• wo. mei 20th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

RCP8.5 biedt geen fysisch consistent worst-case BAU-traject (Business As Usual, red.) dat verdere nadruk in wetenschappelijk onderzoek rechtvaardigt. Bijgevolg biedt het geen bruikbare benchmark voor beleidsstudies. Ritchie en Dowlatabadi 2017

Toen mijn zoon 12 jaar oud was, was hij 5 feet lang. Toen hij 16 was, was hij 6 feet  — hij was in slechts 4 jaar tijd een hele foot gegroeid. Met mijn wiskundediploma op zak, vond ik dat ik een kwantitatief scenario van zijn toekomstige groei moest maken om er zeker van te zijn dat alles in orde was.

Ik raakte al snel gealarmeerd. Op basis van mijn berekeningen schatte ik dat hij op zijn 28e 9 feet (= 2,74 meter!) lang zou zijn, bij een groeisnelheid van een foot per vier jaar!

Ik sprak met een arts, die zei dat ik ervoor moest zorgen dat hij een evenwichtig dieet kreeg, voldoende rust nam en regelmatig werd gecontroleerd. We deden al deze dingen en ze werkten!

Mijn zoon bleef steken op 1,88 meter en dankzij mijn alarmerende groeiscenario en snelle ingrijpen werd het ergste scenario vermeden — hij werd geen 2,74 meter lang.

Wat is er mis met dit verhaal?

Mijn oorspronkelijke scenario van 2,74 meter was nooit aannemelijk. De dynamiek die het beschrijft, is niet hoe de dingen in werkelijkheid werken. Dus ook al hebben we goed voor mijn zoon gezorgd, dat is niet de reden waarom hij geen 2,74 meter lang is geworden. Het scenario was vanaf het begin onwaarschijnlijk, en mijn zelfbenoemde heldhaftige rol in het afwenden van dat scenario, is een onjuiste interpretatie van de geschiedenis.

Als je deze kleine analogie vat, dan begrijp je de huidige reacties van sommige klimaatwetenschappers op het afschaffen van RCP8.5. Nee, RCP8.5 is niet onwaarschijnlijk geworden door het klimaatbeleid. Vandaag leg ik uit waarom.

Tien jaar geleden

De afgelopen weken hebben vooraanstaande klimaatonderzoekers RCP8.5 verdedigd als een scenario dat tien jaar geleden een plausibele beschrijving gaf van waar de wereld naartoe ging. Dankzij hun waarschuwingen hebben beleidsmakers wereldwijd gereageerd met de invoering van klimaatmaatregelen die RCP8.5 nu onwaarschijnlijk hebben gemaakt. De implicatie van deze beweringen is dat de wereld ooit op weg was naar een temperatuurstijging van ~4,8 °C in 2100 en dat dit nu ~2,7 °C is — een enorme daling.

Bijvoorbeeld:

  • Detlef van Vuuren,1 hoofdauteur van het vorige maand gepubliceerde ScenarioMIP-artikel, legde aan The Australian uit dat RCP8.5

“onwaarschijnlijk is geworden, gezien de trends in de kosten van hernieuwbare energie, de opkomst van klimaatbeleid en recente emissietrends.”

  • Zeke Hausfather, een klimaatwetenschapper bij Stripe en een frequente, vriendelijke intellectuele sparringpartner van mij, beschreef RCP8.5 ook als ooit aannemelijk, maar nu onwaarschijnlijk vanwege successen in het klimaatbeleid:

“Het staat buiten kijf dat de snelle kostendaling, de investeringen in en de inzet van schone energietechnologieën in de afgelopen 15 jaar, de plausibele scenario’s voor het gebruik van fossiele brandstoffen later in deze eeuw hebben veranderd. Deze nieuwe scenario’s weerspiegelen dit succes.”2

  • Robert Vautard, medevoorzitter van IPCC-werkgroep I voor AR7, beschreef het afschaffen van RCP8.5 eveneens als het resultaat van succesvol klimaatbeleid:

“Eerdere ‘hoge scenario’s’ gingen uit van 2015 en veronderstelden geen klimaatbeleid, maar er is nu wel degelijk veel klimaatbeleid in veel landen, ontwikkeld met name op basis van het in 2016 (sic) ondertekende Akkoord van Parijs, en daarvoor. . . het toont aan dat klimaatmitigatiebeleid de opwarming van de aarde consequent vermindert.”

Elk van deze interpretaties berust op een gemeenschappelijke logica: RCP8.5 beschreef ooit een plausibel traject; daaropvolgende beleidsontwikkelingen en trends in technologische kosten hebben de wereld daarvan weggevoerd; daarom werd het scenario onwaarschijnlijk.3

Gebrekkig scenario

Dit verhaal zou, als het waar was, ongelooflijk goed uitkomen voor de klimaatwetenschappelijke gemeenschap. In plaats van de wereld een gebrekkig scenario voor te leggen dat de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid meer dan tien jaar lang domineerde – en het vervolgens hardnekkig te verdedigen – wordt de klimaatwetenschappelijke gemeenschap in dit vernieuwde verhaal afgeschilderd als bijna onfeilbaar en heldhaftig.

Hun verhaal is niet waar. RCP8.5 en andere extreme scenario’s waren nooit aannemelijk.

De plausibiliteit van een scenario wordt bepaald door de theorieën en het bewijs die op het moment van het opstellen van het scenario beschikbaar waren, niet simpelweg door de vraag of de wereld uiteindelijk wel of niet in de richting is gegaan van de prognoses, die uit dat scenario voortvloeiden.

Een scenario dat afwijkt van hoe de wereld zich daadwerkelijk heeft ontwikkeld, is niet noodzakelijkerwijs met terugwerkende kracht onwaarschijnlijk op het moment dat het werd opgesteld. Maar een scenario dat is gebaseerd op aannames die niet in overeenstemming zijn met de dan beschikbare theorie en bewijs, is wel al bij de opstelling onwaarschijnlijk, ongeacht of latere gebeurtenissen de voorspellingen bevestigen of tegenspreken.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) Special Report on Emissions Scenarios (SRES) — gepubliceerd in 2000 — definieerde een scenario als:

“een samenhangende, intern consistente en aannemelijke beschrijving van een mogelijke toekomstige toestand van de wereld.”

Scenario’s zijn expliciet “geen voorspellingen”. Maar ze moeten wel in overeenstemming zijn met theorie en bewijs.

Elke prognose die is gebaseerd op scenario-aannames die in tegenspraak zijn met de beschikbare theorie en het beschikbare bewijs, is vanaf het begin ongeldig, ongeacht wat er daarna gebeurt. Bovendien zijn scenario’s geen voorspellingen, en beschrijft een reeks scenario’s geen waarschijnlijkheidsverdeling van verwachte toekomsten. Sinds het IPCC SRES in 2000 is er veel wijsheid over scenario’s verloren gegaan.

Aannames

Hieronder bespreek ik drie aannames van RCP8.5 die het vanaf het begin onwaarschijnlijk maakten (waarbij ik andere onwaarschijnlijke aannames, zoals de ongelooflijke bevolkingsgroeicijfers, buiten beschouwing laat):

  • Het vertrouwen op een gebrekkige theorie voor de enorme uitbreiding van energie uit steenkool;
  • Een overeenkomstige snelle toename van de omzetting van steenkool in vloeistoffen, waardoor aardolie wordt verdrongen;
  • Een noodzakelijke vertraging in technologische verbeteringen op het gebied van zonne-energietechnologie.

Laten we ze eens bekijken.

Ten eerste vereiste RCP8.5 het verbranden van steenkool in een onwaarschijnlijk tempo. Steenkool is de meest koolstof-intensieve fossiele brandstof, en er moesten enorme hoeveelheden worden verbrand om het hoge forcing-niveau te bereiken dat was toegewezen aan het meest extreme RCP-scenario.

Bedenk dat onder de RCP’s de stralingforcerings-niveaus voor 2100 eerst werden gekozen. Pas later kregen de makers van geïntegreerde assessment-modellen de taak om uit te zoeken hoe die niveaus bereikt konden worden. RCP8.5 vereiste onwaarschijnlijke sociaal-economische aannames om aan de (vooraf vastgestelde) ontwerpcriteria te voldoen. Helaas heeft de gemeenschap van scenario-ontwikkelaars nog niet geleerd dat sociaal-economische aspecten voorop moeten staan.


Source: https://clintel.nl/rcp8-5-werd-niet-onwaarschijnlijk-door-klimaatbeleid/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *