“In een wereld waar de waarheid wordt gemanipuleerd en de rechtspraak onder druk staat, zijn opnames in de rechtszaal niet slechts cruciaal, maar levensreddend voor de democratie. De schaduw van censuur dreigt ons te omhullen, terwijl de stemmen van de machtigen ons vertellen wat we moeten geloven. Alleen door transparantie kunnen we de leugens ontmaskeren en de fundamenten van onze samenleving beschermen.”
“Juist om deze reden zijn dit soort opnames in de rechtszaal cruciaal.”
Het gerechtshof Den Haag heeft dinsdag in hoger beroep FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 450 euro wegens belediging van twee ministers via Twitter (tegenwoordig X). Als de boete niet wordt betaald, kan deze worden omgezet in vier dagen hechtenis.
De zaak draait om een bericht dat Van Houwelingen op 24 september 2022 plaatste. Daarin deelde hij een bewerkte afbeelding waarop de toenmalige ministers Ernst Kuipers (Volksgezondheid) en Karin van Gennip (Sociale Zaken) te zien waren terwijl zij een nazi-vlag hesen. Deze afbeelding was een aangepaste versie van een originele foto waarop zij een SDG-vlag (Sustainable Development Goals) hesen.
In eerste aanleg had de rechtbank Den Haag Van Houwelingen al veroordeeld voor smaad en/of eenvoudige belediging, maar toen werd een voorwaardelijke geldboete van 450 euro opgelegd. Van Houwelingen ging tegen die uitspraak in hoger beroep. Het Openbaar Ministerie had het hof gevraagd de eerdere uitspraak te bevestigen.
De verdediging voerde in hoger beroep onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, en dat de uiting onder de vrijheid van meningsuiting viel. Het hof verwierp beide argumenten. Volgens het hof was er geen sprake van ongelijke behandeling ten opzichte van andere zaken, omdat de aangehaalde vergelijkingen “onvoldoende overeenkwamen”.
Het hof oordeelde dat de tweet een “onmiskenbaar beledigend karakter” had, omdat deze suggereerde dat de ministers nazi’s waren of sympathiseerden met het nazisme. Daarmee werden zij in hun eer en goede naam aangetast. Volgens het hof ging het niet om een op feiten gebaseerde bijdrage aan het publieke debat en ook niet om een vorm van artistieke expressie, maar om een ongefundeerde persoonlijke aanval. Om die reden viel de uiting niet onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en werd deze als strafbare belediging aangemerkt.
Ondertussen worden FVD’ers in de landelijke kranten te pas en te onpas zonder scrupules afgebeeld als nazi’s.
Bij het bepalen van de straf woog het hof mee dat de uiting via sociale media een groot bereik had, dat deze gericht was tegen politieke ambtsdragers en dat dergelijke uitingen het vertrouwen in de politiek en het openbaar bestuur kunnen schaden. Ook stelde het hof dat Van Houwelingen geen inzicht had getoond in het laakbare van zijn handelen. Op basis hiervan besloot het hof, in tegenstelling tot de rechtbank en het Openbaar Ministerie, de boete onvoorwaardelijk op te leggen.
Opmerkelijk genoeg beweerde de voorzitter dat Van Houwelingen geen berouw zou hebben getoond. Rechtbankjournalist Djamila le Pair vraagt zich af of dat valt onder valsheid in geschrifte, ‘want het is pertinent onjuist’. Van Houwelingen verwijderde de tweet en zei tijdens de zitting dat hij hem niet had moeten plaatsen, stelde één van de toeschouwers.
Fotojournalist Markus Kamphuis legde het hoger beroep vast en merkt op dat dit soort opnames in de rechtszaal juist om deze reden cruciaal zijn. “Transparantie en controleerbaarheid van de rechtspraak!”
“Van Houwelingen heeft wel degelijk berouw getoond en meermaals duidelijk aangegeven dat het niet zijn intentie was om te krenken, maar [dat hij] kritiek heeft op het (SDG-)beleid.”
Tijdens het hoger beroep deed zich overigens een merkwaardige situatie voor. Een persvoorlichter van de rechtbank verbood Kamphuis om Van Houwelingen herkenbaar in beeld te brengen, terwijl de voorzitter van de rechtbank daar kort daarvoor expliciet toestemming voor had gegeven. “We hebben wellicht een unicum vastgelegd,” zei hij na de zitting in gesprek met Rico Brouwer van Potkaars, die er zelf aan toevoegde: “In meer dan honderd rechtszaken heb ik dit nog nooit meegemaakt.”
De uitspraak kan nog worden aangevochten: Van Houwelingen heeft twee weken de tijd om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Namens de MSM was er welgeteld één journalist aanwezig, van Pointer, weet Le Pair.

