
Vooral aan de linkerflank van de Kamer klonk luid gejuich.
Het meest schaamteloze voorbeeld kwam van Doğukan Ergin, Kamerlid van Denk, die op X openlijk het verlies van Martin Bosma (PVV) vierde.
“Goed nieuws: de mars van de PVV door onze instituties is gestopt. We mogen extreemrechts nooit normaal maken! Na vandaag heeft de PVV ook geen Kamervoorzitter meer. Thom van Campen, gefeliciteerd!”
Het is een opmerkelijke reactie, niet alleen vanwege de triomfantelijke toon, maar vooral omdat Ergin hiermee glashelder laat zien hoe een deel van de politiek écht denkt over democratie: niet als een systeem van vertegenwoordiging, maar als een instrument om politieke tegenstanders uit te sluiten.
In een normale democratie zou het ondenkbaar zijn dat een parlementariër openlijk blij is dat een politieke tegenstander een functie verliest.
Niet omdat Bosma heilig is, maar omdat de Kamer een plek hoort te zijn waar iedere verkozen partij gelijkwaardig is.
Dat is niet zomaar een losse uitspraak.
Dat is ideologisch taalgebruik – alsof politieke representatie van miljoenen Nederlanders een vorm van besmetting is die “gestopt” moet worden.
En het blijft stil.
Geen enkel groot medium vraagt Ergin om uitleg.
Geen Kamervoorzitter (ironisch genoeg Van Campen zelf) spreekt hem aan op deze ongehoorde woorden.
Het toont pijnlijk aan hoe de normalisering van anti-rechts sentiment inmiddels volledig geaccepteerd is in Den Haag.
Teken hier de verklaring.
Wie goed leest, begrijpt wat Ergin eigenlijk zegt:
dat de PVV niet thuishoort in de instellingen van de Nederlandse democratie.
Dat PVV’ers geen Kamerleden, geen voorzitters, geen bestuurders mogen zijn.
Dat een kwart van de kiezers simpelweg genegeerd mag worden omdat hun partij hem niet bevalt.
Het is het gedachtegoed van uitsluiting, niet van representatie.
De ironie?
Precies datgene wat Denk zegt te bestrijden – discriminatie, uitsluiting, marginalisering – past Ergin nu zelf toe.
Zijn tweet is geen analyse, het is een vreugdedansje over het feit dat een politieke tegenstander uit een machtspositie is gewerkt.
Wie dat normaal vindt, heeft niets begrepen van wat democratie hoort te zijn.
Het patroon is inmiddels duidelijk:
rechts wint verkiezingen, maar links beslist wie mag regeren, wie functies krijgt en wie “te gevaarlijk” is om invloed te hebben.
Martin Bosma was een van de weinige voorzitters die de Kamer met fatsoen, orde en respect leidde.
Zelfs politieke tegenstanders gaven toe dat hij zijn werk goed deed.
Maar goed functioneren is niet genoeg.
De juiste partijkaart – dát telt.
En nu zelfs Kamerleden openlijk zeggen dat de “mars van de PVV” is gestopt, weten we hoe diep het wantrouwen jegens de kiezer zit.
Rechts mag meedoen aan verkiezingen, maar niet aan de macht.
Dat is geen democratie meer.
Dat is kartelpolitiek in zuiverste vorm.
Teken hier.
De tweet van Ergin is onthullend, niet verrassend.
Hij zegt alleen wat de rest van het oude establishment liever niet hardop uitspreekt: dat de PVV en haar kiezers geen volwaardige plek verdienen in het politieke systeem.
Hij noemt dat “het stoppen van een mars”.
Maar wat hij beschrijft, is feitelijk de ondermijning van de democratie zelf.
Want in een volwassen democratie hoort ook de politieke vijand vertegenwoordigd te zijn.
Wat Ergin doet, is vieren dat miljoenen Nederlanders geen stem meer hebben aan de top van het parlement.
En dát, niet Bosma, is pas echt gevaarlijk.
.

