• zo. jun 28th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Volgens Pielke hebben deze scenario’s bijna twee decennia lang een diepgaande invloed gehad op klimaatonderzoek, beleidsanalyse, berichtgeving in de media en het publieke debat, ondanks dat ze steeds minder aansloten bij de waargenomen mondiale ontwikkelingen. De wetenschappelijke gemeenschap corrigeert nu een al lang bestaand methodologisch probleem, hoewel de gevolgen van het vertrouwen dat in het verleden in deze scenario’s werd gesteld,9 nog vele jaren zullen voortduren.

Deze ontwikkeling kreeg, ondanks het belang ervan, verrassend weinig internationale media-aandacht. Hoewel enkele Europese kranten de verandering benadrukten – waarbij één krant (de Volkskrant red.) het omschreef als het afstappen van het ‘doemscenario’ door het IPCC – bleef de meeste internationale berichtgeving beperkt.

Pielke beschrijft deze verschuiving als het hoogtepunt van jarenlang werk door hemzelf, Justin Ritchie en andere onderzoekers die zich afvroegen of de scenario’s met de hoogste uitstoot ooit wel een plausibele toekomst vertegenwoordigden.

Het klimaat is een probleem

Pielke benadrukt om te beginnen dat hij de realiteit van de menselijke invloed op het klimaat erkent en zowel mitigatie- als adaptatiebeleid ondersteunt. Hij distantieert zich van argumenten die klimaatverandering ontkennen, maar legt in plaats daarvan uit dat zijn zorg ligt bij het juiste gebruik van wetenschappelijke scenario’s. Hij merkt ook op dat klimaatbeleid in toenemende mate onderdeel is geworden van een breder energiebeleid, waarin overwegingen zoals betaalbaarheid, energiezekerheid en betrouwbare toegang tot energie moeten worden afgewogen tegen emissiereducties.

Het centrale argument van de lezing betreft de rol van scenario’s in de klimaatwetenschap. Scenario’s zijn geen voorspellingen of prognoses, maar gestructureerde hypothetische toekomsten die zijn ontworpen om de gevolgen van verschillende aannames te onderzoeken. Zoals Pielke uitlegt: “Scenario’s zijn geen voorspellingen. Het zijn geen prognoses… scenario’s zijn instrumenten voor het intellect.” Hun doel is om besluitvormers te helpen om een mogelijke toekomst te begrijpen, in plaats van te voorspellen wat er daadwerkelijk zal gebeuren.

Extreme scenario’s

Pielke stelt dat er tijdens de ontwikkeling van de Representative Concentration Pathways (RCP’s) geleidelijk een belangrijk onderscheid is verdwenen. Klimaatmodelleurs hebben vaak extreme scenario’s nodig omdat deze helpen om langetermijn-klimaatsignalen te onderscheiden van natuurlijke variabiliteit in complexe aarde-systeemmodellen. Dergelijke scenario’s zijn wetenschappelijk nuttig voor experimenten. Beleidsmakers hebben echter behoefte aan plausibele scenario’s die realistische toekomstige ontwikkelingen weergeven. Volgens Pielke zijn deze twee doelen met elkaar verward geraakt.

Oorspronkelijk bepaalden sociaal-economische aannames de toekomstige emissies, die vervolgens werden vertaald naar stralingsforcering en klimaatprognoses. Tijdens de ontwikkeling van het RCP-raamwerk rond 2005 werd deze volgorde in feite omgekeerd. Klimaatmodelleurs selecteerden eerst streefcijfers voor stralingsforcering die geschikt waren voor modelleringsoefeningen, waarna economen en sociale wetenschappers probeerden sociaal-economische trajecten te construeren die tot die forceringniveaus konden leiden. Pielke zegt dat niemand de verantwoordelijkheid kreeg om de meest fundamentele vraag te stellen: waren deze scenario’s eigenlijk wel aannemelijk?

Hij noemt deze institutionele omissie een “plausibiliteitsvacuüm”. Volgens hem heeft wetenschappelijk gemak geleidelijk de plaats ingenomen van realistische sociaal-economische analyse.

Referentiescenario

RCP8.5 kreeg vooral veel invloed omdat het werd aangewezen als het primaire referentie- of basisscenario. Toch betoogt Pielke dat deze aanwijzing fundamenteel onjuist was. Het scenario was afkomstig van één enkel geïntegreerd beoordelingsmodel dat uitzonderlijk hoge emissies genereerde op basis van aannames die al twijfelachtig waren toen het scenario werd geïntroduceerd.

Tot de aannames behoorden onder meer een verachtvoudiging van het wereldwijde steenkoolverbruik in de eenentwintigste eeuw, grootschalige productie van vloeibare brandstoffen uit steenkool, een afnemend aandeel van kernenergie en hernieuwbare energie, en een gebruik van fossiele brandstoffen dat ver boven de bewezen steenkoolreserves uitkwam. De waargenomen wereldwijde energietrends laten daarentegen zien dat het aandeel van steenkool begint af te nemen, terwijl hernieuwbare energie snel is gegroeid.

Pielke concludeert daarom dat “RCP 8.5 nooit aannemelijk is geweest… Het is een fantasiewereld.” Hij stelt dat zelfs als men terug zou kunnen gaan naar 2005, het scenario op basis van bekende demografische, technologische en energietrends al zou falen bij een aannemelijkheidsbeoordeling.

Niettemin kreeg RCP 8.5 buitengewoon veel invloed. Duizenden wetenschappelijke artikelen namen het over als “business as usual”. Nationale klimaatevaluaties, financiële stresstests, risicoanalyses van verzekeraars, bankregelgeving en schattingen van de maatschappelijke kosten van koolstof, waren er allemaal sterk op gebaseerd. Pielke merkt op dat ondanks herhaalde waarschuwingen – onder meer door enkele van de architecten van het scenariokader zelf – uiteindelijk meer dan 100.000 peer-reviewed studies RCP 8.5 als uitgangspunt gebruikten.

Hij stelt dat deze wijdverbreide toepassing niet het gevolg was van individueel wetenschappelijk wangedrag, maar van institutionele prikkels. Het standaardiseren van onderzoek rond een klein aantal scenario’s maakte internationale vergelijkingen van klimaatmodellen eenvoudiger en vereenvoudigde toekomstige IPCC-beoordelingen. Deze standaardisatie creëerde echter ook wat hij omschrijft als een ‘single point of failure’: zodra één onwaarschijnlijk scenario de dominante referentie werd, nam de gehele onderzoeksliteratuur die aanname over.

Zelfcorrectie

Pielke maakt een analogie met biomedisch onderzoek, waar wetenschappers onbewust verkeerd gelabelde kankercellijnen gebruikten voor duizenden gepubliceerde studies. Hoewel de fout uiteindelijk werd onderkend, bleek het corrigeren van de opgebouwde literatuur een traag en moeizaam proces. Hij suggereert dat de klimaatwetenschap een soortgelijk proces van wetenschappelijke zelfcorrectie doormaakt.

Een groot deel van de lezing gaat over de historische ontwikkeling van klimaatscenario’s. Eerdere IPCC-scenariokaders bevatten meerdere plausibele toekomsten zonder één enkele referentiebasis aan te wijzen. Het Special Report on Emissions Scenarios (SRES) uit 2000 stelde expliciet dat geen van de tweeënveertig scenario’s een referentietoekomst vertegenwoordigde. Volgens Pielke weerspiegelde deze aanpak de werkelijke onzekerheid beter.

Hij stelt echter dat de SRES-scenario’s al snel gepolitiseerd raakten, omdat sommige toekomsten met lage emissies suggereerden dat de uitstoot zou kunnen dalen zonder ingrijpende maatregelen op het gebied van klimaatbeleid. Dit heeft volgens hem bijgedragen aan het besluit om het scenariokader te herontwerpen, wat uiteindelijk leidde tot het RCP-systeem.

Vervolgens richt de lezing zich op recente ontwikkelingen. De commissie die scenario’s opstelt voor de volgende generatie van klimaatmodelvergelijkingsprojecten (CMIP7) heeft nu officieel de drie meest extreme basisscenario’s, waaronder RCP8.5 en SSP5-8.5, buiten gebruik gesteld. In plaats daarvan maken nieuwe scenario’s een duidelijker onderscheid tussen plausibele referentietrajecten en verkennende experimenten met hoge emissies.

Er blijven problemen bestaan

Pielke juicht deze verandering toe, maar merkt op dat er nog enkele problemen blijven bestaan. Het nieuwe verkennende scenario met hoge emissies gaat nog steeds uit van ongewoon grote stijgingen in het steenkoolgebruik en voorspelt dat de wereldbevolking in 2100 ongeveer 14,5 miljard zal bedragen – een aanname die volgens hem niet strookt met huidig demografisch onderzoek, waaruit blijkt dat de bevolkingsgroei mogelijk al vóór het einde van de eeuw een piek bereikt.

Niettemin spreekt hij zijn grote waardering uit voor de scenariocommissie omdat zij het probleem heeft onderkend. “Ze hebben de drie meest extreme scenario’s geschrapt”, zegt hij, waarbij hij het besluit omschrijft als een belangrijke wetenschappelijke correctie.

Op basis van bijgewerkte emissiegegevens en herziene klimaatmodellen stelt Pielke dat de verwachte opwarming volgens plausibele scenario’s zich nu grotendeels concentreert tussen ongeveer 2 en 3 °C tegen 2100, waarbij zijn eigen onderzoek een mediane schatting van bijna 2,2 °C suggereert. Hij benadrukt dat deze waarden ruim boven de doelstellingen van het Akkoord van Parijs blijven, maar aanzienlijk onder de opwarming van 4–6 °C die vaak met RCP8.5 wordt geassocieerd.

Invloed

Het buiten gebruik stellen van de oude scenario’s neemt hun invloed echter niet onmiddellijk weg. Tienduizenden gepubliceerde artikelen blijven in de wetenschappelijke literatuur staan. Overheidsrapporten, bankregelgeving, aanpassingsplannen, verzekeringsmodellen en internationale financiële instellingen bevatten nog steeds analyses die zijn gebaseerd op scenario’s die nu officieel als onwaarschijnlijk worden beschouwd. Pielke verwacht dat het vele jaren zal duren om deze toepassingen bij te werken.

Ten slotte pleit hij voor een ingrijpende hervorming van het proces van scenario-ontwikkeling zelf. In plaats van te vertrouwen op een handvol vaste referentiescenario’s die vijftien of twintig jaar in gebruik blijven, pleit hij ervoor om sociaal-economische aannames voortdurend bij te werken naarmate er nieuw bewijs beschikbaar komt. Besluitvormers zouden toegang moeten hebben tot meerdere plausibele toekomstscenario’s in plaats van vast te zitten aan één dominante basislijn.

Hij besluit door te benadrukken dat het doel van scenario’s is om het denken te verbreden in plaats van te versmallen. Zoals hij het stelt: “Scenario’s zouden onze beleidsdiscussies moeten verruimen en niet doen instorten.”


Source: https://clintel.nl/roger-pielke-jr-rcp85-achterhaald-wat-nu/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *