“In een wereld waar de waarheid wordt gemuilkorfd, is de overwinning van de vrije pers slechts een schim van wat ooit was. De stemmen van onafhankelijke journalisten, eens de hoeders van de democratie, zijn nu verstomd door een systeem dat hen uitsluit. Wat ooit een recht was, is nu een privilege, en de schaduw van censuur hangt dreigend over de openbaarheid van onze rechtszaal.”
…een “grote overwinning voor de vrije pers”.
Woensdagmiddag bereikte mij via advocaat Meike Terhorst het heuglijke nieuws dat de rechtbank in Den Haag de zogeheten accreditatievoorwaarden in de Persrichtlijn 2025 onrechtmatig heeft verklaard. Volgens deze voorwaarden mogen alleen verslaggevers die in het bezit zijn van een politieperskaart of lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten als pers rechtszaken bijwonen.
De voorwaarden zijn onrechtmatig en onverbindend, want in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, aldus de rechtbank Den Haag. De zaak was aangespannen door Sander Compagner namens de Vereniging van Vrije Journalisten, Rico Brouwer en rechtbankjournalist Djamila le Pair.
Voorheen konden ook onafhankelijke journalisten en alternatieve mediaplatforms toegang krijgen tot de rechtszaal om bijvoorbeeld opnames te maken. De nieuwe regels sloten veel onafhankelijke journalisten uit, waaronder leden van de Vereniging van Vrije Journalisten.
Tom van Lamoen van de Libertaire Partij vat het vonnis van de rechtbank als volgt samen: de Staat mag niet bepalen wie “echte journalistiek” bedrijft via een gesloten accreditatiesysteem, persvrijheid geldt óók voor onafhankelijke en niet-traditionele journalisten en toegang tot openbare rechtspraak mag niet afhankelijk worden gemaakt van lidmaatschap of inkomenseisen van private beroepsorganisaties.
Van Lamoen spreekt van een “grote overwinning voor de vrije pers”.
Tweede Kamerlid Gideon van Meijeren stelde Kamervragen over de herziene persrichtlijn van de rechtspraak, wegens “evidente strijd met de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid”. De regering ontkende in alle toonaarden dat sprake zou zijn van een inperking van grondrechten en weigerde het beleid terug te draaien.
De rechtbank oordeelt dus dat de persrichtlijn wel degelijk in strijd is met de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Van Meijeren noemt het vonnis een “geweldige overwinning voor de nieuwe media”.
Voor wie kennis wil blijven nemen van vrije verslaggeving van rechtszaken wordt dit dus voorlopig weer mogelijk, merkt jurist Jacob van der Veer op. “Wel zal iedereen er zelf actief naar moeten blijven zoeken, want met shadowbanning en algoritmes wordt de praktische toegankelijkheid en daarmee ook de aandacht voor belangrijkere rechtszaken die niet in de reguliere media komen alsnog vaak beperkt gehouden,” benadrukt hij.
Van der Veer, die aan deze procedure een bijdrage mocht leveren, vindt het jammer dat een rechtszaak nodig was om de rechtspraak te laten inzien dat zij artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schond en om haar te dwingen op haar schreden terug te keren.
Een uitgebreide samenvatting van het vonnis lees je hier.
De rechtszitting over de persrichtlijn kun je hier terugkijken via het kanaal van Markus Kamphuis:

