• za. aug 15th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Nederlandse huishoudens hebben in de eerste helft van 2026 opnieuw miljarden euro’s opzijgezet. Het totale spaartegoed is volgens recente cijfers van De Nederlandsche Bank opgelopen tot ongeveer €552 miljard. Dat is ruim 4,5 procent meer dan eind vorig jaar.

Toch profiteren veel spaarders nauwelijks van de concurrentie op de Europese spaarmarkt. Bij de grote Nederlandse banken zijn de reguliere spaarrentes het afgelopen jaar amper veranderd. Dat kan een huishouden met enkele tienduizenden euro’s spaargeld jaarlijks een behoorlijk bedrag kosten.

Neem iemand met €25.000 op een vrij opneembare rekening tegen 1,50 procent rente. Na één jaar levert dat, zonder rekening te houden met samengestelde rente of belasting, €375 op. Bij een rekening die 2,17 procent vergoedt, is dat €542,50. Het verschil bedraagt €167,50 per jaar.

Daar hoeft de spaarder niets extra’s voor te verdienen of te beleggen. Het verschil ontstaat uitsluitend doordat hetzelfde bedrag op een rekening met een hoger rentepercentage staat.

Bankwinsten stijgen stevig

Het contrast met de recente bankresultaten is opvallend. ABN AMRO maakte op 12 augustus bekend in het tweede kwartaal een nettowinst van €781 miljoen te hebben geboekt. Dat was 29 procent meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De bank zag zowel de kredietverlening als de hoeveelheid deposito’s groeien, blijkt uit de officiële kwartaalcijfers van ABN AMRO.
ING rapporteerde over het tweede kwartaal een nettowinst van €1,947 miljard. Dat was 16 procent meer dan een jaar eerder. Ook de totale inkomsten namen toe. De bank kreeg in één kwartaal bovendien €15,9 miljard aan nieuwe deposito’s binnen, zo staat in het resultatenbericht van ING.

Hoge bankwinsten betekenen niet automatisch dat de spaarrente onmiddellijk omhoog kan of moet. Banken hebben personeelskosten, kapitaaleisen en risico’s en verdienen ook aan andere activiteiten. Tegelijkertijd blijft goedkoop spaargeld voor een bank een belangrijke financieringsbron. Hoe minder rente aan rekeninghouders hoeft te worden betaald, hoe gunstiger dat voor de rentemarge kan uitpakken.

Een overzicht van de actuele spaarmarkt laat zien dat ING en ABN AMRO hun reguliere spaarrentes al langere tijd niet wezenlijk hebben aangepast. Rabobank verhoogde onlangs wel de vergoeding over de eerste €10.000 van 1,40 naar 1,50 procent, maar hogere saldi ontvangen niet automatisch hetzelfde tarief.

Een deposito is niet hetzelfde

Wie verder kijkt dan de reguliere spaarrekening, ziet ook tarieven van boven de 3 procent. Bij een deposito wordt het geld echter voor een afgesproken periode vastgezet. Een eenjarig deposito van 3,30 procent levert over €25.000 bruto €825 rente op. Vergeleken met 1,50 procent is dat €450 meer.

Die vergelijking vraagt wel om een belangrijke kanttekening. Geld op een vrij opneembare rekening kan meestal ieder moment worden gebruikt. Bij een termijndeposito is tussentijds opnemen vaak onmogelijk of alleen toegestaan in enkele uitzonderlijke situaties. Een noodbuffer vastzetten om een hoger percentage te krijgen, kan daardoor verkeerd uitpakken wanneer plotseling een auto, wasmachine of dakreparatie moet worden betaald.

Een praktische oplossing kan zijn om de direct benodigde buffer vrij beschikbaar te houden en alleen geld dat gedurende langere tijd niet nodig is in een deposito onder te brengen. Welke verdeling verstandig is, verschilt per huishouden.

Controleer onder welk garantiestelsel de bank valt

Een hogere rente wordt geregeld aangeboden door een kleinere of buitenlandse bank. Dat hoeft niet te betekenen dat het geld onbeschermd is. Binnen de Europese Unie geldt in beginsel een bescherming tot €100.000 per persoon per bank.

Bij Nederlandse banken wordt deze bescherming uitgevoerd via de Nederlandse Depositogarantie. Bij een buitenlandse bank kan het garantiestelsel van het land van herkomst gelden. De Nederlandsche Bank legt uit dat de bescherming binnen de EU gelijkwaardig is, maar dat de uitvoerende instantie kan verschillen.

Controleer daarnaast of twee verschillende merknamen niet onder dezelfde bankvergunning vallen. De grens van €100.000 geldt per persoon en per bank, niet per merknaam of per afzonderlijke rekening.

Overstappen is daardoor niet alleen een kwestie van het hoogste percentage aanklikken. De looptijd, voorwaarden, depositogarantie en bereikbaarheid van de bank tellen eveneens mee. Maar wie €25.000 jarenlang tegen een rente houdt die 0,67 procentpunt lager ligt, betaalt voor die vertrouwdheid wel een duidelijke prijs: in dit voorbeeld €167,50 per jaar.


Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/nederlanders-552-miljard-spaargeld-renteverschil-banken

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *