
Wat zeggen de cijfers? In figuur 4 zijn weergegeven de netto productie en het netto verbruik van elektriciteit van 1990 t/m 2025 volgens het CBS. De netto productie is de som van kernenergie, brandstoffen (kolen, olie, aardgas, overige brandstoffen en biomassa), waterkracht, windenergie, zonne-energie en ‘overige bronnen’.
Opvallend is dat er vanaf ongeveer 2008 geen toename van het netto verbruik te zien is: de trend is vlak. En dat ondanks het feit dat de afgelopen jaren grootverbruikers van elektriciteit, zoals de elektrische auto en de warmtepomp, hun intrede hebben gedaan. Blijkbaar hield de elektrificatie tot nu toe ongeveer gelijke tred met het zuiniger worden van elektrische apparaten.
De netto productie houdt tot 2008 gelijke tred met het verbruik. Het verschil tussen verbruik en productie in deze periode werd aangevuld met stroom uit het buitenland. Dat wordt vanaf ongeveer 2018 anders als de productie op jaarbasis hoger wordt dan het verbruik.
Het stroomverbruik van huishoudens per etmaal toont typisch een grillig verloop met twee duidelijke pieken: de ochtendspits (tussen 07:00 en 09:00 uur) en de avondspits (tussen 17:00 en 20:00 uur). Overdag is het verbruik lager en ’s nachts vlakt het af tot een constant laag sluipverbruik.
Bij een netwerk op basis van voornamelijk brandstof gevoede centrales was het relatief makkelijk om het aanbod af te stemmen op de vraag. Dat geldt met name voor de regelbare gasgestookte centrales, die binnen een half uur aan-en uitgeschakeld kunnen worden. Zo kon het aanbod van stroom goed gematcht worden met de schommelingen in de vraag. Dat werd de afgelopen 10 jaar anders:
Source: https://clintel.nl/netcongestie-oorzaak/
.
