*
*
Opgewonden journalisten of….???
2026 © Siegfried Bracke | deze versie WantToKnow.nl/be
*

Aristoteles wist het al: verhalen waar je bang van wordt, doen het bij lezers, luisteraars en kijkers altijd goed, omdat ze ons bevrijden van onze eigen angstgevoelens. Dat is de catharsis-theorie, over de louterende kracht van verhalen. Verhalen dus; fictie. Al lijkt dat inzicht ook de nieuwsgaring te hebben overgenomen…! Neem nu het verhaal van dat cruiseschip De Hondius, dat o.a. voor anker ging in Tenerife en inmiddels in Nederland is gearriveerd.
Het schip met aan boord het -intussen wereldberoemde- hantavirus. We citeren uit verschillende journalistieke bronnen:
- De MV Hondius is een paria op zee. De dood vaart mee. De ogen van de wereld zijn gericht op Tenerife.
- Terwijl de andere passagiers op de archipel van kreeft smullen, ligt de man in een koelcel onder hun voeten…
- Twee dozijn passagiers gaan hier van boord en vliegen naar huis. Niemand beseft dat zij mogelijk een virus over de hele aardbol verspreiden.
- Patiënten gaan in een oogwenk van ‘een beetje ziek’ naar een levensbedreigende situatie
- Is de vijand onderweg gemuteerd? Is het Andes-virus nu besmettelijker dan we ooit durfden te vrezen?
- Is dit het begin van een pandemie?
Is dit nou de nieuwe journalistiek anno 2026??
Hijgend, angstaanjagend, bedreigend, vulgair. Kennelijk omdat: angst werkt, paniek verkoopt. Of spelen er nog heftiger scenario’s..? Enige afstandelijkheid – in mijn jonge jaren de voornaamste journalistieke deugd – is totaal zoek. Vandaag is die afstandelijkheid compleet vervangen door ‘crisisretoriek’. Niet vanwege de feiten, maar omdat de heersende journalistieke cultuur het dicteert. Want die feiten zelf zijn stukken minder indrukwekkend.
Dat hantavirus is bekend: we weten waar het vandaan komt en hoe het zich gedraagt. Het kan dodelijk zijn, net zoals het griepvirus, maar ‘het is niet besmettelijk genoeg en nooit de oorzaak van een pandemie’, zegt viroloog en Gentse universiteitsprofessor Steven Van Gucht.
Zelfs Marc Van Ranst bevestigt dit verhaal, terwijl deze man toch -zoals we weten- gaarne hel en verdoemenis predikt. Maar ook voor een groot viroloog zijn er kennelijk gradaties, nuances en schakeringen die hij dient te respecteren…
Hel en verdoemenis zijn populaire oorden in de journalistiek
Maar hel en verdoemenis zijn WEL populaire oorden in de journalistiek.
Het lijkt wel alsof journalistieke verslaggevers heimwee hebben naar de jaren van de pandemie. Toen de kijkcijfers, ondanks luie redacties, nog de pan uit vlogen. De tijd van de ‘Grote Symbiose’ tussen experts, media en politiek. De VRT-foyer aan de Reyerslaan in Brussel was het enige café dat de hele tijd open mocht blijven. Wie daarbij ook maar enige kritische bedenking had, werd weggezet als onverantwoordelijk, verdacht, ja zelfs immoreel.
Dan doen we het deze keer maar zonder experts, moeten die redacties hebben gedacht. Op naar de Hondius! Een scenario met een virus op een schip waar je niet af kan en waar mensen ook dichter dan anders op elkaar leven – dat kunnen we heus niet laten liggen. Een buitenkans om eindelijk weer relevant te worden… Maar zie hoe ze zich vergissen!
We weten allemaal dat een lichte overdrijving een gepast journalistiek middel is, ten behoeve van de duidelijkheid. Maar een permanente overdrijving als standaardtoon werkt volstrekt omgekeerd: als sirenes de hele tijd blijven loeien, is er geen moord of brand, maar kijken we naar een toneelstuk dat schreeuwt om aandacht.
Het is ook de belangrijkste les van de klimaatberichtgeving.
Het beeld van het meisje dat een protestbord vasthoudt met daarop de weinig aan duidelijkheid overlatende tekst ‘Nog tien jaar!’ werkt écht niet. Ook een Greta Thunberg, die zegt dat wij wel zullen sterven van ouderdom, maar zij van de klimaatverandering, dat werkt niet. Want als de ramp toch niet meer te voorkomen valt, kunnen we die immers net zo goed ontkennen of negeren… Niewaar? Journalistieke hyperventilatie bestaat, en is bovendien van alle tijden. Net zoals sensatiezucht. Journalisten zijn bovendien ook gewone mensen en ook die maken dus fouten.
Herinner je de doemberichten in 1999 over een aanstaande ‘millenniumbug’. Ook al hebben die berichten er misschien ook wel voor gezorgd dat toen de nodige maatregelen zijn genomen om de voorspelde chaos te voorkomen. Of herinner je -ook in de jaren ‘90– na de zaak-Dutroux, de berichten over satanische netwerken van kindermisbruikers, onder wie ‘hooggeplaatsten’… Toen deze geruchten groot nieuws werden en redacties verdeeld werden tussen ‘believers’ en ‘non-believers’.
Het was tegelijk de tijd dat we in de journalistiek begrepen, dat het politieke nieuws niet per definitie voorrang had. Een tijd waarin we hadden geleerd dat nieuws niet alleen moest gaan over belangrijke dingen, maar ook altijd over belangwekkende dingen. Nieuws is wat mensen dienen te weten, maar ook wat mensen willen weten. Nieuws is zowel feiten als emotie.
Een functie van de vierde macht is maatschappelijke oververhitting voorkomen.
evaarlijk als het alleen over emotie gaat; zéker als die emoties opgeblazen worden.
Daar waar je -als consument van dat nieuws- het verschil tussen informeren en angst aanpraten niet meer kunt onderscheiden. Een van de functies van de vierde macht in een democratie is maatschappelijke oververhitting voorkomen. En dat is dus niet het omgekeerde: de paniek aanzwengelen.
Maar ik vrees dat het wel degelijk zover is. De permanente overdrijving ondermijnt de intrinsieke geloofwaardigheid van de journalistiek. En die is al tijden niet om over naar huis te schrijven. Oorlog en geopolitieke spanning, artificiële intelligentie, het klimaat: het zijn thema’s van groot belang. En juist daarom geen onderwerpen om opgewonden over te doen. Laat de journalistiek er een tandje bijzetten en trachten haar essentiële rol in te vullen.

