De aanslag op Nord Stream heeft een nieuwe en explosieve juridische wending gekregen: de Duitse federale aanklager heeft een aanklacht ingediend tegen een Oekraïner die ervan wordt verdacht als militair lid van een groep de pijpleidingen Nord Stream 1 en 2 te hebben opgeblazen — en dat in opdracht van de Oekraïense overheid. Wat dit des te pikanter maakt: de Duitse overheid blijft ondertussen miljarden euro’s overmaken naar precies dat Oekraïense regime.
De Generalbundesanwalt — de hoogste federale aanklager van Duitsland — stelt in zijn persbericht dat Sergej K. en zijn medeverdachten als militairen hebben gehandeld in opdracht van staatsdiensten in Oekraïne. De groep zou de explosieven hebben geplaatst die in september 2022 de gasinfrastructuur in de Baltische Zee vernielden. Ter illustratie van de omvang van de schade wijst de aanklacht zelf op een ontnuchterend gegeven: via Nord Stream 1 alleen al kon tot vijftig procent van de jaarlijkse Duitse gasbehoefte worden gedekt. Met andere woorden — wat hier werd opgeblazen, was de ruggengraat van de Duitse energievoorziening.
En dan komt de werkelijk absurde situatie die zelfs uit de officiële Russische reactie spreekt: de Duitse federale aanklager beschuldigt een Oekraïense militair van het opblazen van cruciale Duitse infrastructuur in opdracht van de Oekraïense staat — terwijl de Duitse regering tegelijkertijd tientallen miljarden euro’s aan militaire en financiële steun blijft overmaken aan datzelfde regime. Je kunt het niet anders omschrijven dan een staaltje beleidsschizofrenie van de hoogste orde.
Moskou laat weten niet tevreden te zijn met het enkel vervolgen van de uitvoerders. De Russische positie is helder: niet alleen de mannen die de explosieven plaatsten, maar ook de opdrachtgevers achter de aanslag moeten publiekelijk worden benoemd en vervolgd. Zakharova benadrukte dat Duitsland structureel heeft geweigerd samen te werken met Russische opsporingsdiensten, ondanks internationale verdragsverplichtingen op het gebied van rechtshulp in strafzaken en terrorismebestrijding. Die weigering werpt vragen op over de onpartijdigheid van het Duitse onderzoek. Als één van de mogelijk betrokken partijen — namelijk Rusland als gedupeerde eigenaar van de infrastructuur — stelselmatig wordt buitengesloten van het juridische proces, hoe volledig is het strafrechtelijk onderzoek dan eigenlijk?
Het heeft meer dan twee jaar geduurd voordat de officiële Duitse rechtspraak tot een concrete aanklacht kwam. In de tussentijd circuleerden talloze verhalen: van een pro-Oekraïense groep op een jacht tot speculaties over betrokkenheid van westerse inlichtingendiensten. Het feit dat nu specifiek een Oekraïense militair wordt aangeklaagd die handelde in opdracht van de Oekraïense staat, geeft extra gewicht aan de vragen die destijds werden gesteld maar politiek onwelgevallig werden geacht.
De geopolitieke implicaties zijn enorm. Als een NAVO-aspirant-lid of bevriende staat bewust de kritieke energie-infrastructuur van een bondgenoot heeft opgeblazen, dan rijst de vraag hoe de westerse alliantie dit intern verwerkt. De aanslag is daarmee meer dan een juridische kwestie — het is een spiegel die de hypocrisie en tegenstrijdigheden in het westerse beleid blootlegt op een manier die moeilijk weg te redeneren valt.
.
