Foto: Unsplash/Chanatip Sangbunnag
De recente publicatie van de sterftecijfers over 2025 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft opnieuw discussie doen oplaaien over de interpretatie van oversterfte in Nederland. Volgens deze cijfers overleden er in 2025 ruim 173.000 mensen – ongeveer 10.000 meer dan het CBS in 2019 had voorspeld. Toch bleef brede maatschappelijke of politieke ophef uit.
“De 10.000 extra overledenen zijn expres weggemoffeld door het CBS,” aldus data-analist Maurice de Hond en onderzoeker Anton Theunissen.
Van zichtbare naar relatieve oversterfte
Er is kritiek op de manier waarop oversterfte wordt berekend. Tot en met 2023 werd de sterfte afgezet tegen prognoses uit de periode vóór COVID-19. Op basis daarvan was duidelijk zichtbaar wanneer er sprake was van oversterfte.
Sindsdien is de methodiek aangepast. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gebruikt nu een referentie gebaseerd op de sterfte in recente jaren, waarbij de uitzonderlijke piek van 2020 deels buiten beschouwing wordt gelaten. Omdat de sterfte in de jaren na 2020 al verhoogd was, leidt deze aanpak ertoe dat afwijkingen in latere jaren minder snel als oversterfte worden aangemerkt.
Critici, waaronder De Hond en Theunissen, stellen dat deze wijziging het zicht op structurele afwijkingen ten opzichte van de pre-pandemische situatie vertroebelt. Volgens hen ontstaat zo het beeld dat de sterfte “genormaliseerd” is, terwijl deze in absolute zin hoger blijft dan eerder verwacht.
Oorzaken van aanhoudende sterfte
De vraag naar de oorzaken van de verhoogde sterfte blijft onderwerp van debat. Binnen de wetenschap worden verschillende verklaringen genoemd, zoals uitgestelde zorg en bredere gezondheidsgevolgen van lockdownmaatregelen.
De Hond en Theunissen betogen echter dat niet alle mogelijke verklaringen even serieus worden onderzocht. Zij wijzen met name op de rol van coronavaccinaties, waarvan zij stellen dat deze onvoldoende worden meegenomen in analyses van oversterfte. Er bestaat terughoudendheid bij instituten en experts om deze factor expliciet te onderzoeken, zeggen zij.
Historische vergelijkingen ter discussie
In het debat wordt ook verwezen naar historische pandemieën, zoals de Spaanse griep van 1918–1919. Sommige deskundigen stellen dat een periode van verhoogde sterfte na een pandemie niet ongebruikelijk is.
De Hond en Theunissen betwisten deze vergelijking. Op basis van hun analyse is de sterfte na de Spaanse griep juist relatief snel teruggekeerd naar – of zelfs onder – het eerdere niveau. Zij stellen dat selectieve grafische weergaven en afgebakende tijdsperiodes een vertekend beeld kunnen geven van deze historische ontwikkeling.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
.
