
Het is een belangrijk moment, elk jaar opnieuw. Twee minuten stilte. De vlag halfstok. Een collectieve pauze waarin we ons buigen voor de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog: soldaten, verzetsstrijders, Joodse medeburgers, burgerslachtoffers. Dat is wat 4 mei is, en hoort te blijven.
De doden zijn niet universeel – ze zijn van ons
Dodenherdenking op 4 mei is niet bedoeld om alle slachtoffers van geweld wereldwijd te herdenken. Het is niet bedoeld als moment om Gaza, Myanmar of Sudan te betrekken. Het is een nationale herdenking, gewijd aan een zeer specifieke periode, met zeer specifieke slachtoffers.
Het herdenken van 4 mei is een moment van nationale zelfreflectie: over de verschrikkingen van de bezetting, de moord op 75% van de Nederlandse Joden, de moed van het verzet, en de tragedie van verraad. De verhalen die daarbij horen zijn gelaagd, pijnlijk, en bijzonder – maar ook historisch specifiek.
Daarom is het volslagen krankzinnig dat linkse activisten, zoals de Europese ambtenaar Faryda Hussein, een “alternatieve, inclusieve herdenking” organiseren – precies op 4 mei om 20:00 uur. Onder het mom van “diversiteit” willen ze de herdenking vervagen en verdunnen, zodat het uiteindelijk niet meer over de oorlog gaat, maar over alle oorlog. Of beter gezegd: over het politieke stokpaardje van de dag.
Herdenken is geen podium voor politiek
Het is niet alleen smakeloos, het is onwelvoeglijk. Een herdenking kapen om er een linkse demonstratie van te maken, is geen vorm van ‘inclusiviteit’, maar een vorm van heiligschennis. Het is alsof je tijdens een begrafenis besluit te spreken over totaal andere overledenen, om maar “iedereen te betrekken.” Dat doe je niet. Omdat je respect hebt.
Zoals Spruyt terecht schrijft: de “4 mei inclusief”-beweging verandert een moment van collectief nationaal geheugen in een vaag, ideologisch verpakt slachtofferschapsfestival. En dat is niet alleen een belediging voor de doden, maar ook voor de levenden die hen willen blijven eren.
En ondertussen? De officiële instanties, van het Nationaal Comité 4 en 5 Mei tot allerlei lokale bestuurders, kijken toe of werken stilzwijgend mee. Want niemand durft zich nog uit te spreken tegen deze ontspoorde inclusiviteitsgedachte – bang om voor “exclusief” of “discriminerend” te worden uitgemaakt.
Verzet vereist herinnering – en dat is geen modieus project
De echte lessen van de oorlog zijn tijdloos, maar niet grenzeloos. Het gaat om de strijd tegen een totalitair regime, de moord op miljoenen, de onderdrukking van vrijheden, de heldenmoed van het verzet. Die verhalen moeten blijven leven – en dat kan alleen als we die verhalen zuiver en geconcentreerd blijven doorgeven.
Niet elk slachtofferschap is gelijkwaardig. Niet elke dode hoort in dezelfde herdenking thuis. De verzetshelden van toen streden voor dit land, voor deze mensen, voor vrijheid en democratie in Europa. Dat kun je niet op één hoop gooien met hedendaagse conflicten die inhoudelijk, moreel en historisch niets met de Holocaust of bezetting te maken hebben.
.

