
Voor het eerst in jaren registreert de politie weer meer woninginbraken. In de eerste helft van 2026 ging het om ongeveer 10.000 gevallen, tegenover circa 9.800 in dezelfde periode vorig jaar.
En bij woninginbraak gaat het nooit alleen om een gestolen televisie, laptop of sieraad. Een crimineel dringt de meest persoonlijke omgeving binnen die een mens heeft: zijn huis. Slachtoffers voelen zich soms jarenlang niet meer veilig in hun eigen slaapkamer.
In meer dan de helft van de provincies een stijging
Nijmegen sprong er in absolute zin uit. Daar steeg het aantal geregistreerde woninginbraken van ongeveer honderd in de eerste helft van 2025 naar circa 150 in dezelfde periode van 2026.
Tegelijkertijd zijn er plaatsen waar de ontwikkeling wél positief is. In Flevoland daalde het aantal met bijna een kwart, vooral door een sterke afname in Almere. Dat laat zien dat een stijging geen natuurverschijnsel is. Lokale omstandigheden, politiewerk, preventie en dadergroepen kunnen een groot verschil maken.
De politie heeft nog geen algemene verklaring gegeven voor de landelijke toename. Het zou daarom onverantwoord zijn om zonder bewijs één oorzaak aan te wijzen.
Maar geen verklaring hebben is iets anders dan geen actie hoeven ondernemen.
Pak hotspots en recidivisten gericht aan
De politie moet per regio inzichtelijk maken waar de stijging plaatsvindt, op welke tijdstippen wordt ingebroken en hoeveel verdachten bekende recidivisten zijn. Niet om criminelen van tevoren te waarschuwen, maar om gemeenten en bewoners gerichte maatregelen te laten nemen.
Extra surveillances moeten worden ingezet in wijken waar aantoonbaar sprake is van een patroon. Recherchecapaciteit en forensisch onderzoek mogen niet worden wegbezuinigd omdat bestuurders liever investeren in communicatiecampagnes.
Een taakstraf of enkelband is voor een beroepsinbreker geen serieuze boodschap.
Preventie mag niet op de burger worden afgeschoven
Natuurlijk kunnen mensen zelf sloten verbeteren, verlichting plaatsen en afspraken maken met buren. Maar de overheid mag woninginbraak niet reduceren tot een preventieprobleem van de bewoner.
Burgers betalen hoge belastingen voor politie en justitie. Zij mogen verwachten dat daders worden opgespoord, vervolgd en opgesloten. Een folder over een gecertificeerd slot is geen vervanging voor een rechercheur.
Verzekeraars, politie en gemeenten zouden bovendien snel waarschuwingen moeten delen wanneer in een buurt een reeks inbraken plaatsvindt. Niet weken later in een kwartaalrapport, maar direct.
Geen reden voor paniek, wél voor daadkracht
De landelijke stijging bedraagt ongeveer twee procent. Dat gegeven moet eerlijk worden vermeld. Felle journalistiek betekent niet dat cijfers worden opgeblazen; het betekent dat bestuurders niet mogen wachten tot een kleine trendbreuk is veranderd in een groot probleem.
Het verleden laat zien dat woninginbraak succesvol kan worden teruggedrongen. Dan moet de overheid wel blijven investeren in zichtbare politie, opsporing, buurtinformatie en consequent straffen.
Een huis is geen willekeurig bezit. Het is de plaats waar kinderen slapen, gezinnen leven en ouderen zich beschermd moeten voelen.
Wanneer het aantal woninginbraken na jaren weer stijgt, moet Den Haag niet relativeren, afwachten of een werkgroep instellen. Het moet de politie laten optreden.
Voordat die kleine stijging een nieuwe normale werkelijkheid wordt.
Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/politiek/woninginbraken-stijgen-eerste-helft-2026
.

