Het gerechtshof in Den Haag heeft Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen in hoger beroep veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 450 euro wegens het beledigen van twee ministers. De zaak draait om een bericht dat hij op 24 september 2022 op Twitter plaatste, waarin hij een bewerkte afbeelding deelde waarop de toenmalige ministers Ernst Kuipers (VWS) en Karien van Gennip (SZW) een nazi-vlag hesen. Volgens het hof was deze uiting onnodig grievend en leverde deze geen bijdrage aan het publieke debat.
Na afloop van de uitspraak liet Van Houwelingen weten teleurgesteld te zijn. Hij wees erop dat de straf in hoger beroep zwaarder is uitgevallen dan eerder, omdat de boete nu onvoorwaardelijk is. Volgens hem heeft de rechter onvoldoende gewicht toegekend aan zijn verweer dat het om politieke kritiek ging. Hij stelt dat zijn uiting onderdeel was van een breder debat, onder meer over beleid dat hij in verband brengt met de Sustainable Development Goals (SDG’s).
Het Kamerlid bekritiseert daarnaast wat hij ziet als ongelijke behandeling binnen het rechtssysteem. Volgens hem worden politici en opiniemakers aan zijn kant van het politieke spectrum vaker vervolgd voor vergelijkbare uitingen, terwijl anderen meer ruimte krijgen. In dat verband spreekt hij van “lawfare”: het inzetten van juridische middelen voor politieke doeleinden. Hij noemt die ontwikkeling zorgelijk en benadrukt dat juist de oppositie voldoende ruimte moet hebben om zich kritisch uit te laten over het regeringsbeleid.
Ondanks de veroordeling geeft Van Houwelingen aan zijn uitingen niet te zullen aanpassen. Hij zegt zich niet te laten censureren en blijft bij zijn standpunt. Hij stelt dat zijn inhoudelijke kritiek overeind blijft.
Van Houwelingen overweegt om in cassatie te gaan tegen de uitspraak. Ook plaatst hij vraagtekens bij de consistentie van de beoordeling, omdat een later door hem aangepaste afbeelding geen juridische problemen opleverde.
.
