• zo. okt 11th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Gisteren, 10 oktober 2026, werd Virusvaria genoemd in maar liefst twee kranten, één aan elk uiteinde van het spectrum “MSM” vs “alternatief”. Eén stuk in De Andere Krant naar aanleiding van het artikel over de sinistere prognosetafel, en een artikel met een (bescheiden) bijdrage van mij in de Volkskrant, maar wel met naam en nota bene een link naar virusvaria.nl.

Mijn dank en welgemeende complimenten voor Maarten Keulemans, die het initieerde en mij vroeg om mee te lezen. Misschien heb ik wat ijs kunnen breken voor ‘systeemcritici’ met wat meer gezag en dan weet ik wel een paar professoren die zich goed kunnen vinden in wat ik schrijf. Dat zet meer zoden aan de dijk want reputatie weegt zwaarder dan de kwaliteit van argumentatie – zoals in het artikel ook is te proeven. Het is in elk geval eenvoudiger om vast te stellen.

Wie zijn hypotheek niet hoeft te betalen van de wetenschap, is een amateur. Ik word ‘systeemcriticus van buiten de wetenschap’ genoemd – een titel die aangeeft hoe ‘wetenschap’ wordt geclaimd door broodwetenschappers, die hun hypotheek betalen van overheidsgeld en fondsen ontvangen van hun industrie terwijl ze zich niet bewust zijn van de afhankelijkheid die dat creëert. Dat overkomt de meest integere wetenschappers, met de beste bedoelingen. Dat maakt het juist zo lastig. Van buitenaf is dat makkelijker te herkennen.

In het VK-artikel heeft één opmerking van mij de redactie overleefd. Ik kleur natuurlijk ook wel wat over het randje hier en daar, zeker voor zo’n kort artikel. Dat zie je ook al aan mijn reactie op Rink Hoekstra, metascientist aan de RUG. Hij zegt dat het demarcatieprobleem -de vraag hoe je wetenschap van niet-wetenschap onderscheidt- “lastig” op te lossen is. Ik vroeg mij daarbij af waarom

  1. dat onderscheid gemaakt moet worden – een deugdelijk verhaal is toch een deugdelijk verhaal, titel is toch niet belangrijker dan intellect?
  2. En waarom zou iemand anders voor een wetenschapper moeten bepalen of iets wetenschap is of niet? Als die wetenschapper dat zelf niet kan beoordelen, dan hoort hij niet in die arena thuis, lijkt mij. En heeft hij geen tijd om zich zelf als expert een oordeel te vormen en baseert hij zich daarom maar op wat anderen ervan vinden, dan is hij meer bezig met een soort journalistiek dan met het bedrijven van wetenschap.

Het is hoopgevend om te zien hoe verschillend de bijdragers erin staan. Sommige leggen de vinger herhaaldelijk op pijnlijke plekjes. Want ook al wordt de discussie rond peer review al decennia gevoerd: het schiet toch niet echt op. Sommigen zijn naarstig op zoek naar bredere en meer transparante processen, anderen houden het liever binnen het zelfbenoemde gilde en dan nog anoniem ook. Het is voor hen belangrijk dat reviews alleen door geselecteerde deskundigen worden geschreven ‘om de kwaliteit te waarborgen’.

Nu hebben cloud-diensten en AI wel een impuls gegeven. AI zou de feitelijke toetsen kunnen uitvoeren die nu vaak ontbreken: zijn de data er, kloppen de berekeningen, volstaan de data voor de getrokken conclusies. Plagiaat- en AI-checks door AI zijn al gemeengoed. Methodologie is nog wat moeilijk. Uiteindelijk komt er altijd een menselijk oordeel: alles kan wel kloppen, maar is het een publicatie waard?

Het samenwerken, ook met grotere groepen bijdragers, is in de cloud eenvoudig geworden. Maar het gilde is -bij het opengooien of verlagen van haar grenzen- bang voor een Insta-cultuur met Likes en loyaliteiten, alsof daarvan nu geen sprake is. Zet de prijsjes, commissariaten, eredoctoraten en opdrachten die men aan elkaar uitdeelt maar eens op een rijtje…

Het gilde zal toch moeten wennen aan pottenkijkers om hun eigen praktijk fris te houden. Maar ja – maak ze dat maar eens wijs.

Ik heb nog wel een paar andere opmerkingen ingebracht. Hieronder een bloemlezinkje, waarin mij opviel hoe er soms werd gereageerd (ik houd het maar anoniem). Ben benieuwd naar jullie oordeel.


Anton Theunissen • 15:38 8 Sept

Waarom zie ik de gangbare term “crowdreviewing” niet? Of “Select Crowd Reviewing”, zoals wat Maarten nu eigenlijk met dit artikel doet? Ik zie die term nergens in het artikel terugkomen. Een kadertje met wat initiatieven op dat gebied lijkt mij meer van toepassing dan het huidige kader over onderzoeksvoorstellen. https://www.researchgate.net/publication/347316480_How_and_Why_Crowd_Reviewing_Works

B

Bijdrager • 17:07 11 Sept

Crowd reviewing bestaat al in verschillende vormen, bijvoorbeeld rond preprints op bioRxiv en medRxiv. Het is daarbij wel belangrijk dat de ‘crowd’ niet uit willekeurige lezers bestaat, maar uit een grotere groep geselecteerde deskundigen. Dat is essentieel om de kwaliteit van de beoordelingen te waarborgen.

Anton Theunissen • 09:12 16 Sept

Precies, het gebeurt al en er is een naam voor, vandaar mijn opmerking. Maar als het gaat om beslissingen waarmee miljardenbudgetten mee zijn gemoeid, dan zit toch de zwakke plek bij de selectie van de ‘deskundigen’. Experts hebben nu eenmaal vaak een positie in hun vakdomein en zijn daarmee belanghebbend. Daaraan is nauwelijks te ontkomen. Olieproducenten weten het meest van olie. Jagers weten veel van wildbeheer. Gain-of-Function onderzoekers hebben verstand van schadelijke virussen.  Er is geen objectief oordeel van te verwachten. Juist de niet-voorgeselecteerde bemoeiallen (overigens zijn dat niet zelden wetenschappers die dan alsnog worden gecancelled) zijn in crisissituaties onmisbaar en zullen op inhoud moeten worden tegengesproken.

B

Bijdrager • 09:57 16 Sept

Ik denk dat het zeer belangrijk is om de beoordeling van wetenschappelijk werk, waar we het hier over hebben, niet te verwarren met politieke beslissingen over de verdeling van budgetten of het nemen van veiligheidsmaatregelen. Daarbij spelen natuurlijk meerdere factoren een rol en moeten verschillende perspectieven en belangen worden meegewogen. Daar is, denk ik, iedereen het over eens.


B

Bijdrager • 15:08 11 Sept

[…] Peer reviewers moeten kritisch kunnen zijn, en daarom is het belangrijk dat zij anoniem kunnen blijven.

Anton Theunissen • 09:17 16 Sept

Is de wetenschappelijke wereld intussen zó onveilig geworden dat men alleen onder gegarandeerde anonimiteit valide kritiek durft te uiten? Poeh. Dat is een veelzeggende constatering: de repercussies bij tegenspraak hebben effect. Kennelijk hebben mensen belangen te verdedigen.  

B

Bijdrager • 07:58 16 Sept

De wetenschappelijke wereld verandert juist niet zo snel, is over het algemeen zeker niet onveilig, en natuurlijk worden er ook open debatten gevoerd. Maar waar we het hier over hebben, is een robuust peerreviewsysteem dat bestand moet zijn tegen zowel Instagram-achtige processen, waarbij mensen elkaar vooral bevestigen en onvoorwaardelijk steunen, als tegen een cultuur waarin kritiek snel als een persoonlijke aanval wordt ervaren. Peer review moet juist ruimte creëren voor inhoudelijke kritiek zonder dat iemand zich persoonlijk aangevallen voelt. Over hoe je zo’n systeem goed organiseert, is veel nagedacht.


De RoRI rapporten

Aanleiding voor het interview was een rapport van het Research on Research Institute (RoRI), met Ludo Waltman als ‘Co-Chair’. Het project beoogt een “Atlas of Peer Review” te zijn: een kaart van het hele systeem.

Er ontbreken wel wat terreinen op de kaart. Zo wordt Covid slechts twee keer genoemd, en wel als voorbeeld van geslaagde snelle respons via expert task forces. Velen zullen het met mij eens zijn dat Covid-19 juist kan worden gezien als stresstest waarin het peer-systeem onder politieke en commerciële druk bezweek. Daar zijn belangrijke lessen uit te trekken. De wetenschaps-insiders denken daar duidelijk anders over.

Ondanks dat zijn het interessante rapporten waarin ook die afbakening van wetenschap en niet-wetenschap een belangrijke rol speelt. Zelfs de afbakening tussen expertises wordt door deze en gene beschermd. Het rapport geeft aan: “Deze voorkeur om peer review binnen gescheiden domeinen te handhaven, weerspiegelt de moeilijkheid die we bij deelnemers hebben waargenomen om domeinoverschrijdend en buiten hun eigen expertisegebieden te denken.”

De experts die het systeem zouden moeten hervormen, kunnen het systeem dus maar moeilijk in zijn geheel overzien.

Wat mij altijd weer doet denken aan Jos de Laat van het KNMI, onderzoekswetenschapper met meer dan 15 jaar ervaring in onderzoek naar de samenstelling van de atmosfeer, die zag dat het RIVM een totaal verkeerd beeld had van hoe aerosolen zich gedragen. Hij probeerde contact te leggen en kreeg geen enkele reactie van het RIVM.

RoRI wordt gefund door organisaties die een groot deel van het peer review-systeem organiseren: de beoordeling van subsidieaanvragen, van instellingen en indirect dus ook van carrières. De peer review van artikelen wordt door uitgevers geregeld, maar de systemen grijpen op elkaar in. Wie geen grant krijgt, krijgt moeilijker een vaste aanstelling; wie geen vaste aanstelling heeft, publiceert minder; wie minder publiceert, krijgt moeilijker een grant en komt dus nooit aan een peer review in een publicatie toe. (Daar ligt ook inhoudelijke gatekeeping op de loer. Denk aan hoe ZonMW het corona-onderzoeksbudget om de hete brei heen verdeelde: een onafhankelijk onderzoeksvoorstel naar vaccinatie-effecten van Ronald Meester werd niet gehonoreerd.)

Er is een opvallende passage in het rapport waarin kritiek op het systeem ter sprake komt. In het working paper staat:

“In een tijd waarin de wetenschap door velen wordt gezien als iets dat onder vuur ligt (bijvoorbeeld doordat de waarde van vaccins of de oorzaken van klimaatverandering in twijfel worden getrokken), is het onvermijdelijk een gevoelige kwestie om peer review kritisch te benaderen.”

Dus kritische vragen zijn welkom, zolang ze niet over bijvoorbeeld vaccins of klimaatverandering gaan. Het in twijfel trekken van het peer review proces zit ook in die gevarenzone. Kritische vragen worden dan al gauw een aanval op de wetenschap.

Dit taboedenken komt op mij onwetenschappelijk over. Alles moet onderwerp van onderzoek kunnen zijn. Maar zo is het niet meer. We hebben zelfs gezien dat voormalige peers toch weer buiten de groep worden geplaatst, als ze die toxische onderwerpen aanraken. Kritiek als wetenschappelijke bouwsteen wordt dan gezien als een existentiële bedreiging. Dit schuurt trouwens ook weer met de zo noodzakelijke ‘diversiteit van perspectieven’, die elders in het rapport wordt genoemd.

Maar het zijn twee rapporten van elk 75 pagina’s. Ik laat deze beker verder aan mij voorbij gaan.


 

 

Stills uit ‘De Stilte Schreeuwt’, de docu van Frank de Rooy over vaccinatieschade.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *