
De index steeg van een treurige -36 naar een iets minder treurige -32. Technisch gezien is dat vooruitgang. Maar in perspectief: het langjarig gemiddelde ligt op -10, en in de glorietijd van januari 2000 piekte het consumentenvertrouwen zelfs op +36. Kortom: we zitten nog steeds diep in de put, alleen niet helemaal op de bodem.
Economisch klimaat: minder zwartgallig, maar nog steeds grijs
Ook de koopbereidheid — een graadmeter voor hoeveel zin mensen hebben om grotere aankopen te doen — trok een klein beetje aan. Maar met een totaalscore van -32 is er nog altijd weinig reden voor feestvreugde. Zeker niet als je bedenkt dat -100 het absolute dieptepunt is.
De portemonnee blijft dicht
Met andere woorden: hoe dichter bij nul, hoe neutraler de stemming. Maar met -32 blijven we hangen in het gebied dat je gerust als “economische neerslachtigheid” kunt typeren. En dat is niet zonder reden.
Inflatie, energierekeningen en onzekerheid
Na jaren van torenhoge inflatie, gestegen woonlasten en onzekere energierekeningen zijn veel Nederlanders nog lang niet klaar om hun zuurverdiende centen over de toonbank te smijten voor een nieuwe bank, wasmachine of auto.
En geef ze eens ongelijk.
Een voorzichtige stijging van het vertrouwen is misschien een sprankje hoop, maar er is meer nodig om echt herstel te voelen. Zolang boodschappen duur blijven, huren stijgen en energienota’s onvoorspelbaar zijn, zullen consumenten vooral op de rem blijven staan.
Het huidige niveau van consumentenvertrouwen voelt een beetje alsof je uit de kelder klimt naar een zolderkamertje zonder ramen. Technisch gezien ben je omhoog gegaan, maar je zit nog steeds in het donker.
Een lichtpuntje? Misschien. Maar voorlopig blijft het vooral een somber verhaal — en dat is precies wat deze cijfers ons vertellen.
.

