Foto: Unsplash/Denise Jans
Het woningtekort in Nederland is verder opgelopen en bedraagt inmiddels 410.000 woningen. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van adviesbureau Capital Value, waarover eerder door De Telegraaf werd bericht. Het tekort komt neer op 4,8 procent van de totale woningvoorraad. Daarmee raakt de doelstelling van eerdere kabinetten om het tekort terug te dringen naar 2,1 procent in 2031 verder uit zicht. Volgens de huidige prognoses zal het tekort in dat jaar naar verwachting uitkomen op 3,9 procent.
Tegelijkertijd wijzen recente data op een opvallende ontwikkeling binnen de sociale huursector. Van de circa 2,2 miljoen sociale huurwoningen in Nederland wordt naar schatting 44 procent bewoond door huishoudens met een migratieachtergrond. Dat komt neer op ongeveer 972.000 woningen.
De cijfers zijn samengesteld door het platform Nederland In Beeld, dat verschillende datasets van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft gecombineerd. Het CBS publiceert namelijk geen rechtstreeks totaaloverzicht van sociale huurwoningen naar migratieachtergrond. Voor de berekening zijn onder meer gegevens gebruikt over woningbezit naar herkomst, huishoudgrootte en statistieken over statushouders.
Onder een migratieachtergrond worden in deze berekening eerste en tweede generatie immigranten verstaan. Derde generatie immigranten zijn niet opgenomen in het genoemde percentage van 44 procent. Wanneer ook deze groep wordt meegerekend, stijgt het geschatte aandeel tot ongeveer 1,2 miljoen woningen, oftewel 55 procent van de totale sociale woningvoorraad.
De ontwikkeling over langere termijn laat een duidelijke stijging zien. In 2000 lag het aandeel sociale huurwoningen bewoond door eerste en tweede generatie immigranten op 22 procent. Inmiddels is dat aandeel dus verdubbeld naar 44 procent. Prognoses wijzen erop dat dit kan oplopen tot 51 procent in 2030.
Een specifieke categorie binnen de sociale huursector betreft statushouders: asielzoekers die een tijdelijke verblijfsvergunning hebben gekregen, doorgaans voor vijf jaar. Volgens de aangehaalde cijfers is 7,9 procent van de jaarlijkse toewijzingen van sociale huurwoningen bestemd voor statushouders. Dit percentage omvat echter alle toewijzingen, inclusief verhuizingen binnen de sociale sector waarbij een andere woning vrijkomt.
Wanneer uitsluitend wordt gekeken naar eerste toewijzingen – dus nieuwe instroom in een sociale huurwoning – stijgt het aandeel statushouders tot 28 procent.
Daarnaast blijkt dat een groot deel van bepaalde groepen eerste generatie immigranten in sociale huurwoningen woont. Zo woont 92 procent van de eerste generatie Syriërs in sociale huur, evenals 90 procent van de eerste generatie immigranten uit Somalië, Afghanistan en Eritrea.
Als je hier een bepaald woord voor gebruikt, ben je een rechtsextremist en fascist.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
.
