
De dictatoriale fluitist op het pluche
Dit is exact het gedrag dat we nu dagelijks in de plenaire zaal zien. Van Campen deelt als een ware schoolmeester straffen uit, snoert de oppositie de mond en grijpt bij het minste of geringste in, puur om zijn eigen macht te etaleren. Hij geniet zichtbaar van zijn eigen autoriteit, terwijl het democratische debat vakkundig de nek wordt omgedraaid.
ZE WILLEN DAT WE ZWIJGEN: Steun DDS in de strijd tegen het liegende partijkartel! (LET OP: HET ARTIKEL GAAT HIERONDER DIRECT VERDER!)
Terwijl de elite het debat doodslaat en de oppositie de mond snoert, weigert de onafhankelijke media te buigen voor deze censuur. Wilt u dat wij ook in 2026 de luis in de pels van dit kille regime blijven? Steun ons dan nu!
Het debat vakkundig doodgeslagen
De reactie van de omstanders langs dat Friese voetbalveld spreekt boekdelen over hoe politiek Nederland momenteel naar Van Campen kijkt. “Godskolere! Nog nooit zo’n klootzak gezien!” riepen de elftalleiders over de scheidsrechter. Ze voegden er woedend aan toe:
“Als deze hufter ooit bij de senioren gaat fluiten en hij moet naar Urk of naar Sneek, dan moet hij na de wedstrijd rennen voor zijn leven. Wat een randdebiel”.
Het is de perfecte metafoor voor de minachting die het kartel, bij monde van deze voorzitter, voelt voor het volk en haar vertegenwoordigers. Iedere greintje passie en oprecht volksgevoel wordt door Van Campen met zijn regeltjes in de kiem gesmoord, net zolang tot de Kamerleden “al hun plezier” in het debat verliezen.
Heimwee naar Martin Bosma
De pijnlijke conclusie van Dijkgraaf is er eentje die we bij De Dagelijkse Standaard volledig onderschrijven. “Omdat jij als Kamervoorzitter net die scheidsrechter bent,” schrijft hij keihard aan het adres van Van Campen. Het grote drama voor onze democratie is echter dat de politiek geen functionerend beoordelingssysteem heeft om dit soort figuren aan de kant te schuiven.
Dijkgraaf noemt de huidige Kamervoorzitter treffend een “regelfetisjist zonder empathisch vermogen”. En daarmee slaat hij de spijker snoeihard op zijn kop. We kijken met weemoed terug op de tijd dat we nog een Kamervoorzitter hadden die wél begreep hoe het spel gespeeld moest worden. Zoals Dijkgraaf zijn vernietigende briefje meesterlijk afsluit:
“Dáár hebben ze liever een Martin Bosma dan een Thom van Campen”.
.

