
De verkiezingsdag is nog maar net begonnen, maar de eerste cijfers laten een duidelijk signaal zien: de opkomst blijft achter bij 2023.
Volgens onderzoeksbureau Ipsos I&O had tot 10.30 uur slechts 12 procent van de kiezers zijn stem uitgebracht – twee procentpunt minder dan bij de vorige verkiezingen, toen dat rond hetzelfde tijdstip 14 procent was.
Dat lijkt op het eerste gezicht een klein verschil, maar voor kenners is het een belangrijk waarschuwingssignaal.
Nederland is moe, wantrouwig, en veel kiezers lijken zich af te vragen of hun stem nog wel iets uithaalt.
Onvrede als oorzaak van lagere opkomst
Veel Nederlanders voelen zich vervreemd van de politiek. Ze zien Haagse partijen die beloven te luisteren, maar vervolgens hetzelfde beleid uitvoeren – ongeacht de uitslag.
De herinnering aan de val van Rutte IV, de toeslagenaffaire, de stikstofchaos en de eindeloze ruzies over migratie en klimaat in het kabinet Schoof weegt zwaar. Veel kiezers hebben het gevoel dat hun stem niets meer verandert aan de koers van het land.
En dat gevoel vertaalt zich nu in de opkomst.
Ipsos I&O: “Nog te vroeg voor conclusies”
Onderzoeksbureau Ipsos I&O benadrukt dat het nog te vroeg is om definitieve conclusies te trekken.
De meeste mensen stemmen namelijk in de middag of na werktijd. Toch zijn ook daar zorgen: als het vertrouwen in de politiek laag blijft, kan de uiteindelijke opkomst duidelijk lager uitvallen dan de 77,7 procent van 2023.
Het bureau ziet een opvallend verschil tussen groepen:
- a]:text-primary dark:[&>a]:text-white [&>a]:underline md:text-lg text-base”>Ouderen en vaste partijaanhangers stemmen nog trouw.
- a]:text-primary dark:[&>a]:text-white [&>a]:underline md:text-lg text-base”>Jongeren en middenklassekiezers wachten af of blijven thuis.
👉 Teken de petitie: geen Timmermans in het Torentje!
De vermoeidheid met de ‘eeuwige verkiezing’
Veel Nederlanders hebben het gevoel dat ze voortdurend moeten stemmen, maar dat de verkiezingsuitslagen uiteindelijk leiden tot dezelfde gezichten aan tafel.
Rutte, Kaag, Hoekstra, Timmermans, Jetten, Bontenbal, Klaver, Yesilgöz – het lijkt een carousel die blijft ronddraaien.
Na jaren van kabinetscrises, stikstofpaniek en klimaatdwang voelen veel burgers zich politiek uitgeput.
Dat verklaart waarom steeds meer kiezers hun vertrouwen verleggen naar buitenstaanders, nieuwe partijen of helemaal niemand meer.
De lage opkomst in de ochtend is dus geen toeval – het is een symptoom van een politiek systeem dat het contact met de samenleving is kwijtgeraakt.
De strijd om de middengroepen
In Den Haag maken campagneleiders zich zorgen: de middengroepen, traditioneel de ruggengraat van de democratie, zijn grilliger dan ooit.
Zij beslissen pas op het laatste moment, en veel van hen twijfelen of stemmen überhaupt zin heeft.
Politieke analisten waarschuwen dat de lage opkomst de extreme flanken kan versterken, simpelweg omdat hun achterban wél gemotiveerd is om te stemmen.
De partijen die het meeste vertrouwen uitstralen – of juist de hardste boosheid verwoorden – hebben daardoor een voorsprong.
Teken de petitie hier.
De lage opkomst in de vroege uren van verkiezingsdag is meer dan een cijfer – het is een signaal.
Een signaal van vermoeidheid, wantrouwen en afkeer van een politiek systeem dat niet luistert.
Of de opkomst vanmiddag nog aantrekt, zal blijken. Maar één ding is zeker: veel Nederlanders zijn hun geloof in Den Haag kwijt – en dat is een groter probleem dan welke peiling ook.
Heb jij nog niet gestemd? Doe dat nu dan alsnog. Bij een lage opkomst is elke stem ironisch genoeg meer waard. Sleep je luie reet dus toch nog even naar de stembus en stem.
.

