
De oorzaken liegen er niet om. Boodschappen zijn een grote boosdoener: koffiebonen, chocolade en roomboter werden in april meer dan 15 procent duurder. Tel daar de belastingverhogingen op alcohol en tabak bij – vorig jaar triomfantelijk ingevoerd – en het is duidelijk waarom de Nederlander dieper in de buidel moet tasten. Maar de echte klap komt uit de dienstensector, waar prijzen met 5,6 procent stegen. ABN Amro-econoom Aggie van Huisseling wijt dit in de Telegraaf deels aan Pasen en de vroege meivakantie: “Meer vakantiehuisjes, hotelovernachtingen en vliegtickets worden geboekt, en in piekperiodes zijn de prijzen altijd hoger.” Leuk voor de reisbranche, maar funest voor onze concurrentiekracht.
Dan de lonen. Cao-lonen stegen in april met 5,4 procent, wat de kosten in de dienstensector verder opdrijft. Rabo-econoom Hugo Erken nuanceert in de Telegraaf: “Voor werknemers is het fijn, hun koopkracht verbetert. Maar als lonen en prijzen blijven stijgen, maak ik me zorgen over onze concurrentiepositie.” Hoewel er geen sprake is van een loonprijsspiraal, blijft de inhaalslag van lonen na de inflatiepiek van 2022 de prijzen opstuwen. Het gevolg? Nederlandse bedrijven worden duurder, verliezen orders aan buitenlandse concurrenten, en banen komen op de tocht te staan.
.

