Het was in november 1986 dat de Japanse bemanning van een Boeing 747 Jumbo-vrachtvliegtuig, vlucht Japan Air 1628, getuige werd van drie ongeïdentificeerde objecten tijdens een vlucht boven Alaska in de VS. Deze waarneming trok internationale aandacht toen de Federal Aviation Administration (FAA) aankondigde dat zij deze waarneming officieel zou gaan onderzoeken, vooral omdat het Air Route Traffic Control Center in Anchorage, Alaska, had gemeld dat de UFO op de radar was waargenomen.
Daarbij werden de UFO’s in dit geval, zowel door grond- als door luchtradar gevolgd en tevens waargenomen door ervaren piloten van luchtvaartmaatschappijen en bevestigd door een afdelingshoofd van de FAA. Maar het verhaal kwam vooral in de publiciteit door de -in onze ogen- heldhaftige verklaringen van Captain Kenju Terauchi, destijds 47 jaar met 29 jaar vlieg-ervaring. Hieronder dat verhaal!

* * *
‘De Federal Aviation Administration (FAA) maakte bekend,
dat zij een officieel onderzoek naar deze waarneming zou instellen,
omdat het Air Route Traffic Control Center in Anchorage, Alaska,
had gemeld dat een UFO op hun radar was waargenomen.
Hierdoor werd het een ‘officieel onderzoek‘ in het kader
van de nationale veiligheid van de VS. In dit FAA-onderzoek werd
de verklaring van dit incident door Captain Terauchi opgenomen (HIER)‘
* * *
December 1986: Japan Air Lines-vlucht #1628
De meest bizarre UFO-ervaring
van een verkeerspiloot ..!
2026 © Loy Lawhon – deze versie WantToKnow.nl/be
*

Het was gewoon een routinevlucht; nou ja, niet helemaal routine… Het was een speciale vrachtvlucht van Japan Air Lines met een 747, bedoeld om een lading Franse wijn van Parijs naar Tokio te vervoeren. Volgens het vluchtplan zou vlucht 1628 van Parijs naar Reykjavik, IJsland, over de Noord-Atlantische Oceaan en Groenland vliegen en vervolgens over Canada naar Anchorage/Alaska, om tenslotte over de Stille Oceaan naar Tokio te vervolgen. De bemanning bestond uit de ervaren gezagvoerder Kenju Terauchi, zijn co-piloot Takanori Tamefuji en boordwerktuigkundige Yoshio Tsukuba.
Op 16 november 1986 steeg vluchtno. #JAL1628, beladen met wijn, op vanuit Parijs en vloog het eerste deel van de reis naar Reykjavik. De volgende dag vlogen ze verder, over Groenland en vervolgens over Noord-Canada. Nét nadat ze Alaska waren binnengevlogen, om 17:09 uur lokale tijd, nam de luchtverkeersleiding van Anchorage via de radio contact met hen op om het eerste radarcontact te melden.
De verkeersleider van Anchorage vroeg hen 15 graden naar links te draaien en koers te zetten naar een punt dat bekendstaat als ‘Talkeetna’, een koers van 215 graden. Ze bevonden zich op een hoogte 35.000 voet en hadden een grondsnelheid van zo’n 600 mijl/uur.
Omstreeks 17:11 uur lokale tijd zag kapitein Terauchi de lichten van een of ander vliegtuig, ongeveer 2000 voet lager en 30 graden linksvoor hen. Hij concludeerde dat het waarschijnlijk een Amerikaanse straaljager was van de nabijgelegen luchtmachtbases Eielson of Elmendorf, die patrouilleerde in het luchtruim van Alaska, dus negeerde hij ze aanvankelijk.
Na een paar minuten merkte hij echter op dat de lichten gelijke tred hielden met zijn eigen vliegtuig, wat ongebruikelijk is voor patrouillerende straaljagers.
“Het was ongeveer zeven minuten geleden dat we aandacht begonnen te besteden aan de lichten (toen), toen geheel onverwacht twee ruimteschepen vlak voor ons neus tot stilstand kwamen en lichten uitstraalden. De cockpit verlichtte helder en ik voelde warmte in mijn gezicht.”
Terauchi zei dat hij de indruk had dat de twee objecten die hij enkele minuten eerder onder hen had gezien, plotseling voor hem waren opgedoken. De vaartuigen, het ene boven het andere, hielden enkele minuten lang gelijke tred met de 747 en bewogen zich synchroon, in een vreemde schommelende beweging. Na ongeveer zeven minuten gingen ze naast elkaar vliegen. Terauchi zei dat de “amberkleurige en witachtige“ lichten leken op vlammen die uit meerdere raketuitlaatopeningen kwamen, gerangschikt in twee rechthoekige rijen op het vaartuig.
De captain had het gevoel dat ze in een bepaalde volgorde werden afgevuurd om het vaartuig te stabiliseren, net als de kleine manoeuvreerraketten op de Space Shuttle. Hij meldde ook dat hij vonken zag, zoals bij een vuur wanneer benzine of koolstofbrandstof wordt gebruikt. Co-piloot Tamefuji beschreef de lichten als ‘kerstlichtjes met een zalmkleurige tint’. Hij zei:
“Ik herinner me rode of oranje lichten, en een wit landingslicht, net als een landingslicht. En een zwak groen, ah, knipperend licht.“

Hij beschreef de lichten ook als langzaam pulserend.
Ze werden sterker, werden zwakker, werden sterker, werden zwakker – anders dan stroboscooplampen. De lichten ‘schommelden’ synchroon, alsof er sprake was van een ‘zeer goede formatievlucht… dichtbij van twee vliegtuigen naast elkaar’. Hij beschreef het uiterlijk van de lichten als vergelijkbaar met het zien van “tegenliggend verkeer tijdens een nachtvlucht“, waarbij men alleen de lichten van een naderend vliegtuig kan zien en “we de totale vorm niet kunnen zien. Ik weet zeker dat ik iets heb gezien. Het was duidelijk genoeg om mij te doen geloven dat er een tegemoetkomend vliegtuig was.”
Vluchtingenieur/boordwerktuigkundige Tsukuba, de derde man in de cockpit, die achter de copiloot zat, had geen even goed zicht op de lichten. Hij zag ze voor het eerst “door het L1-raam op de 11-uurpositie zag ik clusters van lichten die golvend bewogen“. Deze clusters bestonden ”uit twee delen… in de vorm van vliegtuigramen; deze lichten waren anders dan stadslichten“. Hij beschreef de kleuren als wit of amberkleurig.
Contact met de verkeersleiding
Tamefuji besloot de luchtverkeersleiding van Anchorage te bellen, en gedurende de volgende dertig minuten stonden de 747 en AARTCC voortdurend in contact over de UFO. Gedurende deze tijd vroeg kapitein Terauchi aan Tsukuba om hem een camera aan te reiken, zodat hij kon proberen een foto van de lichten te maken. Terauchi was echter onbekend met deze camera en kreeg ‘m niet aan de praat. Ook co-piloot Tsukuba lukte het niet de camera te gebruiken door ‘problemen met de autofocus’ en de piloten gaven deze pogingen uiteindelijk op.
Op dat moment kregen ze last van radiostoring en werd hen door Anchorage gevraagd van frequentie te veranderen. Terauchi zei later dat Anchorage hem steeds vragen stelde over wolken in de directe omgeving: Ze vroegen ons meerdere keren of er wolken waren op onze vlieghoogte. We hadden een volstrekt heldere hemel, zagen wat dunne en verspreide wolken bij de berg onder ons, maar geen wolken in de midden- tot hogere luchtlagen, en de luchtstroom was stabiel.
Kort na de gesprekken over de wolken vlogen de objecten plotseling naar links weg. Terauchi zei later:
“Er was een bleekwit, vlak licht in de richting waar de objecten heenvlogen; een licht dat zich in een lijn met ons meebewoog, in dezelfde richting, met dezelfde snelheid en op dezelfde hoogte als wij..”
Terauchi besloot te kijken of ze iets konden zien op de eigen radar van de 747:
“Ik dacht dat het onmogelijk zou zijn om iets op een vliegtuigradar te vinden als een grote grondradar niets liet zien, maar ik schatte de afstand tot het object op het oog in en het was niet erg ver weg. Ik stelde de afstand van de digitale weerradar in op 20 (zeemijlen) en de radarhoek op de horizon (d.w.z. geen neerwaartse hoek). Daar verscheen het object toen op het scherm.
In het Engels, af en toe bijgestaan door een vertaler, sprak Terauchi in zijn interviews over het ‘grote object’. en tekende kaarten en schetsen en gaf technische toelichtingen om het incident te beschrijven. Hij zei herhaaldelijk dat het object dat op de radar van de FAA en de luchtmacht verscheen “een heel groot object was – twee keer zo groot als een vliegdekschip”. De kleinere UFO’s waren niet verschenen op de radar van de 747, zei hij.
Het was een groot, groen en rond object, op een afstand van zo’n 7 of 8 mijl (13 km tot 15 km). We meldden deze waarneming aan het Anchorage-centrum, en dat ónze radar het object had waargenomen op de 10-uurpositie. We vroegen hen of ze het op de grondradar konden waarnemen, maar het leek erop dat ze het helemaal niet konden detecteren.”
Om 5:25:45, na twee minuten zoeken, pikte de militaire radar van het Elmendorf Regional Operational Control Center (ROCC) echter ook iets op. De ROCC-radaroperator meldde aan het AARTCC dat hij een ‘surge primary return’ ontving. Hiermee bedoelde hij een incidentele radarecho zonder bijbehorend transpondersignaal. Terauchi meldt in het verslag, dat toen de 747 de stad Fairbanks naderde:
“De lichten (van de stad) waren extreem fel voor ogen die aan het donker gewend waren. De cockpitverlichting was uitgeschakeld om reflecties van de binnenverlichting op de ramen te voorkomen. We bevonden ons net boven de felle stadslichten en keken naar het bleekwitte licht achter ons. Helaas! We moeten snel wegvluchten!”

Daar was het silhouet van een gigantisch ruimteschip.
”Anchorage Center. De JAL1628 verzoekt om een koerswijziging van 45 graden naar rechts.” Het leek een eeuwigheid te duren voordat ze toestemming kregen. Vlak nadat het vliegtuig naar rechts was gedraaid, belde de AARTCC-verkeersleider de verkeersleider van de Fairbanks Approach Radar om te vragen of de korteafstandsradar een doelwit in de buurt van de JAL had waargenomen. De naderingsradar meldde geen ander doelwit dan de JAL1628. Het vliegtuig kwam uit de bocht en vloog in de richting van Talkeetna op een hoogte van 31.000 ft, terwijl het object nog steeds volgde.
Omstreeks 5:40 steeg een passagiersvliegtuig van United Airlines op vanuit Anchorage en vloog noordwaarts naar Fairbanks. De AARTCC-verkeersleider besloot deze UA-piloot te vragen of hij het object kon zien dat de JAL-vlucht volgde. De UA-piloot zei dat hij hiernaar uit zou kijken zodra hij dichterbij was. Vervolgens vroeg de verkeersleider de JAL-bemanning om op 31.000 ft te blijven en de UA-vlucht om op 29.000 ft te blijven. Vervolgens kreeg de UA-vlucht de opdracht nog iets verder af te buigen, zodat de vliegtuigen elkaar op minder dan vijf mijl zouden passeren.

Toen het vliegtuig van United Airlines dichterbij kwam, bleef de UFO blijkbaar achter, waardoor het JAL-vliegtuig ver vooruit kon komen. De piloot van United vroeg de AARTCC om de JAL-piloot te vragen hun koplampen van de JAL-747 te laten knipperen, zodat zij het vliegtuig konden lokaliseren. Om 5:49:45 voldeed de JAL-piloot aan dit verzoek.
Op dat moment waren de vliegtuigen ongeveer 25 mijl van elkaar verwijderd. Toen de vliegtuigen zo’n 12 mijl van elkaar verwijderd waren, meldde het UA-vliegtuig dat het het JAL-vliegtuig zag en verder niets. Maar tegen die tijd was de UFO blijkbaar verdwenen en werd deze ook niet meer waargenomen door JAL1628.
Omstreeks 17:51 verzocht het AARTCC een militaire TOTEM-vlucht in het gebied om eveneens in de richting van het JAL-vliegtuig te vliegen om een kijkje te nemen. Gedurende de daaropvolgende minuten zag TOTEM het JAL-vliegtuig, maar kon ook geen ander luchtverkeer waarnemen. JAL1628 vloog door naar Anchorage en landde om 18:20 uur. De FAA voerde een onderzoek uit naar het incident en bracht pas op 5 maart haar eindrapport uit. (Zie ook het commentaar bij de CIA-illustratie boven dit artikel en bekijk de History-Channel-video met de volledige weergave van deze gebeurtenis.

Voorbarige en vooral onjuiste verklaringen..
Phil Klass van het CSICOP (Committee for the Scientific Investigation of Claims of the Paranormal) gaf op 22 januari een voorbarige verklaring af waarin hij beweerde dat de UFO’s de planeten Jupiter en Mars waren – een onmogelijke verklaring omdat de UFO werd waargenomen in een deel van de hemel tegenover de positie van deze planeten. Daarbij verplaatsten de UFO’s zich van posities boven elkaar, naar posities naast elkaar.
CSICOP kwam later met een tweede verklaring, namelijk dat de UFO, het avondlicht was ‘dat weerkaatste op wolken van ijskristallen’.. Dit was echter eveneens onwaarschijnlijk, omdat zoals gemeld de lucht helder was op de hoogte van de UFO. De FAA schreef de door de grondradar ontvangen radarbeelden toe aan een even onwaarschijnlijke als bizarre ‘gesplitste radarsignaal-terugkaatsing van de JAL Boeing 747’… Het vreemde verschijnsel dat door zowel de piloot, als de copiloot en de boordwerktuigkundige van de JAL-vlucht 1628 werd gemeld, blijft een raadsel.
