Werner Alix begon in 2009 met het bouwen van zijn eigen woning in Heieinde in Veerle-Heide en is zestien jaar later nog altijd met de afwerking bezig. Dat het zoveel tijd in beslag neemt, heeft deels te maken met aanslepende vergunningskwesties in het begin, maar vooral met het feit dat de folkloreartiest en gediplomeerd steenkapper het pand op nagenoeg ambachtelijke wijze met zoveel mogelijk oer-Vlaamse technieken en authentieke materialen optrekt. Lees: eeuwenoude dakgebintes, lemen muren en oude stenen die typisch zijn voor de streek.
Moderne pizza’s die wordt gebakken in de oven van een ‘historisch’ bakhuis, © Hans Otten
Maar dat er op deze zonnige zondagmiddag zowat honderd buren samentroepen voor een gezellig straatfeestje heeft nog een andere aanleiding. “Tot twaalf jaar geleden was er hier een jaarlijks buurtfeest, maar toen is dat een stille dood gestorven”, vertelt Werner Alix. “Er gaan al langer stemmen op om dat nieuw leven in te blazen. En omdat ik met hulp van heel wat vrienden zopas mijn bakhuis eindelijk afgewerkt heb, vond ik het een mooie gelegenheid om de hele buurt eens uit te nodigen. Een bakhuis diende vroeger ook niet enkel om brood te bakken, mensen troepten er samen en babbelden met elkaar. Het had altijd al een sociale functie. De buren reageerden wild enthousiast.”
Bordeel van Bosch
Ook dat bakhuis, met het formaat van een losstaande garage, is volgens dezelfde filosofie als zijn imposante woning en schuur opgetrokken. “We hebben eerst met eiken balken het houten kader van de muren opgetrokken. Daartussen hebben we dikke takken gevlochten, die ik eerst in de vijver van mijn buur heb laten weken om ze buigzamer te maken. In dat vlechtwerk hebben we dan leem aangebracht. Dat is eigenlijk een mengeling van Limburgse leemgrond, kalk, lange stukken stro en water. De kalk zorgt ervoor dat de specie beenhard wordt. Leem afdraaien is geen cadeau, het is hard werken”, zegt Alix met een lachje.
Het lemen bakhuis is geïnspireerd op het schilderij De marskramer van Jeroen Bosch, © Hans Otten
Bovenop het bakhuisje prijkt een aarden kruik die over een uitspringende stok is geschoven. Desgevraagd haalt Werner Alix er grinnikend de ontwerpmap en architect Willy Bens bij. Die laatste is gehuwd met Katelijne Weyns, dochter van Jozef Weyns, de man die zowat zeventig jaar geleden Bokrijk oprichtte en uitbouwde. “Het ontwerp is gebaseerd op een gebouwtje in de achtergrond op het schilderij De landloper (ook bekend als De marskramer, red.) van Jeroen Bosch”, verduidelijken Alix en Bens. “In de versie van Bosch is het een bordeel. Wij hebben voor ons bakhuis de prostituees, hun klant en het bovenste raam met de opgehangen onderbroek eruit gelaten. Maar ik vermoed dat we geen tekeningetje moeten maken wat die stok en die pot dan symboliseren?”
Pizzaparty
De bewoner is helemaal in de wolken wanneer Katelijne Weyns zijn woning, schuur en bakhuis ‘inwijdt’ door ouderwetse zandtekeningen vol sierlijke krullen op de dorpels en vloeren aan te brengen. “Ik vond het een passend gebaar”, zegt de vrouw. “Werner heeft voor zijn schuur het houten gebinte uit de achttiende eeuw gebruikt waarmee mijn vader zelf zoveel jaar geleden zijn sch
.
