
boodschappenkar volgooide, kijk je nu toch even extra naar de prijs. Volgens
Telegraaf-econoom Martin Visser is dat nog maar het begin. Uit nieuwe cijfers
van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de inflatie in april is
uitgekomen op 2,8 procent. Dat is iets hoger dan in maart, toen het nog 2,7
procent was.
Op papier lijkt dat mee te vallen, zeker na de extreme
pieken van de afgelopen jaren. Maar Visser trapt direct op de rem bij dat
optimisme. “Ik viel al stil toen ik hoorde dat het redelijk normaal was,
maar dat komt omdat we natuurlijk uit een inflatiegolf komen en we 14, 15, 16%
op een gegeven moment hebben meegemaakt,” zegt Visser in Stand van
Nederland.
“Maar laat even duidelijk zijn: 2,8% prijsstijging is
niet normaal. Het valt inderdaad een beetje mee. Wat normaal is: de
streefwaarde is gemiddeld 2%. Dan denk je: ik zit maar een procentje boven,
maar als je dat elke keer weer krijgt, dan tikt het toch aan. Het punt is
vooral: hij loopt weer op.”
van wat nog komt. Vooral boodschappen zullen de komende maanden flink duurder
worden. Hij wijst daarbij op internationale ontwikkelingen en energieprijzen.
Een cruciale rol speelt de Straat van Hormuz, een belangrijke doorgang voor
olie. Spanningen in die regio kunnen direct leiden tot hogere olieprijzen. Die
werken door in vrijwel alles wat je koopt.
Visser legt het zo uit: “De landen om ons heen, dat
hangt een beetje van de structuur van je economie af en de mate waarin je
energie-intensief bent. Dat bepaalt het tempo waarin landen geraakt worden
hierdoor. Ook een beetje hoe de inflatie berekend wordt.”
Visser noemt onze zuiderburen als voorbeeld: “In België
schoot hij omhoog naar boven de 4%, maar dat staat ons mogelijk ook nog te
wachten. Dus in die zin zie ik dat als een opmaat naar iets wat nog komen gaat,
en dat met name ook boodschappen op een gegeven moment een stuk duurder gaan
worden. Het is onvermijdelijk. De vraag is alleen: hoe heftig wordt het en hoe
lang gaat het duren?” Dat “onvermijdelijk” is de kern. De vraag
is niet of prijzen stijgen, maar hoe hard.
Een olievlek door de hele economie
De stijgende kosten verspreiden zich volgens Visser als een
kettingreactie. Of zoals hij het zelf noemt: “Er komt een soort treintje
op gang. Het is echt een olievlek door de economie.” Energieprijzen zijn
daarin de motor. Brandstof wordt duurder en dat zie je direct aan de pomp. Maar
de gevolgen gaan veel verder. Kunstmest wordt bijvoorbeeld gemaakt met gas. Als
gas duurder wordt, stijgt de prijs van kunstmest, en dat raakt vervolgens de
landbouw. Het gevolg laat zich raden: “Dat zal je vrij snel terugvinden in
allerlei voedingsmiddelen.”
Daar zit ook een vertraging in. Waar brandstofprijzen snel
reageren, duurt het bij voeding vaak zes tot twaalf maanden voordat de hogere
kosten zichtbaar zijn in de supermarkt. Transport, verpakkingen en lonen spelen
daarbij ook een rol.
Economie blijft overeind, maar onzekerheid groeit
Opvallend genoeg verwacht Visser dat de economische groei
minder hard geraakt wordt dan de prijzen. Toch is dat geen garantie. De groei
viel recent tegen met slechts 0,1 procent. En als de olieprijzen verder stijgen
of geopolitieke spanningen aanhouden, kan ook de economie klappen krijgen.
Minder investeringen en zwakkere export liggen dan op de loer. Zolang de
situatie niet escaleert, lijkt de grootste pijn bij consumenten te liggen.
.

