
Dertig cent voor iedere vergoede kilometer naar het werk. Bij een groothandel in het Brabantse Klundert krijgen werknemers die vergoeding inmiddels, omdat de hoge brandstofprijzen steeds zwaarder op hun budget drukken.
Aquatic Wholesale Group, een bedrijf met ongeveer zeventig medewerkers, besloot de vaste kilometervergoeding te verhogen. Veel werknemers zijn aangewezen op de auto: de locatie is volgens de werkgever lastig bereikbaar met het openbaar vervoer.
Het voorbeeld laat zien dat de belastingvrije kilometervergoeding geen absoluut maximum is. Een werkgever mag meer betalen. De vraag is vervolgens hoeveel daarvan netto overblijft en of jouw eigen werkgever verplicht is dezelfde stap te zetten.
Hoger dan de belastingvrije grens
Die afstand betekent voor een volledige werkdag circa vijftig kilometer heen en terug. Een verschil van enkele centen per kilometer kan dan over een maand behoorlijk aantikken.
Een vergoeding van 30 cent ligt daar vijf cent boven. Dat extra deel is niet automatisch belastingvrij voor de werknemer.
Vijftig euro verschil bij duizend kilometer
Neem als eenvoudig rekenvoorbeeld een werknemer die in een maand duizend kilometers vergoed krijgt. Tegen 25 cent ontvangt die €250. Tegen 30 cent gaat het om €300.
Het verschil is €50 vóór eventuele belasting over het meerdere. Over twaalf identieke maanden zou het €600 zijn. Dat is een vergelijking, geen voorspelling van wat iedere werknemer jaarlijks ontvangt: vakanties, thuiswerken en het aantal werkdagen maken verschil.
Wie aanbieders of werkgevers vergelijkt, moet daarom niet alleen het bedrag per kilometer opschrijven. Ook het aantal kilometers dat daadwerkelijk wordt vergoed telt mee.
Een hoger tarief met een lage maximale reisafstand kan minder opleveren dan een iets lager tarief waarbij alle afgesproken kilometers worden betaald.
Meer fiscale ruimte betekent niet vanzelf meer loon
Dat de overheid een hogere belastingvrije vergoeding toestaat, verandert niet automatisch ieder arbeidscontract.
De werkgever moet kijken naar de afspraken in de arbeidsovereenkomst, de cao en eventuele personeelsregelingen. Daar kan een vast bedrag staan. Er kan ook zijn afgesproken dat de vergoeding meebeweegt met de maximaal vrijgestelde vergoeding.
De nuttigste vraag aan de salarisadministratie is niet alleen waarom je nog geen 30 cent krijgt. Vraag eerst welke regeling op jou van toepassing is, welk tarief daarin staat en hoe jouw maandbedrag wordt berekend.
Controleer ook terugwerkende kracht
Voor werknemers die eerder dit jaar 23 cent per kilometer ontvingen, kan nog een tweede vraag spelen. De werkgever mag het verschil tot 25 cent alsnog onbelast vergoeden.
Ook dat is niet in iedere situatie automatisch een opeisbare nabetaling. Maar wanneer de cao of het contract aansluit op de fiscale grens, verdient de afspraak een controle.
Bij vijfduizend eerder vergoede kilometers is twee cent verschil €100. Het gaat dan niet om een nieuw gereden ritje, maar om een mogelijke correctie over kilometers die al zijn gemaakt.
Bewaar daarom de gegevens waarop de vergoeding is gebaseerd. Denk aan declaraties, afspraken over werkdagen en berichten over thuiswerken. Daarmee kan een eventuele correctie worden nagerekend.
Een kilometervergoeding betaalt meer dan benzine
Tegelijk hoeft een werknemer niet iedere maand hetzelfde bedrag aan onderhoud uit te geven. Daardoor kan een vergoeding op korte termijn ruim lijken, terwijl later een grote onderhoudsrekening volgt.
Voor het huishoudbudget helpt het om de ontvangen reiskostenvergoeding apart te vergelijken met de totale autokosten. Dan wordt zichtbaar welk deel van het reizen naar het werk uiteindelijk uit het gewone salaris wordt betaald.
De werkgever in Klundert heeft besloten daar meer aan bij te dragen. Voor andere werknemers begint de vergelijking bij hun eigen loonstrook. Dertig cent klinkt aantrekkelijk, maar het nettoresultaat zit in het tarief, de vergoede afstand en de precieze arbeidsafspraak samen.
Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/kilometervergoeding-30-cent-werkgever-belasting
.

