Er is helaas geen gesproken versie van dit artikel beschikbaar
Waarom de Nederlandse politiek geen ware politiek is: Een analyse door de lens van Carl Schmitt en Bryan Caplan
De Nederlandse politiek, zoals die zich in de 21e eeuw manifesteert, wordt vaak gepresenteerd als een fonkelend toonbeeld van democratische rationaliteit, een zorgvuldig georkestreerd samenspel van stemmen en belangen dat leidt tot een harmonieuze samenleving. Maar wie dieper graaft, ontdekt een abjecte schijnvertoning, een theater waarin de kern van wat Carl Schmitt “het politieke” noemt, afwezig is. Combineer dit met de inzichten van Bryan Caplan in The Myth of the Rational Voter, en het wordt pijnlijk duidelijk waarom de Nederlandse democratie geen oplossing biedt voor de huidige maatschappelijke misère. Dit artikel betoogt dat wat in Nederland als politiek wordt bestempeld, in werkelijkheid een impotent bureaucratisch ritueel is dat de confrontatie met fundamentele tegenstellingen mijdt, en dat de democratische processen, doordrenkt van irrationele kiezersvoorkeuren, geen soelaas bieden voor de structurele problemen waarin we verkeren.
Carl Schmitt en het begrip van het politieke
Carl Schmitt, de controversiële Duitse rechtsfilosoof, definieerde “het politieke” in zijn werk Der Begriff des Politischen (1927) als het domein van existentiële tegenstellingen tussen vriend en vijand. Voor Schmitt is politiek niet het gladgestreken proces van consensusvorming, maar een strijd om fundamentele waarden en belangen, waarbij groepen zich organiseren rond een gedeelde identiteit en een duidelijke tegenstander. Het politieke is rauw, conflictueus en onvermijdelijk geworteld in de realiteit van macht. Een samenleving die deze tegenstellingen ontkent of onderdrukt, is volgens Schmitt gedoemd tot stagnatie of desintegratie, omdat zij de kern van het menselijke bestaan – de strijd om betekenis en overleving – negeert.
In Nederland is deze notie van het politieke nagenoeg afwezig. De Nederlandse politiek kenmerkt zich door een ziekelijke obsessie met compromis en consensus, een erfenis van de verzuiling en de kleingeestige poldercultuur. Partijen, van links tot rechts, opereren binnen een smal spectrum van acceptabele standpunten, waarbij fundamentele vragen over identiteit, soevereiniteit of de aard van de samenleving zorgvuldig worden vermeden. Neem bijvoorbeeld de discussie over immigratie, een onderwerp dat in potentie een scherpe vriend-vijandtegenstelling blootlegt. In plaats van deze tegenstelling te erkennen – zoals Schmitt zou eisen – wordt het debat gesmoord in substantieloze technocratische termen over “integratie” of “arbeidsmarktbehoeften”. Politici vermijden het benoemen van existentiële verschillen tussen groepen als de pest, uit angst voor polarisatie of electoraal verlies. Dit maakt de Nederlandse politiek tot een theater, een ritueel van muffe beleidsnota’s en kapot gedebatteerde coalitieakkoorden waarin de echte fundamentele strijd wordt ontweken.
De Nederlandse polderpolitiek van compromissen is doordrenkt met postmodernistisch denken, dat de objectieve waarheid ontkent en alles reduceert tot subjectieve percepties. In die Nederlandse politiek zien we een duidelijke ontwijking: de waarheid van tegenstellingen wordt genegeerd ten gunste van een artificiële harmonie. Dit is geen politiek in Schmittiaanse zin, maar een zuiver bureaucratische façade die de samenleving verzwakt. Door de vriend-vijanddynamiek te negeren, ontkent de Nederlandse politiek de realiteit van macht en conflict.
Bryan Caplan en de mythe van de rationele kiezer
Bryan Caplans The Myth of the Rational Voter (2007) biedt een complementaire lens om de betreurenswaardige Nederlandse politieke malaise te begrijpen. Caplan stelt dat kiezers niet rationeel handelen in hun stemgedrag, maar gedreven worden door vooringenomenheden en emoties die vaak losstaan van het algemeen belang. Hij introduceert het concept van “rationele irrationaliteit”: kiezers kunnen irrationele overtuigingen koesteren omdat de kosten van hun onwetendheid laag zijn. Een individuele stem heeft immers weinig invloed op de uitkomst van verkiezingen, waardoor kiezers geen prikkel hebben om hun standpunten kritisch te toetsen. Dit leidt tot beleid dat niet gebaseerd is op feiten of langetermijnbelangen, maar op populaire misvattingen en basale emotionele impulsen.
In Nederland is dit mechanisme duidelijk zichtbaar. Kiezers stemmen vaak op basis van vage gevoelens van onbehagen, mediagenieke slogans of kortetermijnvoordelen, in plaats van een diepgaand begrip van complexe problemen zoals internationale verdragen, vergrijzing of geopolitieke spanningen. Een groot deel van de bevolking blijft op de gevestigde systeempartijen stemmen, die al tientallen jaren verantwoordelijk zijn voor de sloop van alles wat een nationale identiteit definieert. Dit is precies wat Caplan voorspelt: kiezers omarmen overtuigingen die goed voelen, niet die waar zijn.
We vechten in het Westen tegen de intellectuele luiheid van het Jip-en-Janneke-denken en van het “ieder zijn eigen waarheid”-credo
Source: https://www.ninefornews.nl/waarom-de-nederlandse-politiek-geen-echte-politiek-is/
.

