
Het fonds laat dat zien met een eigen rekenvoorbeeld. Bij vijf werkdagen komt de berekende compensatie uit op €13.962. Bij vier dagen is dat afgerond €11.170. Het verschil bedraagt daarmee ongeveer €2.792.
Dat is geen rekening die iemand moet betalen. Het gaat evenmin om geld dat binnenkort vrij besteedbaar op de betaalrekening verschijnt. De compensatie is bedoeld voor het pensioen. Toch verdient het bedrag aandacht wanneer een werknemer nu een andere arbeidsduur overweegt.
Het voorbeeld is geen persoonlijke toezegging
ABP gebruikt voor de berekening een fictieve deelnemer, Lars, die op 1 januari 2027 51 jaar is. Zijn pensioengevende salaris bedraagt bij voltijdwerk €55.000. Bij de gekozen uitgangspunten komt de compensatie uit op €13.962 bij vijf werkdagen, €11.170 bij vier en €8.377 bij drie.
Een collega met een andere leeftijd, een ander salaris of een andere situatie kan dus op een ander bedrag uitkomen. Het verschil van €2.792 is een uitkomst binnen dit specifieke voorbeeld.
Wanneer je minder gaat werken, maakt verschil
Vooral de gemiddelde arbeidsduur over het jaar is van belang. Een werknemer die heel 2026 vier dagen werkt, heeft een andere gemiddelde deeltijdfactor dan iemand die pas in de laatste maanden teruggaat van vijf naar vier dagen.
Dat is eenvoudig zichtbaar te maken met een afzonderlijk rekenvoorbeeld. Wie acht maanden volledig werkt en vier maanden voor 80 procent, komt gemiddeld uit op ongeveer 93,3 procent. Dat is duidelijk meer dan de 80 procent van iemand die het hele jaar vier dagen werkt.
Daarom kun je het volledige verschil uit de kop niet zomaar toepassen op iemand die in september een dag minder gaat werken. De timing van de wijziging hoort bij de berekening.
Voor werknemers is dit een goede reden om hun vraag aan ABP precies te formuleren. Vermeld de gewenste ingangsdatum en het nieuwe aantal uren. Met alleen de mededeling dat je minder wilt werken, ontbreekt informatie die voor de uitkomst relevant kan zijn.
Compensatie komt boven op het gewone pensioenverhaal
De compensatie is bedoeld om bepaalde nadelige gevolgen van de gewijzigde pensioenopbouw op te vangen. Daarmee is zij een afzonderlijk onderdeel van de overgang.
Voor een beslissing over minder werken moet de werknemer dus verschillende zaken naast elkaar zetten: het salaris, de gewone pensioenopbouw en een eventuele verandering in de compensatie. Wie alleen naar het laatste bedrag kijkt, mist een belangrijk deel van de afweging.
Een vrije dag heeft ook waarde
Een pensioenbedrag van enkele duizenden euro’s kan stevig binnenkomen. Toch is het geen voldoende reden om iedere wijziging van de arbeidsduur uit te stellen.
Misschien is minder werken nodig vanwege gezondheid, mantelzorg of de combinatie met jonge kinderen. Misschien kan iemand juist dankzij die vrije dag langer blijven werken. Zulke omstandigheden laten zich niet volledig in één compensatiebedrag uitdrukken.
Een bruikbare vergelijking begint met twee scenario’s. Wat gebeurt er financieel als de huidige arbeidsduur blijft bestaan? En hoe ziet de situatie eruit bij het gewenste rooster?
Laat daarbij duidelijk scheiden wat een maandelijkse verandering is en wat een eenmalige toevoeging aan het pensioenvermogen betreft. Een verschil in pensioenvermogen vergelijken met één maand nettoloon zou een vertekend beeld geven.
Vraag om een berekening die bij jouw situatie past
Bewaar het antwoord samen met de berekening. Dan kun je later controleren of de gebruikte gegevens overeenkomen met de gemaakte afspraken.
Het ABP-voorbeeld maakt vooral zichtbaar dat een roosterwijziging verder kan doorwerken dan de eerstvolgende loonstrook. Voor iemand die een dag minder wil gaan werken, hoort daarom ook de pensioenberekening op tafel.
Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/abp-minder-werken-compensatie-2792-euro
.

