerespecteerd adviesbureau dat samen met hoogleraren onder meer VWS adviseert.

Het rapport werd prompt afgebrand. De factcheckers van Nieuwscheckers noemden de factor tien “onbewezen”, om vervolgens toe te geven dat het opschorten van zorg “zeker voor verloren levensjaren heeft gezorgd”. De ruzie ging dus nooit over de richting, alleen over de precieze factor. Over aantallen die, zoals ik in juni 2020 al schreef: niemand heeft gemeten, geforecast, geëvalueerd of zelfs maar geschat. Toch is er ‘beleid’ gemaakt.”

Daarnaast bestond er een tweede stuk waar ze iets aan hadden kunnen hebben. Ambtenaren van Economische Zaken maakten in maart 2020 een kosten-batenanalyse van de ‘intelligente lockdown’, later openbaar via een Wob-verzoek van oud-CBS-directeur Jan van der Zanden. Ook daar: een geschatte gezondheidswinst van de orde 100.000 QALY’s tegenover een veel grotere gezondheids- en economische schade. Jan van der Zanden, destijds, bij een artikel uit juli 2022 “Vandaar mijn best guess dat je de 500.000 qalys uit dat rapport moet delen door 2 a 3. Dan nog is de uitkomst afschuwelijk. (…) Per saldo is de qaly opbrengst gewoon negatief.”

Dát is het soort rekensom waarmee je de lege container “medische noodzaak” vult.

De paradox

Schipper, terugblikkend: “Er is zelden zoveel aandacht geweest voor grondrechten als in de coronapandemie.” Dat zal best maar als je Volksgezondheid niet op een of andere manier weet te waarderen of te kwantificeren, hoe durf je dan de term “medische noodzaak” af te wegen tegen nog veel abstractere “rechten”?

Het wordt niet eens genoemd. Ook niet door de commissie, met name dat is zorgelijk. Mogelijk valt het buiten de hen toebedeelde speelruimte. Geen waarheidsvinding, geen systeemkritiek terwijl juist daar de lessen zouden moeten worden geleerd. Iedereen neemt genoegen met het nietszeggende “Medische noodzaak”. Dat staat dan voor het glorieuze corona-specifieke effect van de zware interventies (c.q. de verlaging van de R met 8%-13%). Ook al is dat nooit degelijk onderbouwd en werden juist die zware interventies pre-corona expliciet afgeraden door de WHO, in hun pandemische richtlijnen van 2019: Hierin werd specifiek gesteld dat maatregelen zoals contactopsporing, quarantaine van blootgestelden en grenscontroles onder geen enkele omstandigheid werden aanbevolen, zelfs niet bij een ernstige pandemie. Destijds werd alleen het vrijwillig isoleren van zieke personen geadviseerd..

De onderbouwing was ver te zoeken en modelleurs staken een hallucinerende AI naar de kroon met angstwekkende grafieken.

Maar ja – een ‘medische noodzaak’ met mogelijk negatief effect op de Volksgezondheid? Die paradox is niet recht te breien. En “we moeten toch íets doen!”? Dat geeft de Rule of Rescue nu eenmaal in, de wetenschappelijke term voor een reflex waar iedereen met gezond verstand vragen bij zal stellen, zoals ik dat in april 2020 ook deed.

Daarom hoeft niemand de term ‘medische noodzaak’ grondig uitgewerkt te zien; want stel je voor dat die negatief uitvalt.

Een rekensom die het kabinet bij een pilletje nooit zou overslaan, werd bij de zwaarste vrijheidsbeperking sinds de oorlog niet gemaakt en zo dekt een waardevrij woord een eenzijdige afweging. Een balans zonder debetkant wordt als positief beoordeeld door een jurist met de mededeling “ik heb geen verstand van boekhouden, dat moet de politiek maar doen”.

Er mocht niemand doodgaan aan Covid. De taakverdeling tussen jurist en politicus zorgde dat de enige vraag die telde – ‘wegen de doden wel tegen de doden op?’ – in zijn totaliteit bij niemand op het bureau belandde.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *