• do. jan 29th, 2026

NOORDWIJKERHOUT – Al ruim anderhalf uur is de rechtszaak bezig wanneer de rechtbankvoorzitter zich tot de verdachte wendt. „Twee dingen vallen mij op,” zegt hij. „U spreekt nauwelijks over uzelf en uw kindje komt amper ter sprake.”

De 21-jarige Michaela K. kijkt zwijgend voor zich uit. Op de vraag of ze vaak aan haar dochter denkt, antwoordt ze zacht: „Heel vaak. Ik denk steeds: wat had ik anders kunnen doen? Ik heb veel verdriet dat ik mijn kindje ben verloren.”

De rechtbank merkt op dat die emoties moeilijk zichtbaar zijn. Volgens K. komt dat doordat ze haar gevoelens slecht toont, niet omdat ze ze niet heeft.

Het Openbaar Ministerie verwijt de jonge vrouw dat zij in september 2024 is bevallen van een dochtertje en vervolgens heeft nagelaten hulp te zoeken, waardoor het kind overleed. Het OM spreekt van nalatigheid, mogelijk met de dood tot gevolg.

Misselijk op de bank

Die avond zouden K. en haar vriend in een hotel overnachten, maar vanwege haar slechte gesteldheid keerden ze huiswaarts. Haar vriend en moeder gingen slapen. Zelf bleef ze op de bank zitten met een computerspelletje, misselijk, met een emmer naast zich.

In de nacht kreeg ze het benauwd en liep ze naar buiten om af te koelen. Daarna ging ze naar de schuur. Daar ging ze op de emmer zitten en beviel van haar kindje. Volgens het OM gebeurde dat tussen 3.10 en 4.20 uur; in die periode werd haar telefoon niet gebruikt.

Geen hulp ingeroepen

K. verklaart dat ze zich haar dochter kan herinneren. „Een heel mooi meisje. Echt mijn kindje.” Ze zegt echter meerdere keren buiten bewustzijn te zijn geweest en daardoor geen hulp te hebben kunnen inschakelen.

Pas rond kwart over zeven ’s ochtends probeerde ze haar vriend te bellen, maar die nam niet op. Een halfuur later trof hij haar alsnog aan en waarschuwde hij de hulpdiensten. K. werd naar het ziekenhuis gebracht. Ambulancemedewerkers namen ook de emmer mee, omdat daarin de placenta lag.

In het ziekenhuis ontdekten artsen dat onder de placenta een baby lag. Het meisje was toen al overleden. De precieze doodsoorzaak bleef onduidelijk: onderkoeling, verdrinking in een laagje vocht of verstikking door de navelstreng behoren tot de mogelijkheden.

Voor het OM is dat niet doorslaggevend. „Als moeder had zij de plicht haar kind te verzorgen, warm te houden en hulp te roepen,” aldus de officier. „Dat heeft zij niet gedaan. Wel was ze in staat om YouTube en Buienradar te bekijken, terwijl ze haar baby in een koude nacht in een emmer achterliet.”

Zwanger van een ander

Tijdens de zitting kwam naar voren dat K. wist dat ze zwanger was en dat haar vriend niet de vader was. De biologische vader zou haar hebben aangeboden te helpen bij een abortus, maar dat zou zij hebben geweigerd. Later bood hij opnieuw hulp aan, aldus zijn verklaring, maar ook toen wees ze dat af.

Volgens hem schuift K. problemen voor zich uit. Dat beeld kwam volgens justitie terug in haar gebrek aan voorbereiding op de bevalling. Ze had geen babyspullen aangeschaft en geen uitgerekende datum genoteerd. In de nacht van de bevalling nam ze zelfs geen deken mee naar de schuur.

Bedreigingen

K. bestrijdt het verhaal van de vader. Ze vertelde de rechtbank dat hij haar meerdere malen met een mes zou hebben bedreigd om haar zwangerschap geheim te houden. Als het uitkwam, zou haar vriend volgens haar eisen dat ze aangifte deed van verkrachting, wat de vader zijn baan zou kunnen kosten.

De officier van justitie noemde dat verhaal ongeloofwaardig. Ook de rechtbank toonde zich sceptisch. In een afgeluisterd telefoongesprek zei K. tegen de vader: „Ik ben afgevoerd en nu zit ik met een politieonderzoek. Ze moeten blijven denken dat ik niet wist dat ik zwanger was.”

Volgens de officier was het kind niet gewenst, ondanks wat de moeder nu beweert. „Ze wist dat ze aan het bevallen was, ging naar de schuur zonder dekens en riep geen hulp terwijl ze haar telefoon bij zich had.”

Eis: drie jaar cel

„Het meisje heeft geen enkele kans gehad,” stelde de officier. „Verdachte dacht alleen aan zichzelf. Ze ging zelfs zwanger in een achtbaan. De zwangerschap interesseerde haar niet. Het was een probleem waar ze vanaf wilde, maar niet wilde oplossen. Ze legde het kind als grof vuil in een emmer en ging verder met haar leven.”

Het OM eiste drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar. „Dan denkt ze bij een volgende zwangerschap hopelijk beter na,” aldus de officier.

De advocaat van K. vroeg om vrijspraak. Volgens hem is niet bewezen dat zijn cliënt opzet had op de dood van haar dochter.

K. zelf verklaarde herhaaldelijk dat ze haar kind nooit bewust heeft laten sterven. „Ze staat in een urn in de kast naast die van mijn vader, zodat ik bij haar kan zijn,” zei ze. „Ze was wel degelijk gewenst.”

De rechtbank doet op 12 februari uitspraak.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *