• vr. aug 21st, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

De gemiddelde prijs die in Nederland voor een bestaande koopwoning werd betaald, is in juli voor het eerst boven de grens van een half miljoen euro uitgekomen. Kopers rekenden gemiddeld €500.988 af. Dat is ruim €4.700 meer dan in juni en bijna €15.000 meer dan in juli vorig jaar.

De cijfers schetsen een dubbel beeld. Woningen worden nog altijd duurder, maar het tempo waarin dat gebeurt neemt verder af. Volgens de nieuwste gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Kadaster lagen de huizenprijzen in juli 3,9 procent hoger dan twaalf maanden eerder.

In juni bedroeg de jaarlijkse stijging nog 4,1 procent. Sinds het einde van 2024 vlakt de prijsstijging vrijwel onafgebroken af. Van dalende prijzen is echter geen sprake: vergeleken met juni werden bestaande woningen in juli nog eens 0,5 procent duurder.

Gemiddelde verkoopsom passeert opvallende grens

Voor woningzoekers is vooral het bedrag van €500.988 tastbaar. Dat was de gemiddelde verkoopsom van de 22.241 bestaande woningen die in juli bij het Kadaster werden geregistreerd.

In juni lag het gemiddelde nog op €496.235. In juli 2025 betaalden kopers gemiddeld €486.041. Binnen één jaar kwam er bij de gemiddelde transactie dus bijna €15.000 bij.

Toch is het belangrijk om de gemiddelde verkoopsom niet te verwarren met de officiële huizenprijsontwikkeling. Welke woningen in een maand worden verkocht, heeft veel invloed op het gemiddelde. Wanneer er relatief veel ruime vrijstaande woningen van eigenaar wisselen, kan de gemiddelde verkoopsom stijgen zonder dat ieder huis ineens evenveel duurder is geworden.

Het CBS gebruikt daarom een afzonderlijke prijsindex om de ontwikkeling van de woningmarkt te volgen. Daarin wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met verschillen tussen verkochte huizen. Volgens die index bedroeg de werkelijke jaarstijging in juli 3,9 procent.

Het bedrag van €500.988 vertelt dus vooral wat kopers in die maand gemiddeld afrekenden. De 3,9 procent is de betere maatstaf voor de prijsontwikkeling van de woningmarkt als geheel.

Ook meer woningen verkocht

Het aantal transacties ging eveneens omhoog. In juli werden 22.241 bestaande koopwoningen verkocht, 5 procent meer dan in juli 2025. Ten opzichte van juni steeg het aantal geregistreerde verkopen met 9,1 procent.

Met alle transacties samen was in juli ruim €11,1 miljard gemoeid. Dat laat zien hoeveel geld er ondanks de hogere hypotheekrente nog altijd op de woningmarkt rondgaat.

Een groter aantal verkopen kan betekenen dat kopers iets meer te kiezen hebben. Makelaars meldden eerder dit jaar al dat meer woningen te koop werden gezet en dat niet meer ieder huis automatisch ver boven de vraagprijs wordt verkocht.

Daar staat tegenover dat een groter aanbod nog niet hetzelfde is als een betaalbaar aanbod. Voor huishoudens die maximaal drie of vier ton kunnen lenen, verandert er weinig wanneer vooral huizen van vijf ton of meer beschikbaar komen.

Wat betekent €500.988 voor de hypotheek?

Wie een woning van €500.988 volledig met een hypotheek wil financieren, moet niet alleen de maandlasten kunnen dragen. Ook bijkomende kosten moeten doorgaans uit eigen geld worden betaald.

Denk aan overdrachtsbelasting, notariskosten, taxatie, hypotheekadvies en eventueel een bouwkundige keuring. Bij een bestaande woning kan het benodigde eigen geld daardoor gemakkelijk in de tienduizenden euro’s lopen.

Bovendien ligt de gemiddelde verkoopsom boven de reguliere NHG-grens van €470.000 in 2026. Voor energiebesparende voorzieningen kan onder voorwaarden een hogere grens gelden, maar een gemiddelde woning valt inmiddels dus niet vanzelfsprekend meer binnen de gewone Nationale Hypotheek Garantie.

Dat verschil kan gevolgen hebben voor de rente en het risico dat een koper loopt. Hypotheken met NHG hebben vaak een iets lagere rente, omdat de geldverstrekker meer zekerheid heeft wanneer de eigenaar door bijvoorbeeld werkloosheid, een relatiebreuk of arbeidsongeschiktheid in financiële problemen komt.

Starters merken afvlakking nog nauwelijks

Dat de jaarlijkse prijsstijging afneemt van 4,1 naar 3,9 procent klinkt gunstig. Voor starters biedt die vertraging op zichzelf alleen weinig verlichting. Een woning die vorig jaar €400.000 kostte, zou bij een stijging van 3,9 procent nu ongeveer €415.600 kosten.

Daar komen de hypotheekrente en eigen kosten nog bij. Een hogere rente kan het maximale leenbedrag verlagen, ook wanneer het salaris ondertussen is gestegen.

Bestaande eigenaren zitten in een andere positie. Zij kunnen bij verkoop overwaarde meenemen naar een volgende woning. Daardoor ontstaat op dezelfde markt een aanzienlijk verschil tussen iemand die voor het eerst koopt en iemand die al jaren een koophuis bezit.

Woningmarkt koelt af zonder goedkoper te worden

De nieuwste cijfers laten geen instorting of plotselinge prijsdaling zien. Er is eerder sprake van een geleidelijke afkoeling: de prijzen stijgen nog, maar niet meer met de dubbele percentages die eerder op de woningmarkt voorkwamen.

Voor kopers kan dat iets meer tijd en onderhandelingsruimte opleveren. Het blijft echter zaak om niet uitsluitend naar de vraagprijs te kijken. Controleer ook de maandlasten bij verschillende rentepercentages, de staat van de woning, het energielabel en het bedrag dat na de aankoop als financiële buffer overblijft.

De grens van een half miljoen euro is vooral symbolisch, maar wel een veelzeggend symbool. Een gemiddelde bestaande koopwoning kostte in juli €500.988. De prijsstijging vertraagt, maar voor veel woningzoekers blijft de toegang tot de markt daarmee bijzonder kostbaar.


Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/gemiddelde-koopwoning-500988-euro-juli-2026

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *