Dag 5930 – De pacificatie van Marokko door de “Nieuwe Orde”
Het Boek der Gebeurtenissen staat vol met verslagen. Dit is er één van. Al die verslagen kenmerken zich door het eenzijdige. Het past niet in Mijn Geschiedenisboek, want we hebben er te weinig informatie voor. Echter, het Boek der Gebeurtenissen kunnen we gebruiken als naslagwerk voor Mijn Geschiedenisboek. Het koloniale barbarisme is niets anders dan de pacificatie van een wereld, waar oude volkeren een ramp hebben kunnen overleven. Het kenmerk van oude volkeren is de genadeloze pogingen van de “Nieuwe Orde” om ze van de kaart te vegen, mits ze zich onderwerpen, zich “assimileren” en aanpassen aan de “Nieuwe Orde”. Overal ter wereld is dat gebeurt volgens hetzelfde recept. De Arabieren in het algemeen, Berbers en andere teruggetrokken volkeren in het bijzonder, zijn altijd taaie tegenstanders geweest. Zij konden nooit accepteren dat vreemdelingen met een geladen geweer de dienst kwamen uitmaken. Maar gezien het feit dat de Palestijnen met hun goedkeuring kunnen worden vertrapt en uitgeroeid, is het met die taaiheid een heel eind gebeurd. Het onderstaande verhaal speelde een eeuw geleden. Op school leer je er niets over. Het gebeurt nog steeds, onder je ogen, het zijn altijd dezelfde volkeren die het hard te verduren krijgen.
In de 19e eeuw hadden de Europese supermachten de wereld onder elkaar verdeeld, de één wat meer dan de ander, dus altijd aanleiding voor oorlogen. Ook Marokko werd door handlangers van het apparaat van de “Nieuwe Orde” bezet en de oorspronkelijke bevolking op onvoorstelbare manier onderdrukt en in het gareel gebracht. Een deel van die bevolking koos de kant van de bezetter omdat ze een titel kregen, enorme lappen grond en een schitterende stamboom. De minder bedeelden probeerden te overleven door die zetbaasjes min of meer te gehoorzamen, maar de originele stammen, met name in het Rif-gebergte kwamen in opstand en vochten zich liever dood. De bloeddorstige methoden van de pacificatie door de “Nieuwe Orde” zijn ongekend. En het blijft in het systeem hangen: “Rif-Marokkanen” zijn en blijven in onze perceptie criminelen, toen en nu nog steeds. Als het apparaat je een “crimineel” noemt, moet je extra aandacht geven aan die crimineel. Meestal worden dan de rollen simpelweg omgedraaid. Hetzelfde gold voor de bevolking in Catalonië, die in opstand kwam tegen de dienstplicht om die in de Rif-oorlogen te vervullen. In Marokko is het zaad voor de Spaanse burgeroorlog gelegd. Generalissimo Franco mocht tegen de primitieve Rif-stammen oefenen, dure lessen, want hij werd met zijn leger door de rebellen volledig in de pan gehakt en moest het gebied ijllings verlaten. Daarom schoot de Generalissimo – met het leger, de Marokkaanse “Moren” en de roomse kerk pal aan zijn zijde – later liever op ongewapende burgers.
Over de Rif-oorlog 100 jaar geleden: een geschiedenis van koloniale barbarij en verzet
Co-Auteurs: Marcus Hesse (ISA Duitsland)

De koloniale oorlogen van Spanje en Frankrijk tegen de opstandelingen van de Rif in Marokko zijn goed gedocumenteerd. Het zijn historische feiten die aanwezig zijn in het collectieve bewustzijn van de volkeren van Noord-Afrika, alsook in dat van de vermelde imperialistische landen. Het is echter een veel minder bekend verhaal in onder meer Duitsland, waar het gifgas werd vervaardigd dat in de jaren twintig tienduizenden burgers in Marokko doodde. Dit chemische wapen werd gebruikt door het Spaanse leger onder Generaal Franco. Bijna tien jaar later zou hij dezelfde wreedheid ‘aan het thuisfront’ loslaten op de arbeiders van Spanje.
Aan het einde van de 19e eeuw verdeelden de koloniale mogendheden de wereld onder elkaar. Frankrijk was de op één na grootste koloniale macht in de wereld. Terzelfder tijd was Spanje, eens de grootste koloniale macht, na al zijn koloniën in Amerika en op de Filippijnen te hebben verloren, een schim van zijn vroegere zelf. Maar de Spaanse monarchie en burgerij waren des te vastberadener om hun koloniale bezittingen veilig te stellen en uit te breiden. Het huidige Marokko was verdeeld in ‘invloedszones’: Frankrijk kreeg het zuiden en Spanje het noorden, bewoond door Kabylische stammen. Toen in Marokko grondstoffen werden ontdekt, haastten verschillende mogendheden zich om hun rechten te doen gelden. De inwoners, voornamelijk boeren en herders, werden met geweld verdreven. In 1904-06 en opnieuw in 1911 brak er bijna een oorlog uit tussen Duitsland en Frankrijk.
Om hun doelen te bereiken vertrouwden de koloniale machten op de oude feodale elites en enkele corrupte stamhoofden. De Sultan werkte samen met de koloniale machten, die de boeren en landarbeiders ondergeschikt hielden. Het verzet van de stammen was echter bijzonder sterk in het noorden in het Atlasgebergte. Spanje voerde daar tweemaal oorlog tegen de 39 Rif-stammen. De eerste Rif-oorlog in 1893 eindigde in een vredesverdrag. De oorlog van Melilla in 1909 (Tweede Rifoorlog) eindigde in een pijnlijke en vernederende nederlaag voor de Spaanse troepen. Terwijl de Spaanse kapitalistische klasse en het leger hun invloed over deze buitenlandse gebieden wilden veiligstellen, verzetten de Spaanse arbeiders zich tegen deze oorlog met stakingen en betogingen. Zij wilden niet gestuurd worden om de belangen van de rijken te verdedigen!(1) De ruzies van de grote mogendheden over Marokko eindigden in 1912 met de verdeling van het land. Duitsland gaf de directe controle op in ruil voor territoriale concessies in Centraal-Afrika. Ondanks de nederlaag van 1909 was de Spaanse staat in staat de Spaans-Marokkaanse regio, die in 1912 officieel tot kolonie werd uitgeroepen, met een massale militaire aanwezigheid te beveiligen.
Oprichting van de Rif-republiek
De Spaanse koloniale overheersing in Marokko was uiterst wreed. De Spaanse schrijver Arturo Barea beschreef het Rifgebied als een “mengeling van een slagveld, bordeel en taverne”. Het verzet van de stammen, die guerrillatactieken gebruikten, werd door het Spaanse leger met harde hand onderdrukt. Als afschrikmiddel werden gevangen genomen rebellen vermoord en bruut verminkt. Op foto’s voor hun familie poseerden leden van het koloniale leger met afgehakte hoofden als macabere trofeeën. Onder de generaals die de Rif-Marokkanen met deze terroristische maatregelen bestreden, bevonden zich de toekomstige militaire dictators Primo de Rivera en Francisco Franco.
Eén van de rebellenleiders die de confrontatie met de koloniale macht aanging, was Mohammed Abdelkrim. Afkomstig uit een bescheiden milieu, geloofde hij aanvankelijk in samenwerking met Spanje om het land te moderniseren. Hij studeerde in Madrid, maar sloot zich aan bij het antikoloniale verzet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij bleek consequenter te zijn dan andere leiders van de Kabylische stammen en vanaf 1920 ontstond er rond hem een opstand tegen het Spaanse kolonialisme. Als rebellenleider riep Abdelkrim de onafhankelijkheid uit van een deel van de regio.
Vanaf 1921 begon de Spaanse staat een oorlog tegen het onafhankelijke Rif-gebied. Deze derde Rif-oorlog was de langste en bloedigste van allemaal. In feite was dit Rif-gebied de eerste onafhankelijke republiek in Noord-Afrika en de Arabische wereld die uit een antikoloniale opstand ontstond. Albdelkrim was geen socialist, maar beschouwde zichzelf als een ‘nationale revolutionaire’ in de zin van Mustafa Kemal. De Rif-republiek voerde progressieve hervormingen door, verbeterde de rechten van de vrouw, verzekerde het recht op gratis onderwijs en beperkte de invloed van feodale stamhoofden. Tegelijkertijd oriënteerde hij de wet in de richting van een gematigde interpretatie van de sharia en propageerde hij een ‘jihad’ tegen de koloniale machten. Abdelkrim was een democratisch burgerlijk leider in een land waar er nauwelijks sprake was van een burgerij als zodanig. Veel conservatieve stamhoofden wezen hem af vanwege zijn nederige afkomst en wat zij beschouwden als zijn progressieve ideeën. Sommige van deze stamhoofden traden in dienst van het koloniale leger.
Er moet opgemerkt worden dat de Rif-republiek door geen enkel land ter wereld werd erkend, behalve door de Sovjet-Unie, waarvan de regering openlijk haar steun betuigde. Helaas was het voor de Sovjet-Unie onmogelijk om de jonge staat financiële of zelfs militaire hulp te bieden.
De Volkenbond, de organisatie die aan de VN voorafging en die door Lenin werd omschreven als een imperialistisch “hol van dieven” en een “praatbarak”, beschouwde de oprichting van de Rif-republiek als een aanval op de “legitieme rechten” van de koloniale mogendheden. Alle koloniale mogendheden waren het erover eens dat de Rif-republiek bestreden moest worden. Maar het leger van Abdelkrim bracht het Spaanse leger in de slag bij Anoual in 1921 een verpletterende nederlaag toe. Spanje verloor ongeveer 10.000 soldaten. Dit zette de Spaanse heersende klasse alleen maar aan tot nog meer wreedheid. Opnieuw verzetten de Spaanse arbeiders zich tegen de oorlog door middel van massabetogingen en stakingen. In 1925 kwam Frankrijk in de oorlog aan de zijde van Spanje. De Rif-republiek was nu blootgesteld aan een oorlog op twee fronten tegen twee goed bewapende legers. Pan-Arabische groeperingen en de Franse Communistische Partij toonden zich solidair en zamelden geld in voor de Rif-republiek. De oorlog kreeg veel aandacht, vooral in de communistische pers. In de Communistische Internationale van het midden van de jaren twintig bestond grote hoop dat de Rif-oorlog een golf van anti-koloniale revoluties in Noord-Afrika en de Arabische wereld op gang zou brengen. Maar de steun aan de strijdkrachten was voornamelijk moreel en propagandistisch van aard : oproepen tot donaties brachten niet genoeg op om de geconcentreerde militaire macht van de koloniale mogendheden tegen te gaan. Voor het burgerlijk establishment en de westerse pers waren de volgelingen van Abdelkrim niets anders dan “misdadigers”.
Imperialistische oorlogsmisdaden
De Spaanse staat nam al snel zijn toevlucht tot een massale terreuroorlog tegen de burgerbevolking van de kleine Rif-republiek (die slechts 150.000 inwoners telde). Het Spaanse leger kocht mosterdgas en fosgeen van de firma Hugo Stolzenberg in Hamburg. Deze chemische strijdmiddelen werden ten minste vanaf 1923 systematisch gebruikt. Vanaf 1924 werd de burgerbevolking zonder onderscheid doelwit van chemische luchtaanvallen. Hierbij vielen ongeveer 10.000 directe doden, voornamelijk onder niet-strijders. Velen stierven pas na maanden van doodsangst. Tot het einde van de oorlog werden ongeveer 10.000 containers (meer dan 500 ton) gifgas op de regio gedropt. Na bijna een eeuw veroorzaken deze wapens nog steeds ziektes. Het kankerpercentage in de getroffen gebieden ligt vele malen hoger dan elders in het land. (2)
In 1921, na de ramp in Anoual, schreef de Spaanse Hoge Commissaris in Marokko, Dámaso Berenguer Fusté, in een telegram aan de Minister van Oorlog dat hij “met veel genoegen gifgas tegen de inheemse volkeren had gebruikt.” (El Mundo, 18 maart 2001). Tegelijkertijd viel de hoge officier van de Britse luchtmacht Sir Arthur Travers Harris, alias ‘Bomber Harris’, ook de burgerbevolking aan, met name in Irak. Ook hier werd willekeurige terreur vanuit de lucht ingezet tegen antikoloniale opstanden. In 1930 rechtvaardigde Harris zichzelf door te zeggen dat “het enige wat de Arabier begrijpt de harde hand is.” Het is geen verrassing dat Britse en Franse diplomaten even sympathiek stonden tegenover Spanje, dat met de hulp van Duitse gifgasfabrikanten internationaal verboden wapens in Marokko gebruikte en daarbij de voorschriften van het Verdrag van Versailles omzeilde. De vertegenwoordiger van Spanje in Genève beschreef de actie tegen de Rif-republiek als een “verdediging van de vrede” en van de naoorlogse Europese orde. Hij kreeg zelfs de goedkeuring van de winnaars van de Eerste Wereldoorlog, Frankrijk en Groot-Brittannië. Dit was ook de mening van de zogenaamde ‘democratische’ koloniale mogendheden, de steunpilaren van de Volkenbond!
De Rif Republiek uitgeroepen
In het Rifgebergte van Noord-Marokko werd onder Abdelkrim in 1920 de onafhankelijkheid op de Spaanse kolonisator bevochten en de republiek Arrif uitgeroepen. Abdelkrim leidde de strijd van de Riffijnen tegen de Spaanse en Franse kolonisatie.
Abdelkrim versloeg in 1921 te Annual met zijn toenmalige rechterhand, veldcommandant Moeh na’ma n Tanout van de Ait Touzine stam, de Spaanse generaal Manuel Fernández Silvestre en diens twintigduizend man tellende leger. Daarna versloeg hij ook de Spaanse troepen die onder bevel van generaal Franco ter versterking naar het gebied waren gestuurd en stichtte de Rif-Republiek.
De Slag om Annual vond plaats in Annual binnen het stamgebied van de Ait Ourish in de Rif-Republiek op 20 juli 1921 aan het begin van de Rifoorlog (1920-1926). De Riffijnen, bestaande uit een “leger” van 3000 man, versloegen onder leiding van Mohammed Abdelkrim El Khattabi een Spaans leger van 20.000 tot 25.000 man in de Slag om Annual. Hierbij kwamen ongeveer 18.000 Spanjaarden om het leven. Na de slag werd door Mohammed Abdelkrim El Khattabi de Confederale Republiek van de Stammen van de Rif uitgeroepen.
In 1923 werd een internationale status voor Tanger afgekondigd. Het ging de Riffijnen in het begin voor de wind. In 1924 had Abdelkrim de Spanjaarden zelfs geheel uit het Rifgebied weten te verdrijven en hij richtte zich daarna op de Fransen, die uitweken naar Fez en Tanger. Spanje en Frankrijk besloten hun legers gezamenlijk in te zetten tegen Abdelkrim. Meer dan 250.000 Spaanse, Franse en Marokkaanse soldaten onder bevel van maarschalk Pétain, de overwinnaar in de Eerste Wereldoorlog, landden in 1925 in de Baai van Al Hoceima.
Pétain stond uiteindelijk aan het hoofd van een leger van 725.000 man en voerde persoonlijk het bevel over zestig Franse generaals. Tegenover hen stond een Riffijns leger met een kern van slechts 30.000 strijders, versterkt door ongeregelde troepen. Meer dan een jaar hielden de Riffijnen stand. Maar op 27 mei 1926 gaf Abdelkrim zich toch over na een strijd waarin de Fransen over modernere wapens beschikten dan het Rifleger en waarin de Fransen en Spanjaarden met hulp van Duitsland, en in strijd met het zojuist gesloten Protocol van Genève, gebruik maakten van mosterdgas tegen de bevolking.
De kranten meldden op 25 mei 1926, dat Abdelkrim zich wil onderwerpen aan de “Fransche edelmoedigheid”, omdat hij feitelijk door zekere stamhoofden werd verraden. Hij gaf zich aan de Fransen over, omdat hij de Spanjaarden wantrouwde, bang om “een ongeluk te krijgen”.



Na zes jaar van hevig verzet moest de Rif-republiek toegeven aan de geconcentreerde terreur van het Spaanse en Franse imperialisme. Abdelkrim moest in ballingschap gaan en is verbannen naar Réunion, waar hij 20 jaar verbleef. De Franse regering toonde de gevangene als een trofee in het journaal. Dit vergrootte het prestige van Abdelkrim in Arabische en Afrikaanse landen, waar hij ondanks zijn nederlaag lange tijd werd beschouwd als een symbool van antikoloniaal verzet1. Hij stierf in 1963 en werd plechtig begraven in Caïro.
De moordenaars richtten ook vernielingen aan in Europa
Het extreme geweld dat de koloniale machten, ook de zogenaamde ‘democratische’ onder hen, de ‘inboorlingen’ aandeden, bleef niet beperkt tot de kolonies. Het werd later teruggebracht naar het ‘thuisfront’ van het Spaanse ‘vaderland’ en vond uitdrukking in de burgeroorlog. De koloniale bevelhebber van 1893, Primo de Rivera, werd in 1923 dictator van de Spaanse staat. Hij onderdrukte de Spaanse arbeidersbeweging en probeerde de Catalaanse cultuur uit te roeien. In 1934 werd de koloniale generaal Francisco Franco door de republikeinse regering uitgestuurd om de mijnwerkersopstand in Asturië militair neer te slaan. Hij liet er marxistische en anarcho-syndicalistische arbeiders afslachten, zoals hij in het verleden had gedaan met de Kabyles van het Rif. Het koloniale leger in Marokko was één van de steunpilaren van de nationalistische staatsgreep van juli 1936, die de aanzet gaf tot de Spaanse burgeroorlog (1936-1939). Tegen de Spaanse arbeidersklasse zette Franco bij voorkeur buitenlandse huurlingen in, waaronder moslims uit Marokko. Sommigen van hen behoorden tot de Kabyle-stammen die aan de zijde van de koloniale macht tegen de Rif-republiek hadden gevochten. Anderen waren de kinderen van ongeletterde boeren of herders uit de rebellengebieden. Dit was hun kans om wraak te nemen op de ‘Spanjaarden’ voor de wreedheden begaan door hun koloniale leger. In een verraderlijke ironie was het ditzelfde koloniale leger dat hen op een veldtocht stuurde tegen de Spaanse burgerij en arbeidersklasse. Tijdens de Spaanse burgeroorlog werd de taak van de fascisten onnodig gemakkelijk gemaakt door de Spaanse Volksfrontregering. Deze regering bestond uit de ‘progressieve’ burgerij, Catalaanse nationalisten, sociaaldemocraten en stalinisten. Ze weigerde de onafhankelijkheid van Marokko uit te roepen om de westerse ‘democratieën’, met name Frankrijk en Engeland, niet tegen zich in het harnas te jagen. Bovendien namen zij in hun propaganda soms hun toevlucht tot racistische vooroordelen tegen Franco’s Marokkaanse troepen, de ‘Moros’ (‘Moren’).
Frankrijks centrale bevelhebber in de koloniale strijd van de Rif-oorlog zou nadien opnieuw opduiken. Het ging om maarschalk Pétain, een ‘oorlogsheld’ uit de Eerste Wereldoorlog die de troepen leidde tegen Abdelkrim en in 1940 hoofd werd van de Vichy-regering die collaboreerde met nazi-Duitsland. Het hield Emmanual Macron2 niet tegen om Pétain te eren.
De troepen die naar de kolonies gestuurd werden, internaliseerden de mentaliteit van het ‘superieure ras’ en een brutale opstelling in hun strijd tegen de ‘kleurlingen’. Thuis werd hun militaire kennis gericht tegen de ‘interne vijand’, tegen opstand, tegen de georganiseerde arbeidersklasse. Dit was ook het geval in Duitsland, waar een aanzienlijk deel van de troepen van de Freikorpser en de Reichswehr voormalige koloniale strijders waren. Van 1918 tot 1923 vermoordden deze huurlingen Duitse arbeiders in opdracht van de ‘helden van de democratie’ en SPD-toplui als Ebert en Noske. Een treffend voorbeeld was generaal Georg Maercker, die zich kon beroepen op zijn ervaring in Tanzania en Namibië (“Duits Zuid-Oost-Afrika” en “Duits Zuid-West-Afrika”). Vanaf 1919 bleek hij een geduchte ‘veroveraar van steden’ te zijn, die het opnam tegen revolutionaire arbeiders in Berlijn, Saksen, Braunschweig, Erfurt, Weimar, Gotha, Eisenach, Halle, Helmstedt, Leipzig en Maagdenburg. Zoals veel van zijn collega’s zag hij deze activiteit als een logische voortzetting van zijn vroegere koloniale pacificatie werk…
Hetzelfde systeem dat uitbuiting en geweld in de kolonies verdedigde, trof ook de opstandige Europese arbeidersklasse – de daders van deze misdaden waren vaak dezelfde.
Voetnoten
- Onder meer met de ‘Tragische Week’ in Barcelona in 1909. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tragische_week Barcelona is de stad met de meest uitgebreide geschiedenis van barricadegevechten. Deze woorden komen van de filosoof Friedrich Engels en veel andere denkers hebben Barcelona als de stad van de revoluties gecategoriseerd. Op 25 juli 1909, was de Catalaanse hoofdstad getuige van een van de eerste volksopstanden van de 20e eeuw, bekend als de tragische week of La Setmana Trégica in het Catalaans. Wat begon als een anti-oorlogsbeweging tegen de dienstplicht voor de koloniale oorlog in Marokko, veranderde al snel in een antiklerikale opstand. En het liet een zeldzaam opvallend beeld achter: de lucht van Barcelona was gevuld met rook, toen meer dan 80 kerken simultaan in brand werden gestoken. De Spaanse Burgeroorlog was een pacificatieoperatie om het Catalaanse verzet tegen de “Nieuwe Orde” te breken. Het is nog niet gedoofd, dat verzetsvuurtje, zo nu en dan flakkert het op, maar wordt genadeloos en consequent door het centrale regime in Madrid de kop ingedrukt. Het Limburgs dagblad van 16 december 1932 meldt verbolgen:

- Niet echt een nederlaag, meer het voorkomen dat zijn complete volk tot het laatste kind zou worden vergast door de bezetters. ↩︎
- Macron, daar wil je toch niet mee worden gezien?: https://herstelderepubliek.wordpress.com/2024/03/24/emmanuel-macrons-vrouw-brigitte-werd-geboren-als-een-man-en-doet-zich-voor-als-zijn-overleden-oudere-zus/ ↩︎
Source: https://herstelderepubliek.wordpress.com/2025/05/26/de-rif-oorlogen/
.
