“De ziektelast en sterfte door koude zullen volgens de huidige inzichten afnemen.” schreef het RIVM in 2023 in een lijvig rapport “Gezondheidseffecten van klimaatverandering”
“Er overlijden duizenden mensen in Nederland bij lage temperaturen. Dat zijn er veel meer dan tijdens warme weken. En ook veel meer dan eerder gedacht.” schrijft Trouw over een RIVM-studie.
Verkeerd gedacht dus. Als je inzichten had dat iets zou afnemen en dat gebeurt niet, kan het natuurlijk ook zijn dat je inzichten fout waren. Maar nee: het komt door de onverwacht toegenomen sterfte vanwege de hoge energieprijzen, die leiden tot lagere kamertemperaturen en dus meer overlijdens. Dat zeggen ze in Nieuws van de Dag en ook Trouw haalt dat aspect naar voren.
Hieronder de grafieken die Nieuws van de Dag en Trouw toonden.
Zowel Trouw (die noemt het ‘oversterfte’) als NvdD laten 2024-2025 zien, terwijl de studie gaat over 2010-2019. Ze doen het voorkomen alsof de grafiek uit deze studie komt maar de onderzoekers zijn gestopt bij 2019, juist om de (post)corona-jaren buiten de studie te houden. Een post-covid illustratie in RIVM-stijl is dan ongelukkig gekozen, om niet te zeggen: misleidend.
De golvende lijntjes in de grafieken zijn de baseline van het RIVM, de sterfteverwachting gebaseerd op de sterftecijfers van de afgelopen vijf jaar. De verhoogde sterfte sinds 2020 heeft die baseline inmiddels al zover opgedreven dat de verhoogde zomersterfte niet meer zichtbaar is. In het linkerdeel van de grafiek is de lijn nu zelfs te hoog. De oversterfte in de virus-arme zomers lijkt iets te dalen. Zo moeten we het dan maar lezen.
De brede wintersterfteplateaus -pieken zijn het niet echt- verdwijnen even plotseling als ze opduiken. In 1 week: bam! omhoog en een aantal weken later weer, iets minder steil, omlaag (doet aan Gompertz denken). Dit zijn weeksterftes. Lopen die een beetje synchroon met de weektemperaturen? Reden voor nader onderzoek, vrees ik.
Dankzij die verhoogde baseline blijven alleen de significante wintersterfteblokken over als ‘extra sterfte’. Van het Trouw-artikel leren we dat bij koude de sterfte hoger is en dat die gevoeligheid ook te maken heeft met welstand. Armoede kent een hogere sterftegevoeligheid, voor koude en voor ziekte. Dat is allemaal niets nieuws; als dit is wat er uit die studie komt is het oude vis in nieuwe kranten. De extra sterfte in koude periodes treft ook vooral ouderen, zo leren we – ook al oud nieuws. Dus wat is er nu in wezen gevonden dat de aandacht rechtvaardigt?
Energie-armoede
Een nogal ondergeschikte maar wel nieuwe mogelijkheid die in de studie wordt genoemd is energie-armoede. Mensen draaien de verwarming een tandje lager of zetten hem helemaal uit, vanwege de kosten. Als dat tot zulke sterftegolven leidt, zou je dat toch terug moeten zien in de energieconsumptie (en nou geen grappen over crematoria svp).
De studie vond zelf geen correlatie met gasverbruik. Opvallend dat het er in Trouw wordt uitgelicht. (En natuurlijk pleiten de onderzoekers zelf voor: meer onderzoek.)
Energieverbruik
Bij particuliere woningen zitten we qua energieverbruik in een dalende trend. Al sinds 2004 daalt het verbruik, zie uitklapper ‘het grotere plaatje’, waarin ook aandacht voor de pieken in 2010 en 2021. Van een doorzettende of verergerde verlaging in 2024 en 2025 is helemaal niets te zien.
Groter plaatje: totaalverbruik
Sinds 2004 zien we in grote lijnen een daling, wat opvallend is bij een groeiende bevolking. In 2010 zorgde een combinatie van uitzonderlijk koud weer en een oplevende economie na de crisis (industriële energievraag) voor een opvallende piek. 2021 is ook zo’n incidentele piek: heropleving en (industriële) inhaalactiviteiten na coronajaar 2020. (Let alleen op de trends in de grafieken en niet op de Y-as; de eenheden komen niet overeen.)
Ik wil niet alle Bradford-Hill-criteria afgaan, maar omdat de daling van het energieverbruik inzette na zeg 2013, zou de sterfte sinds 2013 toch aan het stijgen moeten zijn? Is niet zo. Ook stagneert de daling na 2022 (voorlopige cijfers weliswaar). en toch tonen Trouw en NvdD grafieken van 2024 en 2025, die ze laten zien als illustratie bij de RIVM-studie die ging over 2010-2019? Moet de oversterfte verklaard worden of zo?
De Bradford Hill criteria
| Sterkte (effectgrootte): Een kleine associatie betekent niet dat er geen causaal effect is, hoewel hoe groter de associatie, hoe waarschijnlijker dat zij causaal is. |
| Consistentie (reproduceerbaarheid): Consistente bevindingen waargenomen door verschillende personen op verschillende plaatsen met verschillende steekproeven versterken de waarschijnlijkheid van een effect. |
| Specificiteit: Causaliteit is waarschijnlijk als er sprake is van een zeer specifieke populatie op een specifieke plaats en ziekte zonder andere waarschijnlijke verklaring. Hoe specifieker een associatie tussen een factor en een effect is, hoe groter de kans op een causaal verband.[1] |
| Temporaliteit: Het effect moet optreden na de oorzaak (en als er een verwachte vertraging is tussen de oorzaak en het verwachte effect, dan moet het effect na die vertraging optreden). |
| Biologische gradiënt (dosis-respons relatie): Een grotere blootstelling moet in het algemeen leiden tot een grotere incidentie van het effect. In sommige gevallen kan echter alleen al de aanwezigheid van de factor het effect teweegbrengen. In andere gevallen wordt een omgekeerde verhouding waargenomen: een grotere blootstelling leidt tot een lagere incidentie.[1] |
| Plausibiliteit: Een plausibel mechanisme tussen oorzaak en gevolg is nuttig (maar Hill merkte op dat de kennis van het mechanisme beperkt is door de huidige kennis). |
| Samenhang: Coherentie tussen epidemiologische en laboratorium bevindingen verhoogt de waarschijnlijkheid van een effect. Hill merkte echter op dat “het ontbreken van dergelijk [laboratorium]bewijs het epidemiologische effect op associaties niet teniet kan doen”. |
| Experiment: “Af en toe is het mogelijk een beroep te doen op experimenteel bewijs”. |
| Analogie: Het gebruik van analogieën of overeenkomsten tussen de waargenomen associatie en andere associaties. |
| En kandidaatcriterium: Omkeerbaarheid: Als de oorzaak wordt verwijderd dan zou het korte termijn effect ook moeten verdwijnen. |
| Deze criteria zijn een work in progress. Aanpassingen zijn voorgesteld door o.m. Ioannidis en Shimonovich. |
En dan de aanvullende kwesties: het energieverbruik van woningen daalt ook dankzij bijvoorbeeld betere woningisolatie, warmtepompen en zonnepanelen. Plus dat de meest kwetsbare groep in verzorgingstehuizen resideert. We mogen toch hopen dat daar de verwarmingen niet zijn uitgezet…
Correlatie en causatie
We kunnen eens kijken naar de sterfte per 100K maar informatiever is om te kijken naar alleen de 65-plussers. Dat zijn immers degenen die gevoelig zijn voor die koude periodes. De sterfte van 65-plussers zou tegengesteld moeten verlopen aan het energieverbruik. In grote lijnen is dat in elk geval niet zo. Het lijkt flauw want er zal betoogd worden dat we (alweer) op een kantelpunt zitten. Als dat al zo is, is dat kantelpunt per 2021 plotseling ingezet, dat zie je aan de sterfte (Corona-2020 zit daar heel toevallig net 1 jaar voor). Dat correleert niet eens met energiearmoede of -verbruik, laat staan dat er een causaal verband kan worden gelegd.
Het jaar 2020 was het coronajaar, dat weten we. Als de verhoogde sterfte te wijten is aan energiearmoede, dan zijn in 2021 ofwel de energieprijzen enorm gestegen, of we hebben sindsdien uitsluitend ijskoude winters gehad. Waar bleef die klimaatopwarming toen je hem nodig had? Die arme oudjes hebben na 2020 alleen maar zitten te rillen van de kou…
Waarom het RIVM belastinggeld besteedt aan het zoeken naar temperatuur als verklaring voor hogere sterfte maken ze niet kenbaar.
Het is immers bekend dat temperatuur een belangrijke factor is, evenals armoede. Armere landen leden ook zwaarder onder Covid.
In deze studie is granulair, op wijkniveau, te werk gegaan en ook met die methode is zorgvuldig bevestigd dat we het eigenlijk al best goed in de smiezen hebben allemaal. Niets nieuws onder de zon – en toch fijn dat het af en toe eens wordt geverifieerd.
Maar dat de extra sterfte in de pas loopt met energieprijzen en daardoor teruglopend verbruik of met klimaatdrammerij, dat blijkt niet uit de aangehaalde RIVM-studie over 2010-2019 en vinden we ook niet terug in de cijfers. De huidige oversterfte (grafieken 2024-2025) is er al helemaal niet mee af te vangen. Daar zal toch echt een andere oorzaak voor gevonden moeten worden. Nice try though.
Terzijde 1: Huishoudens vormen slechts 20% van de totale energieconsumptie. Dus met elke procent die door de energiemaatregelen bij huishoudens wordt gewonnen, gaat het totale NL energieverbruik met 0,2% omlaag. Niet echt een hefboom.
Terzijde 2: Wereldwijd is er inmiddels 1000 miljard gestoken in groene energie. Het aandeel groene energie in het wereldwijde energieverbruik is nu 3%. Voor NL wordt nu 27% groen geclaimd, waarvan 1/3 bestaat uit verbranding van biomassa.







