• do. jul 2nd, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Burgemeester Amsterdam en voorzitter Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

Halsema en de Rule of Rescue: een fatale geestesgesteldheid

De kern

Marianne Zwagerman stelde de vraag die boven elk verhoor hangt: hoe kon deze massapsychose niet worden tegengehouden? Hoe kon iemand als Halsema — met toegang tot álle informatie, met een scherp analytisch vermogen, met het juiste rechtsstatelijke kader en met zichtbare gewetensnood — tóch blijven meewerken?

Het antwoord dat Halsema zelf gaf, is onthullender dan ze waarschijnlijk besefte: ze vond en vindt het, in weerwil van haar felle en goed doordachte kritiek, uiteindelijk grotendeels goede besluiten. Waarom? Omdat de IC’s vol lagen en er mensen doodgingen. Dit was geen kwestie van Befehl ist Befehl of blinde onderhorigheid aan de ministerraad, zoals Zwagerman veronderstelt. Nee, Halsema was zelf diep overtuigd van de noodzaak.

Daarmee is zij het schoolvoorbeeld van de Rule of Rescue: het psychologische en morele mechanisme waardoor bestuurders disproportioneel ingrijpen om zichtbare, acute slachtoffers te redden, terwijl ze toekomstige, diffuse maar zeer reële schade negeren. Orr en Wolff (2014) beschreven het al: een verdrinkend kind hier en nu uit de rivier halen voelt als een absolute morele plicht, maar tien anonieme verdrinkingen over tien jaar voorkomen voelt abstract.

De constant gecommuniceerde dreiging van massale medische horror op de IC-afdelingen werkte verlammend op Halsema’s kritische denkvermogen. Om die vermeende horror te bezweren, accepteerde ze blindelings maatregelen zonder enige wetenschappelijke basis: de 1,5 meter, mondkapjes in de buitenlucht, de invoering van 2G en 3G. Daarmee veronachtzaamde ze het utilistische principe dat de diffuse, toekomstige schade — de verwoeste mentale gezondheid van een hele generatie jongeren, de uitgestelde zorg voor duizenden hart- en kankerpatiënten — een vele malen grotere medische catastrofe vormde dan de crisis die ze probeerde te bezweren.

De ultieme ironie: de angst voor medische horror leidde tot een stelsel dat zélf horror produceerde. Reguliere patiënten met een goede prognose werden verdrongen door gecorrumpeerde triage — de reguliere medische ethiek maakte plaats voor een Corona-eerst-beleid ten gunste van multimorbide coronapatiënten met een zeer korte levensverwachting. Er zijn, aldus prof. Armand Girbes (intensivist VUMC), nog nooit zo veel patiënten zo totaal zinloos en onder erbarmelijke omstandigheden op de IC’s overleden als in de coronatijd. En dat maakt het juist zo ernstig.

Openhartig, maar loyaal tot het bot

Halsema onderscheidde zich in één opzicht wezenlijk van vrijwel alle andere getuigen: ze sprak zonder meel in de mond. Haar kritiek op het beleid was scherp en concreet:

  • Jongeren en kwetsbaren werden ernstig veronachtzaamd. Juist in de regio’s was dat zichtbaar en voelbaar — een punt dat naadloos aansluit bij wat Kalverboer eerder betoogde.
  • De maatregelen namen idiote, inconsistente vormen aan: de avondklok, bijeenkomsten tot 24.00 uur, samenscholingsverboden buiten — niet te handhaven, disproportioneel en volgens haarzelf ook nog ronduit ineffectief en dus onzinnig.
  • De machtsoverdracht naar de veiligheidsregio’s was problematisch en onrechtsstatelijk. De voorzitters van de regio’s zetten in feite de burgemeesters en gemeenteraden van de regiogemeenten buitenspel; democratische controle ontbrak volledig. In het begin vond ze dat nog te rechtvaardigen vanwege de onzekerheid en de grote medische crisis, maar met elke verlenging werd het problematischer. Toen landelijke wetten de noodverordeningen vervingen, werd het alleen maar erger: sturing van bovenaf, regio’s hadden staatsrechtelijk nog slechts uit te voeren. Geen invloed meer, geen tegenspraak.
  • Vanaf dat moment werden de maatregelen steeds repressiever, met een obsessieve nadruk op handhaving. De Tweede Kamer speelde daarin bepaald geen goede rol — die gaf er nog een extra zwieper aan. Waar de rechtsstaat normaal burgers moet beschermen tégen de overheid, werd de overheid zélf een instrument van repressie.

Allemaal vlijmscherp door Halsema geanalyseerd.

Crisisinflatie en het veiligheidsberaad

Een belangrijk punt dat Halsema scherp benoemde was het fenomeen van crisisinflatie (de term die de Commissie gebruikte). De overheid ontwikkelde tijdens Corona de neiging om álles een crisis te noemen, zodat er harder en makkelijker kon en kan worden ingegrepen via het veiligheidsberaad — zoals bij de “asielcrisis”. Grip-4-scenario’s werden houtje-touwtje met noodverordeningen afgehandeld. Zeer kwalijk volgens Halsema: gebrek aan democratische controle en een overheid die zich tegen de eigen burgers keert.

Het Museumplein als keerpunt

Halsema had grote moeite met het schoonspuiten van de “lieve mensen” op het Museumplein. Ze analyseerde scherp dat dít het moment was waarop de bevolking er genoeg van kreeg — en waarop een groot, blijvend wantrouwen tegen de overheid en de bestuurlijke elite ontstond. Ze rekent zichzelf daar nadrukkelijk toe.

Maar hier wringt het. Ze zag het gebeuren, ze analyseerde het feilloos, ze voelde gewetensnood — en ze voerde toch uit. Haar verweer: de maatregelen waren democratisch tot stand gekomen, en als het lokale bestuur onderling gaat ruziën bij toenemend protest en polarisatie, maak je de situatie alleen maar erger. Een streep trekken of aftreden? Effectief zou het niet zijn geweest, want haar plek zou “gewoon” door iemand anders zijn ingenomen. Kijk naar Mona Keijzer: die trad af, en het beleid veranderde geen millimeter.

Dat is een pragmatisch argument. Maar het is óók een excuus dat elk verzet bij voorbaat zinloos verklaart. Als de burgemeester van de hoofdstad, met haar statuur en publieke platform, géén verschil had kunnen maken — wie dan wel?

Wat ze níet zag — of niet wílde zien

Ondanks al die scherpe analyses nam Halsema keer op keer de foute afslag: het Museumplein schoonvegen, de 1,5 meter in de parken en de avondklok handhaven, 3G invoeren. Geen fundamentele kritiek op de irrationaliteit van de 1,5 meter, de vaccinatiedrang of de disproportionaliteit van het hele bouwwerk. Ze was het zelfs met het grootste deel van het beleid gewoon eens, zo benadrukte ze expliciet. Sterker nog: ze wilde in de zomer van 2020 een mondkapjesplicht. Buiten! “Baat het niet, dan schaadt het niet,” zei ze over mondkapjes. Het sluiten van parken noemde ze desastreus — maar géén verkeerde beslissing. Ze baseerde zich bovendien deels op het Red Team, met zijn alarmistische en in feite nog eenzijdiger medische insteek dan het OMT.

De weerbarstige realiteit dat mensen op de IC lagen dood te gaan, liet voor haar “geen ruimte voor vrij gesprek”. Een uitspraak die niet valt te rijmen met haar eigen kritiek dat het OMT een te eenzijdig medische focus had en het kabinet te eenzijdig besliste — ze was het dus zelf eens met die eenzijdigheid.

Van iemand met haar intellectuele kaliber mag je meer kritisch en consistent denkvermogen verwachten. Precies dát is de Rule of Rescue in actie: het acute, zichtbare leed verdringt elke ruimte voor kritische reflectie op de maatregelen zélf. Ook bij Halsema. Beter gezegd: zelfs bij Halsema.

De tragiek: disproportionaliteit zonder wegingskader

Femke Halsema was de meest openhartige, meest zelfkritische en meest intellectueel eerlijke getuige tot nu toe. Ze had gewetensnood en verbloemde dat niet. En tóch bleef ze meewerken; tóch vond ze het uiteindelijk goede besluiten.

Er was, ook bij haar, zeker een (vaag) besef van disproportionaliteit. Maar ze kon het niet hard maken; ze kon het voor zichzelf niet in het reine brengen. Want disproportionaliteit zonder objectief wegingskader is een hol begrip — en wordt direct geslachtofferd zodra er ook maar één persoon in nood is. Het utilistische denken — tien toekomstige doden wegen tien keer zo zwaar als één dode nu — werd verramsjt. Door iedereen: Halsema, Slob, Kalverboer en het hele stelsel.

Marianne Zwagerman, Maurice de Hond en veel andere critici van het beleid hebben dit mechanisme niet in beeld. Men zoekt externe oorzaken: kwade opzet, samenzwering, incompetentie, internationale krachten. Maar Halsema liet zien dat het erger is; dieper zit; persoonlijker is. Overtuigde, intelligente, principiële mensen namen disproportionele besluiten omdat ze dachten dat het zo moest. Goede bedoelingen, geen kwade opzet, geen domheid, geen ontbrekend gevoel voor burgerlijke vrijheden, en een groot ongemak over het verlies van rechtsstatelijkheid — en toch die foute besluiten.

De Rule of Rescue is verleidelijk omdat ze zich vermomt als morele urgentie. Maar morele urgentie zonder utilistische toets is morele willekeur. Zolang dát inzicht niet doordringt, blijven commissies, processen, protocollen, verhoren en aanbevelingen symptoombestrijding. Medische voorbereiding moet beter, gedragswetenschappers moeten aan tafel, lokale en nationale democratie moet blijven functioneren — allemaal waar. Maar de kern blijft onaangeroerd.

Hoe het wél kan: kosten-batenanalyses

De echte les van Halsema’s verhoor is dat een systeem waarin zelfs de meest kritische geesten gevangen blijven in de Rule of Rescue, fundamenteel herzien moet worden. Dat begint met erkennen dat goede bedoelingen en volle IC’s geen vrijbrief zijn om het utilistische denken — dat bij het ministerie van VWS vóór Corona bij bijna elke beleidskeuze usance was — op te schorten. Van elke maatregel, en zeker van ingrijpende maatregelen, moet een kosten-batenanalyse worden gemaakt. Niet achteraf, maar vooraf.

Dat kán, want het ís gedaan: ambtenaren van het ministerie van EZK maakten eind maart 2020 zo’n analyse, samen met ambtenaren van VWS en Financiën, zoals ze bij ingrijpende beleidsvoorstellen gewend waren. Maar de studie mocht niet geopenbaard worden. Hun berekening was dramatisch en achteraf tamelijk exact: er zouden ca. 100.000 levensjaren worden gered door de lockdown, en er zouden er ca. 620.000 verloren gaan. Precies zoals Orr en Wolff in 2014 betoogden.

Dit scenario zal zich bij elke grootschalige crisis herhalen, zolang het Rule-of-Rescue-denken in de hoofden van beleidsmakers, media en burgers niet wordt vervangen door een utilistische benadering.


Bronnen:

Orr & Wolff (2014), Reconciling cost-effectiveness with the rule of rescue: the institutional division of moral labour.

https://www.researchgate.net/publication/271918715_Reconciling_cost-effectiveness_with_the_rule_of_rescue_the_institutional_division_of_moral_labour

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (eind maart 2020). Maatschappelijke kosten/baten analyse MKBA COVID-19 maatregelen, versie 1 en 2. (Voorspelling: ca. 100.000 gewonnen levensjaren vs. ca. 620.000 verloren levensjaren door lockdownbeleid.) Min EZK Maatsch Kosten Baten Analyse 1 en 2.pdf

of  https://janvdzanden-my.sharepoint.com/:b:/g/personal/jan_janvdzanden_onmicrosoft_com/IQBJYx2RkHdlRY-TAdCs_w37AWOHYqx8AobgdgVeESgukbE?e=g0gLiw ).

Achtergrond artikel/FAQ bij publicatie EZK kosten/baten analyse en de Rule of Rescue.

0 FAQ bij BlckBx video.docx


Deze beschouwing is ook toegevoegd aan de verzamelpost PEC: notities van ir. Jan van der Zanden

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *