De mogelijke beïnvloeding van de publieke opinie door de AIVD via journalisten staat opnieuw volop in de schijnwerpers. Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen heeft herhaaldelijk en tevergeefs de minister van Binnenlandse Zaken om duidelijkheid gevraagd. De minister weigerde echter om een simpele ja-nee-vraag te beantwoorden, wat veelzeggend is.
Wat Van Houwelingen precies vroeg
Van Houwelingen vroeg of de AIVD, net zoals zijn voorganger de BVD in het verleden deed, journalisten gebruikt om stiekem artikelen te laten plaatsen en zo de publieke opinie te beïnvloeden. Het is een vraag die elke democratisch functionerende overheid zonder moeite zou moeten kunnen beantwoorden. Toch weigerde de minister dit te doen.
Van Houwelingen stelde de vraag eerst schriftelijk aan het kabinet, maar de antwoorden bleven vaag en ontwijkend. Tijdens een debat in de Tweede Kamer confronteerde hij de minister rechtstreeks, maar ook daar bleef een concreet antwoord uit. De minister verstopte zich achter een wettelijke geheimhoudingsplicht en verwees naar commissievergaderingen achter gesloten deuren.
Beïnvloedt onze inlichtingendienst, de AIVD, via journalisten de publieke opinie?
In het verleden plaatste de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorganger van de AIVD, in ieder geval anoniem stukken in kranten zoals de NRC https://t.co/nTAKzDKGcF.
De AIVD, dat weten we… pic.twitter.com/O6wdF3Uzu6
— Pepijn van Houwelingen (@PvanHouwelingen) June 18, 2026
De BVD deed het al — dat staat vast
De BVD plaatste in het verleden wel degelijk anonieme stukken in landelijke dagbladen, waaronder NRC Handelsblad. Dit is gedocumenteerde geschiedenis en geen complottheorie. De inlichtingendienst gebruikte de media als instrument om het publieke debat te beïnvloeden, buiten het zicht van burgers en parlement.
De vraag die Van Houwelingen stelt, is dus volkomen legitiem: heeft de AIVD deze praktijk voortgezet? En zo nee, waarom kan de minister dat dan niet gewoon bevestigen?
Minister verschuilt zich achter juridisch jargon
De minister weigerde een helder antwoord te geven en bleef herhalen dat hij geen uitspraken kan doen over de werkwijze en bevoegdheden van de diensten. Dit lijkt op zorgvuldigheid, maar is eigenlijk een ontwijkingsstrategie. Van Houwelingen trok de logische conclusie dat als de diensten deze bevoegdheid niet zouden hebben, de minister dat probleemloos had kunnen zeggen. Het feit dat hij dat niet deed, suggereert dat die bevoegdheid er wel is.
Media en macht: een gevaarlijke combinatie
De media hebben enorme invloed op wat mensen denken en hoe ze politieke keuzes maken. Van Houwelingen illustreerde dit met een fragment van de hoofddirecteur van het Algemeen Dagblad, waarin deze openhartig vertelde hoe mediahuizen politieke partijen kunnen helpen met hun beeldvorming. Als inlichtingendiensten daar invloed op hebben, is dat een directe bedreiging voor de democratie.
Het gaat hier niet om een abstracte angst. De AIVD benadert aantoonbaar journalisten, zoals ook erkend werd in het Toetsingsrapport van de CTIVD. De dienst beweert dat dit alleen is om informatie te verzamelen, maar wie controleert dat? En wie garandeert dat er geen wederdiensten worden gevraagd in ruil voor welwillende berichtgeving of het plaatsen van specifieke verhalen?
Geen antwoord is ook een antwoord
Van Houwelingen heeft aanvullende schriftelijke vragen ingediend, onder meer over de hoeveelheid data die via kabelinterceptie wordt verzameld en gedeeld met buitenlandse diensten. Ook hierop bleef een duidelijk antwoord uit. Telkens wanneer het gaat over de relatie tussen de AIVD en de Nederlandse media, hult de overheid zich in stilzwijgen.
Dit is zorgwekkend. Een overheid die haar burgers niet kan — of wil — vertellen of staatsdiensten de vrije pers gebruiken als propagandamiddel, heeft een ernstig transparantieprobleem. Zeker in een tijd waarin het vertrouwen in zowel de overheid als de gevestigde media al bedroevend laag is, had de minister hier openheid van zaken kunnen geven. Het feit dat hij dat niet deed, voedde juist de twijfels die Van Houwelingen probeerde weg te nemen.
Van Houwelingen kondigt aan de kwestie nauwlettend te blijven volgen en verdere vragen in te dienen. De debatten over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) staan na de zomer op de agenda, een moment waarop de Kamer deze vragen opnieuw kan stellen. De vraag is of de minister dan wel bereid is om burgers en volksvertegenwoordigers het antwoord te geven waar zij recht op hebben.
Blijf op de hoogte & steun onafhankelijke journalistiek
Even voor je naar X gaat
.
