
In de New York Times van 22 september stond een opiniestuk van David Wallace-Wells en Zeke Hausfather — respectievelijk journalist en klimaatwetenschapper — die beiden bekend staan om hun inzet voor het klimaatactivisme.
Normaal gesproken zou weer zo’n apocalyptisch opiniestuk geen commentaar waard zijn, aangezien er talloze van zijn.
Het opiniestuk laat echter zien hoe de nieuwe CMIP7-klimaatscenario’s — hier onder meer besproken — kunnen worden gebruikt om het ongeloofwaardig extreme en inmiddels afgeschreven scenario RCP8.5, weer stiekem in de discussies over klimaatwetenschap en -beleid te smokkelen.
Volgens Hausfather, een hoofdauteur van het komende IPCC AR7-rapport, zal IPCC AR7 deze strategie eveneens gaan volgen.
Misbruik
Het misbruik van rampscenario RCP8.5 begon al vroeg en veroorzaakte vanaf dat moment een sneeuwbaleffect, omdat niemand de corrigeerbare misstappen in een vroeg stadium rechtzette. We mogen hier niet opnieuw intrappen.
Het opiniestuk begint nog goed, met de juiste constatering:
[D]e voorspelde toekomstige opwarming is behoorlijk gedaald, en een worst-case-emissiescenario dat bekendstaat als “RCP8.5” — waarin het gebruik van steenkool tegen 2100 ongeveer zou vervijfvoudigen — wordt geleidelijk afgeschaft omdat het onwaarschijnlijk is.
Vervolgens neemt het opiniestuk een scherpe wending. Wallace-Wells en Hausfather beweren:
[E]en nieuwe reeks voorspellingen van de klimaatwetenschappelijke gemeenschap is behoorlijk alarmerend.
Maar er zijn geen nieuwe ‘voorspellingen’ van de ‘klimaatwetenschappelijke gemeenschap’. Het IPCC heeft altijd zorgvuldig uitgelegd dat het geen voorspellingen over de toekomst doet – en terecht. Het produceert projecties die afhankelijk zijn van scenario’s.
Bovendien laten de resultaten van onderzoek met dergelijke voorwaardelijke projecties waarin de nieuwe scenario’s zijn verwerkt, nog lang op zich wachten. Een beoordeling door de ‘klimaatwetenschappelijke gemeenschap’ zal moeten wachten tot IPCC AR7.
Uit zijn eigen blogbericht
De ‘voorspellingen’ van de ‘klimaatwetenschappelijke gemeenschap’ die in het opiniestuk worden aangehaald, zijn in feite afkomstig uit een blogbericht van . . . Hausfather.1
Op basis van Hausfathers ‘voorspellingen’ waarschuwen de auteurs onheilspellend (nadruk toegevoegd):
[S]chrikbarende temperatuurstijging blijft, verontrustend genoeg, mogelijk. Niet alleen hebben we door te traag te handelen, de kans gemist om ontwrichtende klimaatverandering te voorkomen. Ook de sterke opwarming, die soms wordt omschreven als een “worst-case-scenario”, blijft zeer zeker een mogelijkheid.
Die laatste zin is een niet al te subtiele verwijzing naar de klimaatuitkomsten die voortkwamen uit het inmiddels buiten gebruik gestelde RCP8.5.
Hoe kan het dat RCP8.5 wordt ‘afgebouwd’, terwijl de implicaties ervan nog steeds ‘zeer zeker een mogelijkheid’ zijn?
Hieronder laat ik zien hoe RCP8.5 weer volop in de discussie over klimaatwetenschap en -beleid wordt gebracht via een Trojaans Paard dat misbruik maakt van de uitbreiding van scenario’s.
Stap 1: De doelpalen verplaatsen
Wallace-Wells en Hausfather voorspellen een apocalyptisch klinkende toekomst, die zij karakteriseren met een waarschijnlijkheid van 75%:
Bij een temperatuurstijging van drie graden [Celsius ten opzichte van 1850-1900] zouden de ijskappen van de wereld gedoemd zijn tot millennia van terugtrekking. Het aantal soorten op het land dat een hoog risico op uitsterven loopt, zou kunnen verdubbelen.
Hoe waarschijnlijk is deze toekomst? Volgens conventionele modellering van het huidige beleid en de huidige trajecten is de kans rond 2100 ongeveer 50 % – en 75 % rond 2150.
De bewering dat “conventionele modellering van het huidige beleid en de huidige trajecten” zich uitstrekt tot 2150 is echter ronduit onjuist.
De makers van de nieuwe CMIP7-scenario’s hebben uitbreidingen van de scenario’s tot 2500 opgesteld, maar zij zijn expliciet (en verantwoordelijk) in het vermelden dat deze uitbreidingen niet gebaseerd zijn op modellering van beleid en trajecten (nadruk toegevoegd):
[D]e scenario-uitbreidingen bestaan uit emissie- en concentratietrajecten tot het jaar 2500 die losstaan van de uitkomsten van IAM-simulaties [Integrated Assessment Model]. Hoewel IAM’s nuttig zijn voor het genereren van de plausibele ontwikkeling van broeikasgasemissies op de kortere termijn, beperken de onzekerheden die na het einde van deze eeuw in toenemende mate van invloed zijn op de sociaal-economische drijfveren van deze trajecten, uiteindelijk het nut van IAM’s voor het ontwerpen van scenario’s.
De scenario-uitbreidingen zijn dus niet gemaakt om plausibele toekomsten te produceren, laat staan “voorspellingen” van de toekomst, maar om “de lange-termijndynamiek van het aardse systeem te verkennen”. Het verkennende gebruik van de uitbreidingen is vanuit wetenschappelijk perspectief volkomen gepast.
Dergelijke uitbreidingen zijn echter niet gemaakt om plausibele toekomsten weer te geven, en bieden dus geen basis voor voorspellingen of plausibele projecties van de toekomst.
Het verleggen van de einddatum naar 2150 is echter noodzakelijk om RCP8.5 nieuw leven in te blazen.
Stap 2: 2150 gebruiken als basis voor voorspellingen
Nadat (ten onrechte) is betoogd dat de ‘wetenschappelijke gemeenschap’ beleidsmaatregelen en trajecten tot 2150 heeft gemodelleerd, breidt het opiniestuk vervolgens zijn voorspellingen uit tot 2150, wederom op basis van de blogpost van Hausfather:
Er bestaat ook een omvangrijke wetenschappelijke literatuur over een nog huiveringwekkender mate van temperatuurstijging — tussen de vier en vijf graden Celsius opwarming in deze eeuw. Dit is het echte klimaatdoemscenario, waarbij de meeste effecten exponentieel erger worden en de schade zich opstapelt, waarschijnlijk sneller dan boerderijen, steden, kustgebieden en ecosystemen zich naar behoren kunnen aanpassen. Recente modellen laten zien dat het huidige beleid ons een kans van ongeveer 25 procent geeft dat de opwarming in 2150 de vier graden overschrijdt.
Hier wordt verwezen naar het nieuwe CMIP7 MEDIUM-scenario, dat een verkennende uitbreiding bevat waarbij tussen 2100 en 2150 ongeveer 1.300 gigaton kooldioxide extra wordt uitgestoten.
In een bijbehorende blogpost bij het opiniestuk gaat Hausfather nog een stap verder:
Er is ook geen garantie dat we in een wereld met het huidige beleid zullen blijven. Hoewel ik hoop dat landen hun klimaatmaatregelen in de loop van de tijd zullen versterken, is het, zoals we in de VS hebben gezien, ook mogelijk om fossiele brandstoffen rechtstreeks te subsidiëren en belemmeringen op te werpen voor de inzet van schone energie.
In een wereld van beleidswisselingen en actieve steun voor het verbranden van fossiele brandstoffen (het CMIP7 “High”-scenario) zouden we in 2100 ruim boven de 3 °C kunnen uitkomen, met een kans van ongeveer 70 % op meer dan 4 °C in 2150 en een kans van 30 % op meer dan 5 °C.
HIGH-2150
Het HIGH-2150-scenario leidt inderdaad tot resultaten die griezelig veel lijken op die van RCP8.5. De onderstaande figuur laat zien waarom dat zo is — HIGH-2150 heeft tot 2100 in wezen identieke cumulatieve kooldioxide-emissies als RCP8.5.
Source: https://clintel.nl/rcp85-cmip7-terugkeer-rampscenario/
.
