
An Inconvenient Truth bestaat volgende maand twintig jaar. Ik ben er zeker van dat er de komende weken veel terugblikken zullen verschijnen waarin de wetenschappelijke beweringen in de film opnieuw ter discussie worden gesteld. Maar het veel belangrijkere verhaal rond deze verjaardag gaat niet over de juistheid van de individuele beweringen van Gore, maar over wat de film teweegbracht in de wetenschappelijke gemeenschap: een beslissende ommezwaai waarbij partijpolitiek zijn intrede deed in de wetenschappelijke instellingen.
Gore maakte niet zomaar een film over klimaatverandering. Hij smeekte de wetenschappelijke gemeenschap om zich bij hem aan te sluiten in openlijke belangenbehartiging voor het klimaat. De brandstof die Gore toevoegde aan het vuur van de pathologische politisering van de klimaatwetenschappelijke gemeenschap, is de belangrijkste erfenis van An Inconvenient Truth (AIT).
Bijna drie jaar na de release van AIT betrad Al Gore het podium tijdens de jaarvergadering van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) in Chicago in 2009 en hij hield daar iets dat veel meer leek op een (opwekkings)preek dan op een wetenschappelijke lezing.
Op het eerste gezicht leek de locatie voor Gore’s klaagzang misschien vreemd. De AAAS werd opgericht in 1848 en was in 2009 met meer dan 120.000 leden de meest vooraanstaande en gezaghebbende wetenschappelijke vereniging in de Verenigde Staten. Achteraf gezien is het duidelijk dat Gore met AIT niet alleen het publiek toesprak – hij rekruteerde ook de hogepriesters van de seculiere ondergangsdenken (apocalyps) voor zijn zaak, en dat deed hij briljant.
Hij had net twee Oscars voor AIT en een Grammy voor het bijbehorende audioboek gekregen – slechts enkele dagen eerder waren uitgereikt – en Gore vertelde de verzamelde wetenschappers dat ze niet langer “met een goed geweten deze scheiding tussen jullie werk en de beschaving waarin jullie leven, konden accepteren.”
Zijn opdracht aan de verzamelde wetenschappers was duidelijk:
“Verlaat deze stad na deze bijeenkomst en ga je bezighouden met politiek. Houd je dagelijkse baan, maar meng je in dit historische debat. We hebben jullie nodig.”
De reactie in de zaal was uitbundig. De staande ovatie die Gore van de wetenschappers kreeg, duurde meer dan een minuut, totdat hij het podium verliet.
Het persbericht van de AAAS ter ere van de gelegenheid beschreef Gore’s optreden in bewoordingen die meer passen bij een rockster/profeet. James McCarthy, de oceanograaf van Harvard die destijds als voorzitter van de AAAS fungeerde – en zelf adviseur was bij de oorspronkelijke documentaire uit 2006 – prees Gore’s politieke oproep tot actie uitbundig:
“Geen enkel individu verdient meer lof . . . voor onze publieke acceptatie van de klimaatwetenschap – een publieke acceptatie die een groeiend aantal burgemeesters, gouverneurs, senatoren en presidentskandidaten heeft aangemoedigd om de urgentie van het aanpakken van antropogene klimaatverandering te omarmen.”
Om de onderliggende dynamiek te begrijpen, helpt het om te bekijken hoe catastrofisme wortel schoot in de klimaatwetenschappelijke gemeenschap – en ook hoe de wetenschap een centrale rol ging spelen in dit catastrofisme.
In 1983 signaleerde Michael Barkun, een professor aan de Syracuse University, de opkomst van een ‘nieuw apocalyptisme’ in het Amerikaanse leven. Hij beschreef een seculiere variant van religieus millenarisme — niet geworteld in de Schrift maar in de wetenschap, maar structureel identiek in zijn essentiële kenmerken.
Barkun legde uit:
“Het zogenaamde ‘nieuwe apocalyptisme’ is onmiskenbaar religieus en geworteld in de protestantse millenaristische traditie. Religieus apocalyptisme is echter niet het enige apocalyptisme dat in de Amerikaanse samenleving voorkomt. Een nieuwer, diffuser, maar onbetwistbaar invloedrijk apocalyptisme bestaat ernaast. Deze tweede variant is eerder seculier dan religieus en komt voort uit een naturalistisch wereldbeeld, dat meer te danken heeft aan de wetenschap en aan maatschappijkritiek dan aan theologie. Veel van de auteurs zijn academici, en de werken zelf zijn gericht op een lekenpubliek van invloedrijke personen – regeringsfunctionarissen, bedrijfsleiders en journalisten – van wie wordt aangenomen dat zij de macht hebben om in te grijpen om een planetaire catastrofe af te wenden.”
Gore’s toespraken volgden perfect het script van het ‘nieuwe apocalyptisme’: de identificatie van een existentiële crisis, de diagnose van de menselijke zonde als oorzaak, de urgentie van transformatie en de troost van verlossing voor degenen die de waarschuwing ter harte nemen. De klimaatwetenschappelijke gemeenschap omarmde dit script gretig en nam de taal van gelovigen en ontkenners over om onderscheid te maken tussen degenen met geloof en degenen die nog bekeerd moesten worden en die het risico liepen op excommunicatie.
Barkun legde uit dat wetenschappelijke “voorspellingen van ‘de laatste dingen’ het gevoel van ontzag oproepen dat eschatologie altijd heeft omgeven, ook al komen de voorspellingen in dit geval vaak voort uit computermodellen in plaats van uit Bijbelse teksten.”
Source: https://clintel.nl/de-erfenis-van-al-gores-an-inconvenient-truth-twintig-jaar-later/
.
