De cijfers over het aantal bosbranden in Europa voor 2025 vertellen een opvallend ander verhaal dan wat de grote nieuwsmedia en politici de wereld in sturen. Terwijl koppen schreeuwen over een explosieve stijging van bosbranden in Europa, wijzen officiële Europese meetgegevens juist op een historisch laag verbrand oppervlak dit jaar.
Kop versus werkelijkheid: een wereld van verschil
Het aantal bosbranden in Europa zou in vier jaar tijd met meer dan de helft zijn gestegen. Een alarmerend bericht, maar klopt dit wel? Bioloog Richard Steenvoorden besloot de data er zelf eens bij te pakken — en wat hij vond, staat haaks op het dominante medianarratief.
Steenvoorden verwijst naar gegevens van Our World in Data, gebaseerd op het Europese bosbranden-informatiesysteem EFFIS, en concludeert onomwonden: 2025 is juist één van de jaren met het minste verbrande oppervlakte in Europa en dit jaar spant de kroon wat betreft hoe weinig oppervlakte er verbrand is in Europa.
2025 was al een jaar met zeer weinig branden, maar dit jaar spant te kroon met hoe weinig oppervlakte verbrand is in Europa!
Een totaal ander verhaal dan de media en politici je doen geloven.
Ja bosbranden zijn zeer vervelend voor de getroffenen, maar ze nemen niet toe. pic.twitter.com/vUT5n8tMXq
— Richard Steenvoorden 🌱 (@Reezyard) July 28, 2026
De data spreken voor zich — maar wie luistert er?
Het Europese bosbranden-informatiesysteem EFFIS, onderdeel van de Europese Commissie, houdt al decennialang gedetailleerd bij hoeveel hectare er per jaar afbrandt op het Europese continent. Die gegevens zijn openbaar toegankelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Uit die data blijkt dat het verbrand areaal in Europa de afgelopen jaren aanzienlijk is afgenomen ten opzichte van de pieken die werden gezien in de jaren negentig en vroege jaren 2000.
De cijfers laten zien dat dit jaar zelfs uitzonderlijk laag scoort op verbrande oppervlakte. Dat strookt niet met de alarmboodschappen die politici en journalisten de bevolking voorschotelen. De vraag dringt zich op: hoe kunnen die twee werkelijkheden zo ver uit elkaar liggen?
Plasterk stelt de cruciale vraag
Oud-minister Ronald Plasterk laat zich niet onbetuigd in dit debat. Hij reageert verbaasd op de tegenstelling tussen de meetgegevens en de berichtgeving in de media. Plasterk spreekt van een “bijna ongelooflijk” verschil en benadrukt dat het van groot belang is dat wordt onderzocht of de data van Steenvoorden kloppen — en zo ja, hoe het dan mogelijk is dat media en politiek zo’n tegengesteld beeld schetsen.
Dat is een terechte vraag. Want als officiële Europese meetinstituten één ding registreren, en gevestigde media een compleet ander verhaal brengen, dan is er iets fundamenteel mis. Of met de berichtgeving, of met de manier waarop data worden geselecteerd en gepresenteerd aan het publiek.
Angst als verdienmodel
Dit patroon is niet nieuw. Klimaatgerelateerde rampen lenen zich uitstekend voor sensationele berichtgeving. Angst verkoopt. En beleidsmakers hebben er alle belang bij om crises te benadrukken — het rechtvaardigt ingrijpende maatregelen, hogere belastingen en uitgebreidere regelgeving.
Steenvoorden maakt daarbij een nuancering die belangrijk is: bosbranden zijn voor de mensen die er direct door worden getroffen ontegenzeggelijk een ramp. Niemand bagatelliseert dat. Maar er is een wezenlijk verschil tussen lokale, menselijke drama’s enerzijds en een structurele, alarmerende stijging op continentale schaal anderzijds. Die twee dingen worden door media en politici systematisch door elkaar gehaald — al dan niet met opzet.
De les die uit dit verhaal te trekken valt, is simpel maar ongemakkelijk: vertrouw niet blind op de kop boven een artikel. De cijfers zijn openbaar beschikbaar. Iedereen kan ze opzoeken. Dat Steenvoorden dat deed en tot een volledig andere conclusie kwam dan de media, is veelzeggend.
.
