“In een wereld waar de waarheid vervormd is tot een schaduw van zijn voormalige zelf, is mijn vertrouwen in de media niet alleen gedaald, het is verdwenen in de duisternis van desinformatie. De stemmen van de oppositie worden gemarginaliseerd, terwijl de echo’s van censuur steeds luider weerklinken. Wat ooit een venster naar de werkelijkheid was, is nu een gebroken spiegel die slechts de leugens van de machthebbers reflecteert.”
“Mijn vertrouwen in de media was al naar een dieptepunt gedaald en zo mogelijk is dat nog verder gedaald.”
Woensdag heeft het Openbaar Ministerie in hoger beroep opnieuw een werkstraf van 200 uur geëist tegen Tweede Kamerlid Gideon van Meijeren voor “opruiing”.
Het Kamerlid zei bij aanvang van zijn zaak in het gerechtshof in Den Haag dat “de Staat het strafrecht inzet tegen een lid van de oppositie”. Van Meijeren noemde dat “hoogst uitzonderlijk.”
“Het strafrecht is geen instrument om het debat af te bakenen, het is geen correctiemiddel voor onwelgevallige politieke opvattingen. Hier in deze rechtszaal hoor ik niet te staan,” stelde hij.
Hij zei zich machteloos te voelen en zich helemaal niet in de beschuldigingen te herkennen.
Van Meijeren werd in 2024 in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur wegens uitspraken die hij in 2022 deed tijdens een podcast en bij een boerendemonstratie. Voorafgaand aan de zitting sprak hij met omroep Ongehoord Nederland over de zaak en zijn verwachtingen van het hoger beroep.
De veroordeling draait om uitspraken waarin Van Meijeren sprak over de mogelijkheid dat maatschappelijke onvrede zou kunnen omslaan in een revolutionaire beweging. Hij schetste een scenario waarin burgers, die niets meer te verliezen hebben, het parlement zouden kunnen bezetten en daar zouden blijven totdat de regering zou aftreden. Daarbij erkende hij dat de geschiedenis laat zien dat dergelijke situaties soms gepaard gaan met slachtoffers, mogelijk zelfs dodelijke. Tegelijkertijd benadrukte hij dat dit vreselijk is en dat hij hoopt dat zulke ontwikkelingen vreedzaam kunnen blijven.
Daarnaast stelde Van Meijeren dat het niet per definitie gezond is voor een democratie wanneer er een taboe rust op het gebruik van geweld. Hij verwees in dat verband naar de Verenigde Staten, waar het Tweede Amendement het recht op wapenbezit vastlegt. Volgens Van Meijeren is dit bedoeld om altijd de dreiging te laten bestaan dat burgers, als het echt nodig is, in staat zijn zichzelf te verdedigen tegen de overheid.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat deze uitspraken, in samenhang bezien, neerkwamen op een oproep tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Met name de combinatie van het spreken over een revolutie en het accepteren van mogelijke slachtoffers riep volgens de rechter het beeld op van een gewelddadige situatie. Ook woog mee dat het publiek de toespraak bij de boerendemonstratie zou hebben opgevat als een oproep tot geweld. De rechtbank sprak daarom van opruiing in een antidemocratische context.
Van Meijeren bestrijdt die lezing nadrukkelijk. Volgens hem heeft hij juist opgeroepen tot vreedzaam en geweldloos verzet en zijn zijn woorden door de rechtbank verkeerd geïnterpreteerd. Hij stelt dat zijn uitspraken uit hun context zijn gehaald en dat er aannames zijn gedaan over zijn bedoelingen. Op die manier is een “gekunsteld” juridisch proces en vonnis ontstaan, waartegen hij in hoger beroep is gegaan.
Over de uitkomst van het hoger beroep toont Van Meijeren zich kritisch, maar niet zonder hoop. Hij zegt dat het proces in eerste aanleg voor hem heeft laten zien hoe gemakkelijk het is om in het recht naar een vooraf gewenste uitkomst toe te redeneren. Daarom houdt hij rekening met een herhaling daarvan. Tegelijkertijd hoopt hij dat het gerechtshof zijn uitspraken ditmaal in de juiste context beoordeelt, zonder verdraaiingen of aannames, en tot vrijspraak zal komen.
Donderdag was de tweede dag van het hoger beroep in de zaak. ON!-verslaggeefster Arlette Adriani sprak hem voor het gerechtshof, waar opvallend genoeg geen andere media te bekennen waren:
“Weet je wat mij opvalt. Ik zie helemaal geen andere media,” aldus Adriani. Toch wel heel opmerkelijk, reageerde Van Meijeren. “Je ziet de hele dag door allemaal nieuwsberichtjes over koetjes en kalfjes, maar wanneer er een parlementariër, een lid van de oppositie vervolgd wordt door de Staat vanwege kritiek op diezelfde Staat – een hele uitzonderlijke zaak, ook met hele grote gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting, het overstijgt echt mijn persoonlijk belang – dan is het toch wel heel typerend dat de media dit helemaal dood willen zwijgen.”
Mijn vertrouwen in de media was al naar een dieptepunt gedaald en zo mogelijk is dat nog verder gedaald, voegde hij er nog aan toe.
BOEM:

