De bewering dat Jeffrey Epstein opnames maakte van politici die verschrikkelijke dingen deden met kinderen, komt opnieuw naar voren in een politieke context waarin rechtbanken de Amerikaanse overheid dwingen om transparanter te zijn. Een interview uit 2017 met voormalig CIA-officier Robert David Steele wordt opnieuw besproken, en zijn onthullingen zijn verontrustender dan ooit.
Wat beweerde de oud-CIA-man precies?
In een interview in april 2017 met de Global Freedom Movement beweerde Steele dat Jeffrey Epstein doelbewust compromitterende beelden verzamelde van invloedrijke Amerikaanse politici. Volgens Steele was dit geen toevallig bijproduct van Epsteins seksuele escapades, maar juist zijn hoofddoel. Hij suggereerde dat tien tot vijftien procent van de machtige figuren in Epsteins netwerk op video was vastgelegd terwijl ze gruwelijke daden verrichtten, vermoedelijk met kinderen. Nog schokkender was zijn bewering dat twintig tot vijfentwintig van de honderd Amerikaanse senatoren pedoseksuelen zouden zijn.
Steele overleed in 2021, waardoor hij zijn uitspraken nooit verder heeft kunnen toelichten.
Epstein als instrument van chantage?
De theorie van Steele past in een groter patroon dat door meerdere onderzoekers en klokkenluiders naar voren is gebracht: dat Epsteins eiland en appartementen niet alleen plaatsen waren van seksueel misbruik, maar ook van gerichte verzameling van belastende informatie. Als dit waar is, dan was Epstein niet zomaar een rijke pedofiel, maar eerder een schakel in een systeem dat machtige mensen kwetsbaar maakte en controleerde.
De vrijgave van de ‘Epstein-files’ is daarom zo gevoelig. De namen in zijn notitieboekjes, de vluchtlogs van zijn privévliegtuig en de opnameapparatuur in zijn eigendommen zijn informatie waar beleidsmakers blijkbaar liever niet aan herinnerd worden. De vraag is: waarom niet, als er niets te verbergen valt?
Rechtbank dwingt overheid tot openheid
Een rechtszaak die de Amerikaanse overheid in verlegenheid brengt, geeft dit verhaal nieuwe urgentie. Journaliste Katie Phang daagde het Ministerie van Justitie voor de rechter nadat bleek dat de overheid de bepalingen van de Epstein Files Transparency Act niet correct naleefde. Federaal rechter Emmet Sullivan gaf haar gelijk en beval het Ministerie van Justitie om aanvullende Epstein-gerelateerde documenten vrij te geven — of gedetailleerd uit te leggen waarom bepaalde passages gecensureerd moeten blijven.
Tijdens een hoorzitting beloofde een ambtenaar van het Ministerie van Justitie dat de informatie ‘binnenkort’ beschikbaar zou zijn. Rechter Sullivan reageerde droog: ‘Kerst komt ook binnenkort.’ Deze opmerking weerspiegelt het gebrek aan vertrouwen van de rechtbank in de bereidheid van de overheid om transparant te zijn.
Het patroon is bekend: net als bij de vrijgave van de JFK-dossiers duurt het jaren voordat het publiek waardevolle informatie te zien krijgt — als dat al ooit gebeurt.
Critici wijzen erop dat de trage en gedeeltelijke vrijgave van Epstein-documenten geen toeval is. Elke vertraging beschermt namen. Elke gecensureerde passage beschermt een reputatie. En ondertussen wachten de slachtoffers — vrouwen die als meisjes werden misbruikt — op erkenning en gerechtigheid.
.
