
Vooral raffinaderijen en bedrijven in de chemische industrie zagen hun omzet omhoogschieten. Deze bedrijfstakken boekten samen ongeveer 31 procent meer omzet dan een jaar geleden. De forse stijging hangt nauw samen met de duurdere olie en de onzekerheid rond de internationale energievoorziening.
Olieprijs stuwt omzet omhoog
De omzetgroei bij raffinaderijen en chemie moet voorzichtig worden geïnterpreteerd. Meer omzet betekent niet automatisch dat bedrijven ook 31 procent meer goederen hebben gemaakt of veel meer winst overhouden.
Wanneer een vat olie flink duurder wordt, stijgt de verkoopwaarde van benzine, diesel, kerosine en chemische producten vanzelf mee. Een raffinaderij kan dan meer omzet boeken zonder dat er ook maar één extra liter brandstof is verkocht. Tegelijkertijd lopen de kosten voor de inkoop van ruwe olie eveneens op.
Door de internationale onrust en problemen met het vervoer van olie is de olieprijs sterk gestegen. Volgens de gepubliceerde cijfers ging het om een prijsstijging van ruim 40 procent. Nederlandse raffinaderijen verwerken grote hoeveelheden olie en verkopen hun producten zowel in Nederland als aan buitenlandse afnemers. Veranderingen op de wereldmarkt zijn daardoor snel terug te zien in hun omzet.
Voor consumenten is dat niet per definitie gunstig nieuws. Hogere olieprijzen kunnen uiteindelijk doorwerken in de prijs van benzine en diesel, maar ook in transportkosten, vliegtickets, verpakkingen en producten waarvoor aardolie als grondstof wordt gebruikt.
De omzetcijfers zeggen niets over de precieze ontwikkeling van de consumentenprijzen. Ze laten wel zien dat de energieschok een groot effect heeft op Nederlandse bedrijven.
Ook machine-industrie groeit
De stijging blijft niet beperkt tot raffinaderijen en chemische ondernemingen. De elektrotechnische en machine-industrie zette 6,8 procent meer om dan een jaar eerder. Dat is voor Nederland belangrijk, omdat deze sector een aanzienlijk deel van zijn productie exporteert.
Nederlandse bedrijven leveren onder meer gespecialiseerde machines, onderdelen en technische installaties aan buitenlandse klanten. Een stijging van de omzet kan daarom wijzen op een sterkere internationale vraag. Ook prijsstijgingen en grote afzonderlijke bestellingen kunnen de kwartaalcijfers beïnvloeden.
Toch geeft de groei aan dat niet de gehele industrie afhankelijk is van de hoge olieprijs. Meerdere bedrijfstakken droegen bij aan de hogere totale omzet.
Dat is een verschil met het eerste kwartaal. Toen bedroeg de algemene groei nog 2,3 procent en kwam de omzetstijging vooral uit het buitenland. De binnenlandse industriële omzet daalde destijds juist licht.
Voedingsindustrie beweegt de andere kant op
Opvallend genoeg profiteert de voedings- en genotmiddelenindustrie niet van de brede omzetgroei. Daar daalde de omzet. Een belangrijke oorzaak is dat fabrikanten voor bepaalde voedingsmiddelen lagere afzetprijzen ontvingen.
Dat klinkt op het eerste gezicht als goed nieuws voor mensen die iedere week schrikken bij de kassa van de supermarkt. Lagere prijzen bij producenten kunnen uiteindelijk ruimte bieden voor goedkopere producten in de winkel. In de praktijk gebeurt dat niet onmiddellijk en ook niet altijd volledig.
Tussen een fabrikant en het schap van de supermarkt zitten immers meer kosten. Denk aan verpakking, opslag, vervoer, lonen, energie, winkelruimte en de marges van verschillende bedrijven in de keten. Daarnaast werken supermarkten en leveranciers vaak met contracten en prijsafspraken die niet dagelijks worden aangepast.
Consumenten merken de daling bij voedselproducenten daarom nog niet duidelijk aan hun boodschappenrekening. Of dat later alsnog gebeurt, hangt af van de duur van de prijsdaling en de mate waarin fabrikanten en supermarkten die doorgeven.
Sterke omzet is niet hetzelfde als goedkope boodschappen
Het cijfer van 8,4 procent laat zien dat de Nederlandse industrie in euro’s veel meer verkoopt dan een jaar geleden. Het is echter geen bewijs dat de economie over de gehele linie met hetzelfde percentage is gegroeid.
Vooral de stijging van 31 procent bij raffinaderijen en chemie wordt sterk beïnvloed door duurdere grondstoffen. Het bedrag dat op facturen staat loopt daardoor snel op, maar zowel bedrijven als consumenten kunnen tegelijkertijd met hogere kosten worden geconfronteerd.
De cijfers bevatten daarmee twee totaal verschillende signalen. Aan de ene kant draait een belangrijk deel van de industrie duidelijk meer omzet en groeit ook de machine-industrie. Aan de andere kant komt een aanzienlijk deel van de stijging voort uit een olieprijs die de rekening voor huishoudens en bedrijven juist kan verhogen.
Voor de portemonnee is daarom niet alleen de totale omzetgroei belangrijk. De grote vraag is welke prijzen blijvend stijgen en of de lagere prijzen bij voedselproducenten uiteindelijk ook werkelijk in de supermarkt terechtkomen.
.

