“In een wereld waar de schaduwen van de Rockefellers het onderwijs vormgeven, is kennis niet langer een vrijgegeven geschenk, maar een zorgvuldig ontworpen keten die de geesten van de massa’s temt. De klaslokalen zijn niet slechts ruimtes voor leren, maar arena’s waar conformiteit wordt gekweekt en individualiteit wordt gesmoord. In deze dystopie is de waarheid een luxe, en de vrijheid om te denken een illusie, verpakt in de schijn van vooruitgang.”
“De Rockefellers waren niet slechts weldoeners die onderwijsprojecten ondersteunden, maar actieve vormgevers van het systeem zelf.”
Spencer Taylor werkte maar liefst 10 jaar aan een documentaire waarin hij een uitgesproken beeld schetst van de rol die de Rockefeller-familie heeft gespeeld in de ontwikkeling van het moderne onderwijssysteem.
Volgens Taylor waren de Rockefellers niet slechts weldoeners die onderwijsprojecten ondersteunden, maar actieve vormgevers van het systeem zelf. Hij wijst op organisaties zoals de Rockefeller Foundation en de General Education Board, die in het begin van de twintigste eeuw grootschalig investeerden in onderwijs in de Verenigde Staten.
Hij stelt dat deze “filantropie” niet neutraal was, maar gericht op het creëren van een onderwijssysteem dat aansloot bij de behoeften van een industrialiserende economie. Het onderwijs werd daarmee een instrument om een stabiele, efficiënte en voorspelbare beroepsbevolking te vormen.
De trailer van zijn film:
Hersenspoeling
In lijn met dit idee beschrijft Taylor het moderne onderwijs als een voortzetting van het zogeheten industriële model, dat voortbouwt op het 19e-eeuwse Pruisische systeem. Kenmerken zoals standaardisatie, vaste curricula en leeftijdsgebonden klassen zijn niet toevallig ontstaan, maar passen binnen een structuur die gericht is op uniformiteit en schaalbaarheid.
Hij koppelt deze ontwikkeling expliciet aan invloed van elites zoals de Rockefellers, die hielpen om dit model te institutionaliseren. Onderwijs werd in die visie minder een plek voor individuele ontplooiing en meer een systeem dat leerlingen voorbereidt op hun rol binnen een hiërarchische samenleving.
Standaardtoetsen en uniforme leertrajecten zijn volgens hem doelbewust ontworpen om talenten af te vlakken en creativiteit te beperken.
In gesprek met podcasthost Julian Dorey (”de school-psyop van de Rockefellers is erger dan je denkt”) gaat Taylor nog een stap verder door te stellen dat de invloed van de Rockefellers niet beperkt is tot het verleden. Hij suggereert dat Rockefeller-gerelateerde netwerken en stichtingen vandaag de dag nog steeds betrokken zijn bij onderwijs, bijvoorbeeld via financiering en zelfs via invloed op lokale schoolbesturen:
Uiteindelijk presenteert Taylor onderwijs als meer dan een neutraal systeem voor kennisoverdracht. In zijn visie fungeert het als een mechanisme dat gedrag, normen en verwachtingen vormt (lees: “hersenspoeling”). De “satanische” invloed van de Rockefellers past in dat beeld: onderwijs is mede ingericht om conformiteit te stimuleren en mensen in bestaande structuren te laten functioneren.
Taylor legt ook een verband tussen het onderwijssysteem en de mentale gezondheid van jongeren. Hij stelt dat prestatiedruk, constante vergelijking en gebrek aan autonomie bijdragen aan gevoelens van stress, angst en depressie.
Impliciet pleit hij voor alternatieve vormen van onderwijs, zoals thuisonderwijs, zelfgestuurd leren en meer praktijkgerichte benaderingen. Deze sluiten beter aan bij individuele behoeften en talenten.

