
Vooral energie en motorbrandstoffen springen eruit. Die waren in juli gemiddeld 9,7 procent duurder dan een jaar geleden. In juni bedroeg de stijging in deze categorie nog 6 procent.
Niet alles werd precies 3,1 procent duurder
Een inflatiecijfer van 3,1 procent betekent niet dat ieder product in de supermarkt, iedere energierekening en iedere dienst exact 3,1 procent duurder is geworden.
Het cijfer is een gemiddelde van een groot pakket goederen en diensten dat Nederlandse huishoudens kopen. Sommige prijzen stijgen veel harder, terwijl andere gelijk blijven of zelfs dalen.
Dat verschil is in de snelle raming van juli goed zichtbaar:
- a]:text-primary dark:[&>a]:text-white [&>a]:underline md:text-lg text-base”>
energie en motorbrandstoffen: 9,7 procent duurder; - a]:text-primary dark:[&>a]:text-white [&>a]:underline md:text-lg text-base”>
diensten: 4,1 procent duurder; - a]:text-primary dark:[&>a]:text-white [&>a]:underline md:text-lg text-base”>
industriële goederen zonder energie: 0,8 procent duurder; - a]:text-primary dark:[&>a]:text-white [&>a]:underline md:text-lg text-base”>
voedingsmiddelen, dranken en tabak: gemiddeld 0,0 procent verandering.
Energie trekt de inflatie omhoog
De stijging van energie en motorbrandstoffen is voor huishoudens waarschijnlijk het meest voelbare onderdeel van de nieuwe cijfers.
Het CBS heeft in de snelle raming nog niet alle afzonderlijke prijsontwikkelingen gepubliceerd. Daardoor is nog niet precies zichtbaar welk deel van de stijging wordt veroorzaakt door benzine, diesel, gas of elektriciteit. Die uitgebreidere cijfers volgen op 11 augustus.
Prijzen in één maand 1,6 procent hoger
Vergeleken met juni stegen de consumentenprijzen in juli met 1,6 procent. Dat is meer dan de gemiddelde prijsstijging die in juli gedurende de afgelopen tien jaar werd gemeten. Die bedroeg 1,1 procent.
Een vergelijking tussen twee opeenvolgende maanden moet wel voorzichtig worden gelezen. Juli is bijvoorbeeld een dure maand voor vliegtickets en vakantieverblijven. Kleding kan juist goedkoper zijn door de zomeruitverkoop.
Een deel van de maandelijkse stijging kan daardoor tijdelijk zijn. De vergelijking met juli vorig jaar geeft een beter beeld van de onderliggende inflatie over een langere periode.
Diensten blijven stevig in prijs stijgen
Naast energie blijven ook diensten relatief snel duurder worden. Deze categorie steeg in juli met 4,1 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Diensten omvatten een breed terrein: van horeca, kappers en verzekeringen tot reparaties, vervoer en recreatie. De stijging bleef gelijk aan die van juni.
Dat is relevant, omdat prijsstijgingen bij diensten vaak hardnekkiger zijn dan bij energie. Een benzineprijs kan binnen enkele weken zowel stijgen als dalen. Een bedrijf dat zijn tarieven verhoogt vanwege hogere lonen, huur of andere kosten draait die verhoging meestal niet snel terug.
Snelle raming is nog niet definitief
Het cijfer van 3,1 procent is een snelle raming. Het CBS berekent die met gegevens die op het moment van publicatie nog niet volledig zijn.
Op 11 augustus verschijnen de definitieve cijfers. Dan wordt ook duidelijker welke afzonderlijke producten en diensten de inflatie hebben opgedreven.
De snelle raming is doorgaans een goede aanwijzing, maar het definitieve percentage kan nog iets veranderen. Het CBS publiceert daarnaast een Europees geharmoniseerd inflatiecijfer. Volgens die meetmethode kwam de Nederlandse inflatie in juli uit op 2,9 procent. Het verschil ontstaat onder meer doordat de Europese methode anders omgaat met de kosten van een eigen woning.
Voor huishoudens blijft ondertussen vooral één cijfer hangen: energie en motorbrandstoffen waren bijna 10 procent duurder dan een jaar geleden. Dat is een stijging die veel mensen bij het tankstation of bij het afsluiten van een nieuw energiecontract direct kunnen voelen.
Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/inflatie-juli-2026-energie-brandstof-97-procent-duurder
.

