
Maar natuurlijk kon Harry Pettit, de beruchte Jodenhater en docent sociale geografie aan de Radboud, zijn mond niet houden. Hij reageerde op X met een giftige uitlating: “Wij bieden geen podium aan zionisten die een holocaust aanmoedigen en materieel steunen. Het is simpel. Natuurlijk komen ze dan bij de Nederlandse Goebbels terecht voor een podium.” Laat dat even tot je doordringen: een universitair docent vergelijkt een gerenommeerde journalist met nazi-propagandist Goebbels en slingert termen als “holocaust” rond alsof het niets is. Dit is niet alleen walgelijk, het is aangiftewaardig.
Pettit is geen onbekende in deze beerput van haat. Hij staat al langer onder vuur vanwege zijn rabiate anti-Israël-uitspraken. Zo pleitte hij openlijk voor de “ontmanteling” van Israël, noemde critici “genocide-aanhangers” en nodigde hij Mohammed Khatib uit, de Europese voorman van de in Duitsland verboden Samidoun-beweging, die door de VS en Canada als terreurorganisatie wordt gezien. En nu dit: een Joodse professor die expertise deelt over het redden van levens na terreuraanslagen wordt geweerd, terwijl Pettit en zijn kornuiten feestvieren en nazi-vergelijkingen maken. Hoe lang laat de Radboud dit nog toe? Wanneer wordt deze haatzaaier eindelijk persona non grata verklaard en het land uitgezet? Moeten er eerst doden vallen voordat het College van Bestuur en de overheid eens uit zijn ivoren toren kruipt?
Dit is geen incident, dit is een patroon. Joodse studenten en medewerkers voelen zich al langer onveilig op de Radboud, met meer dan 63% die de campus als onveilig of zelfs “zeer gevaarlijk” beschouwt. Pettits uitspraken, zoals het gelijkstellen van zionisme aan nazisme en oproepen tot het “uitroeien” van zionisme, wakkeren deze angst alleen maar aan. De universiteit mompelt iets over “kritisch debat” en “sociale veiligheid”, maar in de praktijk laten ze Pettit zijn gang gaan met slechts een slap “kritisch gesprek”. Dit is geen academische vrijheid, dit is academische lafheid. Het is hoog tijd dat de Radboud schoon schip maakt en mensen als Pettit de deur wijst. En als ze dat niet doen, moet de overheid ingrijpen. Ministerie van OCW is al op de hoogte gebracht via Kamervragen van de PVV, die terecht vragen waarom deze activist nog steeds niet is ontslagen.
Laten we duidelijk zijn: dit gaat niet om vrijheid van meningsuiting. Dit gaat om haatzaaien, intimidatie en het systematisch monddood maken van Joodse stemmen. De cancelcultuur aan de Radboud is een giftige cocktail van Jodenhaat en activistische arrogantie, en het wordt tijd dat we dit benoemen voor wat het is. Frenkel mag dan geweerd worden uit Nijmegen, maar dankzij Wierd Duk wordt zijn verhaal gehoord. En wij, Nederlanders die onze waarden van vrijheid en rechtvaardigheid koesteren, laten ons niet het zwijgen opleggen door een stelletje zelfbenoemde moraalridders. Het is tijd om op te staan tegen deze waanzin. Want als we nu zwijgen, wie is dan de volgende die wordt “gecanceld”?
.

