“In een wereld waar de schaduwen van bureaucratie de vrijheid omarmen, dreigt Europa te vervallen in een onzichtbare keten van onderdrukking. De illusie van keuze en democratie vervaagt, terwijl de stemmen van de burgers steeds verder wegsterven in de echo’s van Brussel. Zonder een radicale heroriëntatie zullen we onszelf verliezen in een zachte, maar onontkoombare onvrijheid.”
Zonder heroriëntatie dreigt Europa te eindigen in een zachte, maar diepgaande vorm van onvrijheid.
In een gesprek met Yael Potjer voor Holland Gold schetst rechtsfilosoof Andreas Kinneging een somber maar doordacht beeld van de politieke en bestuurlijke staat van Nederland en Europa. Volgens de Leidse hoogleraar is Europa niet getuige van een plotseling historisch kantelpunt, maar van een langdurig proces van staatsuitbreiding, overregulering en sluipend verlies van democratische controle. De Europese Unie speelt daarin een centrale rol, die Kinneging typeert als een “langzame coup d’état”.
Structureel falen van de overheid
Kinneging begint met het relativeren van het idee dat Nederland zich in een unieke crisistijd bevindt. Woonnood, economische stagnatie, migratieproblemen en bestuurlijke vastlopers zijn geen nieuwe fenomenen. Vergelijkbare situaties deden zich eerder voor, bijvoorbeeld in de jaren zeventig. Het verschil is niet de ernst van de problemen, maar de manier waarop ze worden aangepakt.
Het kernprobleem is het structurele disfunctioneren van de staat. Overheden – zowel nationaal als Europees – grijpen steeds verder in, maar doen dat op basis van verkeerde aannames. De samenleving wordt gezien als een potentiële chaos die alleen door centrale sturing beheersbaar is. Dit leidt tot een explosie van regels, ambtenaren en beleidsprogramma’s, terwijl de daadwerkelijke problemen blijven bestaan of zelfs verergeren.
Overregulering en de woningcrisis
De woningmarkt vormt een schoolvoorbeeld van deze dynamiek, zegt Kinneging. De wooncrisis is geen natuurverschijnsel, maar het directe gevolg van overheidsbeleid dat marktwerking belemmert. Telkens wanneer het probleem groter wordt, reageert de overheid met nóg meer regels, waardoor de situatie verder vastloopt.
Kinneging stelt dat het woningtekort binnen korte tijd drastisch kan worden verminderd door bijvoorbeeld huurinkomsten belastingvrij te maken, waardoor particulieren massaal extra woonruimte zouden aanbieden.
Democratie onder druk
Een centrale vraag in het gesprek is of de democratie nog daadwerkelijk functioneert. Formeel is Nederland nog soeverein, benadrukt Kinneging. Het land heeft verkiezingen, een parlement en een regering die in theorie verdragen kan aanpassen of opzeggen. In de praktijk verschuilen politici zich echter steeds vaker achter “Brussel”.
Europese regels zijn niet onaantastbaar, maar vereisen politieke moed en kennis om ter discussie te worden gesteld. Die moed ontbreekt structureel.
Het vetorecht als laatste verdedigingslinie
Kinneging wijst op één cruciale grens: het nationale vetorecht binnen de Europese Unie. Zolang lidstaten dit recht behouden, is de EU formeel een statenbond. Zodra het vetorecht structureel wordt opgegeven en besluitvorming via meerderheden verloopt, verandert de EU feitelijk in een federale staat.
In dat scenario verschuift de macht definitief van nationale parlementen naar Brusselse instituties. De afstand tussen kiezer en besluitvorming wordt dan zo groot dat politieke vervreemding onvermijdelijk is. Dit leidt ofwel tot fatalisme, ofwel tot opstandigheid en maatschappelijke onrust, voorziet de hoogleraar.
Een sluipende machtsgreep
De machtsuitbreiding van de EU noemt Kinneging een “langzame coup d’état”. Daarmee bedoelt hij geen plotselinge machtsovername, maar een geleidelijk proces waarbij bevoegdheden worden verschoven zonder expliciete democratische instemming.
Als illustratie noemt hij het Europese grondwettelijke proces. Nadat de Europese Grondwet in 2005 in referenda in Nederland en Frankrijk werd afgewezen, werd de inhoud ervan grotendeels alsnog ingevoerd via het Verdrag van Lissabon – ditmaal zonder referendum.
Ook het Europees Hof van Justitie speelt hierin een sleutelrol. Via jurisprudentie heeft het hof zichzelf de hoogste autoriteit over het Europese recht toegekend, boven nationale wetgeving, zonder dat nationale parlementen daar expliciet over hebben besloten.
Staatsdirigisme en verlies van vrijheid
Kinneging is uitgesproken kritisch over de kwaliteit van hedendaagse politici. Begrippen als rechtsstaat, marktwerking, soevereiniteit en democratie worden onvoldoende begrepen, waardoor beleid vooral wordt gestuurd door peilingen, incidenten en ambtelijke adviezen.
De overheersende politieke mindset, aldus Kinneging, is die van de maakbare samenleving. De staat wordt gezien als cockpit van waaruit de maatschappij bestuurd moet worden. Deze gedachte, ooit typisch links, is inmiddels overgenomen door vrijwel het gehele politieke midden.
Het gevolg is een steeds verder uitdijende staat die het leven van burgers tot in detail reguleert. Vrijheid neemt af, economische dynamiek verdwijnt en verantwoordelijkheid wordt systematisch bij de overheid neergelegd.
Hij stelt dat VVD en CDA hun klassieke rechtse wortels hebben verlaten en ideologisch naar links zijn opgeschoven. Hij hoopt op een duidelijke rechtse meerderheid van partijen die expliciet breken met staatsdirigisme en verdere Europese machtsoverdracht.
Een andere visie op Europa
Kinneging besluit met zes principes voor Europese vernieuwing, ontwikkeld binnen het Center for European Renewal. Die principes draaien om vrijheid en verantwoordelijkheid, het gezin als fundament van de samenleving, vrije markten in combinatie met een sterk maatschappelijk middenveld, een beperkte overheid onder de heerschappij van het recht, rentmeesterschap en brede intellectuele vorming.
Volgens Kinneging ligt de toekomst van Europa niet in verdere centralisatie, maar in een herwaardering van deze klassieke Europese principes. Zonder die heroriëntatie dreigt Europa te eindigen in een zachte, maar diepgaande vorm van onvrijheid.

