• zo. okt 4th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Het Actuarieel Genootschap brengt elke twee jaar een nieuwe Prognosetafel uit. Belangrijk want met deze cijfers wordt beleid gemaakt. De cijfers moeten dus zo goed mogelijk voorspellen wat de daadwerkelijke sterfte gaat worden. Dat is dus nadrukkelijk niet te vergelijken met de Normsterfte, die tot doel heeft te benaderen welke sterfte er te verwachten zou zijn onder normale omstandigheden.

Na een natuurramp of een kernaanval zal aan de hand van de Normsterfte nog een aantal jaren te volgen zijn of er sprake is van extra sterfte. Het Actuarieel Genootschap zal echter een factor (de “oversterftetermen”) moeten toevoegen die de verwachte sterfte verhoogt om tot een betere voorspelling te kunnen komen.

Dat is niet alleen een verantwoordelijk maar -zeker nu- ook een lastige taak. Het Actuarieel Genootschap zou kunnen overstappen op de RIVM-methode, die simpelweg neerkomt op het doortrekken van de ontwikkelingen in de waargenomen sterfte van de afgelopen jaren. Maar het AG neemt daar geen genoegen mee. Zij gingen ervan uit dat er na elke plotselinge trendbreuk ook weer een terugkeer naar het normale niveau zal plaatsvinden. Eerst (in AG2022) dachten ze dat de oversterfte met 50% per jaar zou afnemen. Dat bleek in 2023 al fout. In AG2024 krabbelden ze daarom terug naar 25% per jaar. Die getallen leken natte-vinger schattingen die achter de ontwikkelingen in oversterfte aanhobbelden. Ze ogen wat punctueler maar het resultaat zal niet veel betrouwbaarder zijn dan de RIVM-baseline. Het blijft gokken. Dat blijkt nu ook weer uit het model dat wordt gebruikt in de prognose AG2026. Daarin zit de aanname verwerkt dat de terugkeer naar het pre-2020 Normsterfte-model vergeten kan worden. Ze schrijven:

  • Het AG houdt er rekening mee dat er een kans is dat de oversterfte structureel is. In het model wordt verondersteld dat 25% van de huidige oversterfte blijvend is.

En het wordt nog erger:

  • Het niet-structurele deel van de oversterfte neemt niet langer met 25% per jaar af, maar met 5% per jaar. Daardoor werkt de oversterfte langer door in de prognose.
  • De modellering van oversterfte is niet langer beperkt tot 55-plussers. Oversterfte wordt nu voor alle leeftijden gemodelleerd.

De onverklaarde oversterfte die zich in zomer 2021 begon af te tekenen, zal dus veel langer aanhouden dan eerder verondersteld. Eén voor één iets over die drie punten:

1. Een kwart van de huidige oversterfte is blijvend

Van een oversterfte van 10% zal dus altijd 2,5% overblijven. Dat is nogal wat. Om een indruk te geven: waar de Normsterfte er 160.000 verwacht, worden dat er dus in de toekomst dus sowieso altijd 4.000 meer. Dat aantal ligt in de orde van een normale/matige griepepidemie, maar dan over het hele jaar verspreid: ca. 80 overlijdens per week meer.

Nu zou je dit kunnen opvatten als signaal dat er een idee is over de persistentie en dus over de oorzaak achter de oversterftetermen. We krijgen er eigenlijk een doodsoorzaak bij, door het AG omschreven als: “indirecte gevolgen van COVID-19”. Nauwkeuriger wordt het niet. We zullen het moeten zoeken in uitgestelde zorg, long covid, vaccinaties of lockdowns. (‘Vergrijzing’ veronderstellen we uit het palet verdwenen en van ‘vaccinaties’ is onzeker of de actuarissen dat willen adresseren met “indirecte gevolgen van COVID-19”). Maar schijn bedriegt: er is geen onderliggend mechanisme. De ontwikkelingen worden simpelweg afgeleid uit de waargenomen sterftes van de afgelopen jaren en de actuarissen volgen hiermee dus in wezen het pad van CBS en RIVM.

Maar een blijvend verhoogd niveau is wel degelijk een nieuwe parameter: dat betekent dan toch dat iets in de levensomstandigheden of in onze gezondheid permanent, voorgoed, is verslechterd. Er lijkt weinig animo te zijn om dat eens precies uit te zoeken. We hebben het over 80 doden per week. Vergelijk dat eens met een incidenteel bus-ongeluk, laat staan een vliegramp.

Of die 2,5% ook echt op de langere termijn gaat doorzetten, laten ze in het midden. Grafieken gaan tot 2025. Maar als de verhoging daadwerkelijk permanent is, dan moet er sprake zijn van overdracht van de kortere levensverwachting naar volgende generaties: iets genetisch? Zo ver is niet vooruitgekeken. Vermoedelijk verlagen ze die drempel gewoon weer als de oversterfte op termijn toch verder blijkt af te nemen. Het paste nu goed in het model.

2. De oversterfte neemt slechts met 5% per jaar af

Geen jaarlijkse oversterftedaling van 50% (AG2022) of 25% (AG2024) – het is nu 5% geworden. De daling van de oversterfte gaat dus véél langzamer dan verwacht. Dit is nog nooit vertoond, bij geen enkele griep of oorlog. Het resultaat is wel in lijn met de grafieken die Herman Steigstra al veel eerder maakte aan de hand van de Normsterfte en de CBS-cijfers (zonder aanname van een permanent oversterfte-residu maar met een andere afname-factor). De resultaten zijn voor de komende decennia vergelijkbaar. Met name de vrouwen komen er bij de actuarissen veel slechter vanaf. En het wordt nog slechter…

Grafiek 1: Periodelevensverwachting AG
Grafiek 2: periodelevensverwachting Steigstra/Normsterfte

3. De meest dramatische aanpassing: oversterfte bij alle leeftijden

Om tot de juiste prognoses te kunnen komen volstond het AG tot dusver met het modelleren van de 55-plussers. Daar zit in absolute zin ook de significante sterfte (inclusief de sterkste fluctuaties bij griepperiodes) en dat is dus van belang voor pensioenen en verzekeringen. De ontwikkelingen van de laatste jaren hebben het AG er nu toe genoopt om alle leeftijden mee te gaan nemen in de oversterfteberekeningen. Wat er in 2021 is veranderd, treft niet meer alleen de oudere groepen. De jongere groepen zijn ook aan de beurt. Dit is meer dan ‘zorgelijk’. Dit zou prioriteit #1 moeten zijn voor het ministerie van VWS: wat is hier aan de hand!?


Naschrift: van het ene konijnenhol naar het andere

Ik kwam weer bij de actuarissen uit naar aanleiding van deze grafiek over arbeidsongeschiktheid, die volgens Jan van der Zanden (expert op dit gebied) na 2020 vooral veranderingen in acceptatienormen en administratieve processen zou weergeven.. Het liet mij niet los. Waarom juist vrouwen?

Grafiek 3: WIA als % beroepsbevolking

Een van de argumenten was dat de klachten van vrouwen nu veel vaker serieus worden genomen, omdat die klachten bij ‘long covid’ passen. Voorheen bleven die vrouwen met hun klachten dus aan het werk of ze kwamen zonder hulp of passende uitkering thuis te zitten. OK. Ik schrik daar wel van. Wat is er toch een hoop verborgen ellende… Je zult maar ziek zijn.

We zien in de grafiek bovendien niet alleen een verhoogde lijn, parallel aan de verwachting. De verhoogde lijn loopt ook steiler dan de stippellijn. In 2022 leverde de registratie/acceptatie-aanpassing een toename op van de verwachte 2,5% naar 2,7%: een instroomgroei van ca. 10%. Maar in 2026 zitten we nu, in plaats van de verwachte 3% van de beroepsbevolking, op 3,6%. Dat is een stijging van 20%. De groei is in vier jaar verdubbeld. Er worden dus steeds meer vrouwen geaccepteerd met klachten die er altijd al waren.

Hoe geloofwaardig die uitleg is laat ik aan ieders eigen oordeel; ik zou daar in elk geval graag wat onderbouwing van zien. Ook bekruipt mij de vraag, als we toch voornamelijk naar effecten van administratieve processen zitten te kijken, waarom die data eigenlijk worden bijgehouden en gepubliceerd als gezondheidsdata waarover mensen zich vervolgens zorgen maken, tot op Radio1 aan toe.

Dat een administratieve optimalisatie alle historische data waardeloos maakt is voor mij -als leek- niet te bevatten. Dan zorg je toch voor een correctiemethode om de boel weer aan te laten sluiten? De slogan “CBS: Voor wat er feitelijk gebeurt” wordt dan wel erg betrekkelijk… Een andere bron vinden misschien? Actuarieel Adviesbureau Spenkels to the rescue.

Actuariaat Sprenkels

De nieuwsbrieven van Sprenkels zijn altijd informatief en toegankelijk.

Daar was geen antwoord op de vraag maar -zul je altijd zien- daar wachtte weer een nieuwe verrassing. De grafiek in de nieuwsbrief 2026-Q2 ziet er voor het eerste halfjaar van 2026 helder uit, ware het niet dat de ondersterfte in week 9-19 niet eerder was opgevallen. Dat zou ondersterfte na de oversterfte van week 1-10 kunnen betekenen, waardoor het netto halfjaarsresultaat reuze mee zou vallen. Alleen: dat klopt niet; het is (door de heftige zomergriep en kleine hittegolf) zelfs wat meer dan voorgaande jaren – hoe je ook rekent, met RIVM-baseline of met de Normsterfte.

Ga met de muis over de grafiek om de baseline te zien (in groen) zoals die tot 2025Q4 nog werd gebruikt: de ondersterfte valt met de oude baseline weg, de oversterfte wordt groter.

Grafiek 4a: baseline 2026 AG/Sprenkels
Grafiek 4b: baselines 2026 en 2025 AG/Sprenkels

Ik vermoed een foutje. Temeer daar het tweede halfjaar tot meer oversterfte zal gaan leiden op deze manier. Dat is misschien het moment om te corrigeren? Bij een voorgaande (ook ‘kritische’) vraag werd mij dat door een actuaris niet in dank afgenomen -met het inzetten van een autoriteitsargument- dus ik spreek hen er maar niet op aan.

Zo kwam ik bij het van het CBS via Sprenkels dus bij het AG terecht. Dat signaleert dat de levensverwachting voor mannen aanzienlijk is gedaald na 2020 en bij vrouwen verhoudingsgewijs juist veel minder.

Het beeld is tegengesteld aan de WIA-grafiek (Grafiek 1), waarbij de mannen constant blijven en vrouwen de toegenomen instroom bepalen.

Je zou in eerste instantie misschien denken: vrouwen zijn overlevers – die gaan niet zo makkelijk dood maar worden wel arbeidsongeschikt. Nadere bestudering leert dat het anders zit. Het AG schrijft het eigenlijk al, elders in het rapport: “De cohortlevensverwachting op leeftijd 65 daalt bij mannen en vrouwen met respectievelijk 3 maanden en 7 maanden”. 65+ legt zwaar gewicht in de sterftedata en zou de levensverwachting bij vrouwen sterker omlaag moeten drukken dan bij de mannen. En toch daalt de periodelevensverwachting bij vrouwen minder. Daar moet dan iets bij de jongere leeftijdsgroepen tegenover staan. Daar zitten we niet op te wachten natuurlijk.

In een volgend artikel gaan we daar verder op in.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *