• ma. jul 20th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Er gaapt volgens Koonin een kloof tussen wetenschap en beeldvorming

“Er bestaat een zeer grote kloof tussen wat de klimaatwetenschap daadwerkelijk zegt en wat u is verteld dat zij zegt.” Met die uitspraak vat Steven Koonin de centrale boodschap van zijn lezing samen. De voormalige wetenschappelijk topadviseur van president Barack Obama benadrukt dat hij klimaatverandering niet ontkent. De aarde warmt op, menselijke activiteiten spelen daarbij een rol en dat verdient serieuze aandacht. Zijn kritiek richt zich op de manier waarop wetenschappelijke inzichten vervolgens worden vertaald naar politiek, media en het publiek. Volgens hem is de wetenschappelijke literatuur veel genuanceerder dan het beeld dat uiteindelijk bij het grote publiek terechtkomt.

De cijfers die volgens Koonin te weinig aandacht krijgen

Om dat te illustreren begint Koonin met een aantal opvallende cijfers. Sinds 1900 is de mondiale temperatuur met 1,3 °C gestegen. In dezelfde periode vervijfvoudigde de wereldbevolking, groeide de wereldeconomie met een factor 25 en steeg de levensverwachting wereldwijd met ongeveer vijftig jaar.

Nog opmerkelijker vindt hij dat de sterfte door extreem weer in diezelfde periode met ongeveer 95 procent is afgenomen. Volgens Koonin onderstrepen deze cijfers hoe economische ontwikkeling, technologische vooruitgang en toegang tot betrouwbare energie samenlevingen veel beter bestand hebben gemaakt tegen de grillen van het klimaat.

Hij wijst er bovendien op dat het IPCC zelf geen duidelijke wereldwijde trends rapporteert in de frequentie of intensiteit van orkanen en dat droogteontwikkelingen sterk regionaal verschillen. “De krantenkoppen en de wetenschap zijn simpelweg niet hetzelfde”, concludeert hij.

Volgens Koonin voorspellen sommige klimaatmodellen te veel opwarming

Vervolgens richt Koonin zijn aandacht op de klimaatmodellen die ten grondslag liggen aan veel beleidsbeslissingen. Volgens hem blijken verschillende modellen de opwarming van de afgelopen eeuw systematisch te overschatten. De modellen die het beste overeenkomen met de waarnemingen voorspellen volgens hem een minder sterke toekomstige opwarming dan de modellen die jarenlang de meeste aandacht kregen.

Ook het bekende emissiescenario RCP8.5 krijgt kritiek. Volgens Koonin is dit scenario gebaseerd op een onrealistische ontwikkeling van het mondiale kolenverbruik, maar is het jarenlang gepresenteerd alsof het het meest waarschijnlijke toekomstscenario was. Wanneer volgens hem uitsluitend realistische emissiescenario’s en beter presterende modellen worden gebruikt, komt de verwachte opwarming tegen 2100 uit rond 2,2 °C. Dat vraagt volgens hem om verstandig beleid, maar niet om doemscenario’s.

Hoe nuance volgens Koonin onderweg verloren gaat

Een van de meest opvallende onderdelen van de lezing is Koonins uitleg over de weg die klimaatwetenschap aflegt voordat zij het grote publiek bereikt. Eerst verschijnt een uitgebreid IPCC-rapport vol onzekerheden en wetenschappelijke nuances. Daarna volgt de Summary for Policymakers, waarin de boodschap volgens hem al compacter en stelliger wordt geformuleerd. Vervolgens nemen media en politici vooral die samenvatting over, waarbij de resterende nuances vaak volledig verdwijnen.

Volgens Koonin ontstaat zo een steeds grotere kloof tussen wat de klimaatwetenschap daadwerkelijk concludeert en het beeld dat uiteindelijk het publieke debat bereikt. “Bij iedere stap verdwijnen juist de bevindingen die het alarm zouden kunnen temperen”, zegt hij.

Wat is de prijs van die kloof?

Volgens Koonin blijft daardoor een cruciale vraag te vaak buiten beeld: wegen de kosten van het huidige klimaatbeleid wel op tegen de klimaatwinst die ermee wordt bereikt? Hij wijst op stijgende energieprijzen, een afnemende concurrentiepositie van de industrie en de enorme investeringen in de energietransitie. Volgens hem zouden beleidsmakers veel nadrukkelijker moeten kijken naar de effectiviteit van maatregelen en meer aandacht moeten besteden aan betrouwbare energie en aanpassing aan klimaatverandering.

Koonin illustreert dit aan de hand van het Verenigd Koninkrijk, waar volgens hem jarenlang energiebeleid is gevoerd op basis van een overdreven gevoel van urgentie. Volgens Koonin heeft dit geleid tot de hoogste elektriciteitsprijzen in de ontwikkelde wereld, met grote gevolgen voor huishoudens en de concurrentiepositie van de industrie. In stevige bewoordingen noemt hij het huidige beleid “een zelfopgelegde handicap”. Als hij een lid van de Britse regering tegenover zich zou hebben, zou zijn eerste vraag zijn: “Waar denkt u eigenlijk mee bezig te zijn?” Volgens Koonin laten deze hoge energiekosten zien wat er kan gebeuren wanneer politieke keuzes niet langer worden gebaseerd op een nuchtere afweging van kosten en baten, maar vooral op angst voor klimaatscenario’s.

Een pleidooi voor een open debat

Aan het einde van zijn lezing uit Koonin zijn zorgen over de manier waarop klimaatverandering aan jongeren wordt gepresenteerd. Volgens hem is een generatie opgegroeid met de boodschap dat de planeet tijdens hun leven onleefbaar zou kunnen worden, terwijl de wetenschappelijke literatuur volgens hem een veel genuanceerder beeld laat zien.

Koonin vat de kern van zijn lezing als volgt samen:

“Wetenschap vereist twijfel. Beleid vereist eerlijke afwegingen. En democratie vereist accurate informatie.”


Source: https://clintel.nl/steven-koonin-klimaatwetenschap/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *